Onderweg

Het plan dat we hebben gemaakt leidt langs tal van trekpleisters. Soms aanbevolen door de reisorganisator (Jan Doets) en deels door vrienden, kennissen en natuurlijk broer Bert. De route is bepaalde door de trekpleister waarvan er al een aantal in de posts zijn langsgekomen: SFO, Highway. LA, Joshua Tree en Grand Canyon. Om daar te komen moeten er veel miles worden verteerd. En omgerekend naar kilometers ook nog eens ruim anderhalf maal zoveel. Een straf? Zeker niet! Van de trekpleisters heb je vooraf enig idee, maar van de weg daar tussen en ook wat je daar allemaal tegenkomt dus helemaal niet. Het vreemde is dat wanneer je op weg bent naar een volgende mijlpaal op de route, je betrekkelijk weinig verkeer tegenkomt, tenzij je een stuk Interstate moet rijden, maar dat proberen we, waar het kan, te vermijden. Kom je aan op een van de toeristische trekpleisters dan verbaas je je iedere keer waar toch al die mensen vandaan komen. Onderweg zie je ze niet, maar ze zijn er blijkbaar wel. Allemaal op weg naar hetzelfde, de pracht van zeer bijzondere natuur van westelijk USA. Onderweg kan het landschap zo snel veranderen dat is echt ongelofelijk. Het ene moment rijd je nog in een landschap vol met Joshua trees en grote blokken lavagesteente en binnen een paar mijl is het weg en zie je alleen nog maar agaves. Of je ziet aan het eind van de weg, soms is dat letterlijk de horizon, dus waar de weg in een punt eindigt, een bergmassief oprijzen en dat is dan weer helemaal grijs, dan weer rood, dan weer wit en ter afwisseling en een mengeling van kleuren. Een dag later waan je je in een echte Western, Het theme van Rawhide komt vanzelf in mijn gedachte naar boven bij het zien van de prairies. De kuddes en cowboys hebben we niet kunnen waarnemen. Soms kan je vanaf een bergrug de verschillende bergketens “gestapeld” achter elkaar zien liggen. Het is niet digitaal (op een foto) vast te leggen, alleen maar biologisch (in gedachten)!

20180525_161926

Onderweg en ook op de locaties heb je tal van ontmoetingen met Amerikaanse reisgenoten. Ze zijn altijd heel voorkomend, beleefd en gezellig. Na een korte uitwisseling van informatie over de reis die je maakt, wat je gezien hebt en wat de volgende bestemming wordt, komt de vraag, “where are you from?” Het antwoord is steevast soortgelijk: “welcome to …. and welcome to the USA”. Onvermijdelijk komen dan vervolgens hun verhalen over een bezoek aan The Netherlands of excuses waarom ze er nog niet geweest zijn. In een paar gevallen ook excuses voor de huidige situatie en dat betreft dan de president “I didn’t vote that man”, of “He did’nt won the elections, it was the system of delegation that made him president” of “It was all manipulated”. Wellicht is onze ervaring niet maatgevend, maar wel amusant en ook goed om te horen.

Afgelopen weekend was het erg druk met “vakantiegangers”, de Amerikanen hadden de maandag vrijaf vanwege Memorial day (een soort combinatie van onze 4 en 5 mei). Een lang weekend vrij dus en dan ga je erop uit in Amerika. Amerikanen hebben veel minder vakantiedagen in het jaar dan wij en ook hebben ze veel minder al dan niet christelijke vrije feestdagen. Ik heb de indruk dat ze (met zoveel kerken) veel religieuzer zijn dan wij, maar dat levert ze, helaas voor hun veel minder vrije dagen op. Het weekend is vrij en dan trek je erop uit. Het is een soort van korte vakantie, een lang weekend is dus bijna een echte vakantie. Drukte te over dus, met volle campings als gevolg en een I’m sorry”  voor ons. We gaan dus ook maar wat reserveringen doen om teleurstellingen in de verder deel van de reis te voorkomen.

Mensen ontmoeten is naast genieten van het bijzonder landschap een goede mogelijkheid om het land beter te leren kennen. De praatjes die we hebben wisselen qua tijdsduur, soms is het een paar minuten en soms wel een half uur. Daarin komt van alles langs, wat je doet, hoelang je er bent, waar je naar toe gaat, wat je er van vindt, hoe het leven na het werken bevalt en een enkele keer dus ook over de politiek. Meestal is er na afloop van een wat langer gesprek een handdruk en willen ze ook weten wat je voornaam is. Bij mij is dat direct helder, maar als Gerda haar naam zegt leidt dat altijd tot enige hilariteit, want ja de Nederlandse G die heeft de gemiddelde Amerikaan niet paraat. De laatste keer mocht Gerda als dank voor het nemen van een paar foto’s van de gehele familie genieten van een onvervalste big hug.

 

Klassiekers

Als je over klassiekers in Amerika praat, dan behoren de Grand Canyon en de Route 66 daar zeker toe. Beiden moet je gedaan hebben. De route 66 heeft wat mythische vormen aangenomen en dat wordt vooral door de lokale middenstand aangewakkerd en uitgebuit. Zelfs bij de pier van Santa Monica staat een bord met End of Route 66, uiteraard met alle souvenirs standjes die daar dan bij horen. Klein probleem is echter dat er tussen Santa Monica en Golden Shores, over een afstand van 300 mijl, geen stukje Route 66 te bekennen is. Maar ach wie treurt daar nu om. Het eerste stuk tot aan Kingman is redelijk authentiek en bevat ook een mooie en uitdagend slingerende weg door de Black Mountains. Daarna wordt het saaier en oubolliger mede omdat de dorpjes die er aan liggen het figuurlijk van de daken schreeuwen. Route 66 is veel meer commercie en nauwelijks nog authentiek.

 

 

Uiteindelijk leidt Route 66 ook langs Nelson en daar is voor ons een belangrijke afslag, de “18”. Die weg leidt over een afstand van 60 mijl naar een punt dat we moesten aandoen van broer Bert. Reden? Omdat je daar gemakkelijk een afdaling in de Grand Canyon kan gaan maken, zo vertelde hij ons. Eerst maar even een overnachting geregeld langs de Route 66 en de volgende morgen de rit aanvaardt. Een uurtje rijden werd verzacht met de gedachte van een mooie wandeling in een afdaling naar de bodem van de Canyon en vervolgens een overnachting beneden en daarna weer boven op de plaatselijk parkeerplaats. Hoewel de rit er naar toe heel weinig tegenliggers bood en nog veel minder medestanders, waren we verbaasd dat de er op een gegeven moment in de verte een grote hoeveelheid glimmend blik daagde. Een enorm aantal auto’s stond in een langlopend lint langs de weg geparkeerd omdat de plaatselijke parkeerplaats te klein was. Aan het eind van het lint de onze eraan toegevoegd om vervolgens eerst even op verkenning uit te gaan. Na een halve mijl vonden we inderdaad een overvolle parkeerplaats en verder konden we in onze verkenning ook een groot aantal zeer vermoeide mensen onderscheiden. Het was rond 11 uur en deze mensen waren voor de hitte uit de Canyon opgeklommen en waren hoorbaar triomfantelijk en zichtbaar uitgeput. Na een praatje met een van de helden werd ons duidelijk dat de kans op een afdeling en beklimming nagenoeg tot nul konden worden teruggebracht. Wij waren niet in het gelukkige bezit van een permit en de kans er een te verkrijgen was na een praatje met een van de mensen van de (Indiaanse) organisatie aldaar tot nul gereduceerd. Het was duidelijk dat er ook geen afzeggers waren. Dan maar als compensatie eerst opstijgen en daarna afdalen dacht ik. Helaas ook voor een helikoptervlucht had ik eigenlijk al in het begin van het jaar een boeking moeten doen. Een vrouw, die ik met haar drie metgezellen op de foto mocht zetten, vertelde ons dat zij als cadeau voor heer zestigste verjaardag een oversteek wilde maken van de South naar de North Rim van de Grand Canyon. Toen dat plannetje zo vlak na haar negenenvijftigste verjaardag niet bleek te lukken, moest ze terugvallen op een afdeling-overnachting-klim aan de west kant. Ook “great fun” getuigde ze met vermoeide blik.

Onze verkenning was geslaagd, maar de teleurstelling over onze kansen op een mooi avontuur vielen in een afgrond waar de Grand Canyon zelf jaloers op zou zijn. In de afgelopen vijftien jaar (klopt dat Bert, was jij daar in 2003?) is daar dus het nodige veranderd. De plek ligt in het Indianen reservaat van de Havasupaj en onderweg daar naar toe zagen we op enig afstand van de weg wel wat plaatsen waar zij kennelijk een soort van nederzetting hebben. Ik vroeg me af op welke wijze zij in het levensonderhoud kunnen voorzien. De huisvesting is weliswaar zeer armoedig, zelfs bouwvallig, maar er staan wel tal van 4×4 pick-up trucks geparkeerd. Na afloop van onze verkenning was het ons duidelijk geworden, ze halen hun inkomen blijkbaar ook uit het toerisme voor de Grand Canyon. Ik kan ze wat dat betreft geen ongelijk geven.

Uiteindelijk onze route maar vervolgd richting de, volgens Bert overvolle kermis van de South Rim. Ook hier is er denk ik zo de afgelopen 15 jaar het nodige veranderd. Een groot deel van de westelijke kant van de South Rim is afgesloten voor alle verkeer. Daar rijden pendelbussen waar je gratis op en uit kan stappen bij welke viewpunt je wil. Dat lijkt een beetje over de top georganiseerd, maar als je weet hoeveel toeristen daar op afkomen, dan is het een heel aanvaardbare oplossing. Wij hebben de camper ergens geparkeerd en er ’s avonds en de volgende dag ook flink gebruik van gemaakt.

Als je de Grand Canyon aan de South Rim voor het eerst onder ogen krijgt, weet je niet wat je ziet. Je kan nauwelijks een beeld krijgen van de enorme diepte waarin je kijkt en al helemaal niet van de grilligheid van het landschap. De kloof is te smal voor diepte die het heeft en de Colorado River is slechts op een paar punten goed waar te nemen. We hebben ons de volgende dag met de bus aan het eindpunt laten afzetten en zijn vervolgens al wandelend alle viewpoints afgelopen. Een heerlijk wandeling met uiteraard fantastische uitzichten. Het oostelijke deel van de South Rim kan je wel met de auto afleggen en dat hebben we dan ook gedaan. Het slotstuk voor ons was de “desert view” het meest oostelijke viewpoint van de South Rim. Daar krijg je een heel goede indruk van wat er in de afgelopen miljoenen jaren is gebeurd. Daar zie je een hoogvlakte (desert) die abrupt als het ware afbreekt in een kloof, de groene dader, in de vorm van de Colorado River, is daar heel goed zichtbaar. Morgen op advies van Bert ook nog even naar de North Rim.

Desert

Zoals ik al meldde in de LA post, waren we toe aan natuur, wildernis wellicht of de grote nationale parken. Daarvoor zijn we naar het Amerikaanse westen gekomen. Niet langer de stadse fratsen van SFO of LA, maar uitgestrekte vlakten, grote leegte, vergezichten over ruig landschap, wellicht het wilde westen! Via een overnachting San Bernardino zijn we richting Joshua Tree Park gereden. Vooraf even wat eten inslaan want als je de woestijn in gaat moet je niet om het hand zitten voor wat eten of drinken. Vooraf togen wij een supermarkt in San Bernardino in, om inkopen te doen. We waanden ons in een Mexicaanse AH. Het personeel als ook het kopend publiek was voor 90% van Mexicaanse afkomst. Bewegwijzering en aankondigen waren tweetalig en ook de producten waren niet wat we inmiddels in Amerika gewend waren geraakt. Oorspronkelijk hadden we eerst het idee gevat om na LA nog zuidelijker te gaan richting, San Diego – de grens met Mexico – , om daar de Mexicaanse sfeer te proeven, maar we hebben daarvan afgezien omdat dit teveel tijd in beslag zou nemen. De ervaring in deze supermarkt was voor ons een aardige compensatie en volstond in ruime mate aan onze behoefte. Het idiote plan van Trump om een muur te bouwen begrijp ik nog steeds niet, maar dat veel Mexicanen in Amerika een nieuwe toekomst willen opbouwen begrijp ik volkomen. Het is heel laagdrempelig om de grens over te gaan en in Californië een bestaan op te bouwen, de taal wordt er al volop gesproken, er ligt werk genoeg (dat Amerikanen niet willen doen) en er is al een grote Mexicaanse cultuur ontstaan in de Amerikaanse. Uiteindelijk is Amerika toch een smeltkroes van allerlei nationaliteiten en rassen, dus ook Mexicanen passen daar in. Als de toeloop te groot dreigt te worden en dat lijkt nu het geval te zijn kennelijk, dan moet je daar maatregelen tegen nemen. Of die Trump wall een oplossing is voor een te grote toeloop weiger ik echter te geloven.

Het Joshua Tree park ligt op dagritafstand van LA en ik vind het wonderbaarlijk dat je in zo’n korte tijd van een wereldstad in een woestijn  terecht kan komen. Het is zoals het kenmerk van Amerika, een land van contrasten. Een stukje Interstate (in Nederlandse begrippen, gewoon de snelweg, maar die kan in het stedelijke gebied soms meer dan 6 banen naast elkaar omvatten) om de stedelijke omgeving te ontvluchten en dan via de highway richting nationaal park.

Joshua tree heeft wellicht bij velen bekendheid verworven vanwege het gelijknamige album van U2, maar is een soort van de agave familie. Het zijn inderdaad hele bomen en het vreemde van het park met die naam is dat ze daar de plaatselijk Tourist Office gepoot zijn. Zeg maar soortgelijk als de zeeleeuwen in SFO en de Alligators in New Orleans. Het deed mij een beetje denken aan een olijven boomgaard op Kreta. Wonderbaarlijk dat je ineens in een gebied komt waar deze plant/boom goed accommodeert en zich zou kan verspreiden.20180522_080545

Toegang tot de nationale parken is niet gratis, bij elk park is een toegangspost waar je entreebedrag mag betalen. Met een nationale jaar pas ben je uit de zorgen want die geeft voor $80 toegang tot alle nationale parken. Ter plekke aangeschaft en daar willen we gretig gebruik van gaan maken. Het mooie van die nationale parken is dat ze ook heel fraaie campings hebben. Nauwelijks faciliteiten, dat wel, toiletten zijn altijd aanwezig, soms is er ook stromend water en in enkele gevallen is er ook elektriciteit. Maar met een camper die voorzien is van alle gemakken lukt het ons wel.

Met één nacht in het Joshua Tree Park zijn we direct genezen van onze  stadse fratsen. De volgende uitdaging  lokt in de vorm van de Mohave National Preserve. Was Joshua Tree al droog en dor, de route naar de Mohave was nog meer gervuld  leegte, met heel veel niets. Kaal land met hier en daar wat  kale stekelige struikjes en wat vreemd aandoende kegels rood-grijs gekleurde  grond. Wellicht overblijfselen van open mijnbouw uit een ver verleden. Een uurtje later wordt ons vermoeden bevestigd en komen we bij een oude nederzetting en een fraai gerestaureerd station. In het laatste is een visitor center van de streek gevestigd en het station was in de jaren 40 een belangrijk logistiek centrum voor het transport van ijzererts dat per trein vervoerd werd naar een onbekende locatie, waar de wapens benodigd voor WWII werden geproduceerd.

Helaas was het visitor center gesloten en waren we niet in staat meer informatie in te winnen over de route maar enkele kampeer (ahum RV-) mogelijkheden. Dan maar een foto gemaakt van de kaart die aan de gevel hing, daarop stonden enkele camping grounds op vermeld. Achteraf hadden we wat beter moeten kijken op de kaart, want de route er naar toe leidde over een “dirt road”. Verboden gebied volgens het verhuurbedrijf van de camper, maar als je op ongeveer 15 mijl van je einddoel verwijderd bent, dan denk je “ach het zal een klein stukje zijn”. Helaas eindigde de “dirt road” pas vlak voor de inrit van de camp ground. Het probleem met een dirt road is dat er na verloop van enige tijd zogenaamde wasbordjes ontstaan, van die ribbels in de breedte van de weg. Als je door met een “verkeerde” snelheid overeen rijd wordt je helemaal gek van de trilling. Je moet oppassen want alles trilt uit elkaar. In Australië hadden we daar al enige ervaring mee opgedaan, maar dat was met een 4-wheel drive.

En daar zaten we dan met een paar andere kampeerders in het grote niets. Links en rechts bergwanden, achter ons een deel met een dirt road en voor ons een hele grote leegte, zover je kon kijken, ons uitzicht vanaf de campingtafel, fantastisch. De volgende morgen konden we onze route gelukkig gewoon weer over asfalt vervolgen

 

.

 

 

Cyber access

De toegang tot cyberspace is zeer beperkt gebleven de afgelopen dagen. Mijn bijdragen van de afgelopen week heb ik opgespaard en alsnog in een serie gepost. De foto’s in een aantal verhalen ontbreken nog en dat heeft ook te maken met de slechte toegang tot my cyberspaces, ik kan mijn foto’s vanwege het trage internet niet uploaden. Ik wilde mijn trouwe lezers niet kwijtraken daarom nu maar even een paar verhalen in “kale”vorm. De foto’s plak ik er later nog in, dus stay tuned.

BTW het ontbreken van cyber access weerhoudt mij er geenszins van te genieten van die fantastische natuur hier. Zie ook de updates via Facebook voor wat foto’s. De verhalen volgen nog.

 

SFO

De blog over San Francisco zou hier moeten staan, voorlopig maar even met alleen foto’s want het verhaal dat ik geschreven had is vanwege een onbetrouwbare internetverbinding op de camping verloren geraakt. Het verhaal opnieuw componeren vraagt wat extra energie die op dit moment nog even ontbreekt.  Op een verloren moment vul ik deze post nog wel weer aan, tenslotte moet het verhaal wel compleet zijn.

 

LA

LA

LA of Los Angeles, wereldstad, wereldberoemd vanwege de filmindustrie en alles wat daar weer omheen hangt zoals de omgeving waar de filmsterren wonen of veelvuldig verblijven. Hollywood is natuurlijk de meest bekende wijk, maar ook Beverly Hills, Santa Monica en Venice en wat verder weg Palm Springs dat zijn de plaatsen waar de celebrities wonen en/of gespot kunnen worden. Eerlijk gezegd heb ik daar niet zo veel mee, Natuurlijk zijn goede regisseurs en acteurs/actrices bijzonder talentvolle mensen die faam verwerven en dat mag belicht en betaald worden, maar de media aandacht is mijns inziens buiten proportioneel. Het heeft veel weg van verering en verafgoding. Mij heb je dus niet kunnen spotten aan de boulevard van Venice beach, of rond zien rijden in Beverly Hills om filmsterren en artiesten te kunnen spotten. Wat dan wel te doen! Natuurlijk wil je en indruk krijgen van de stad dus hebben we een paar plekken bezocht. Als uitvalsbasis kozen we de Civic Parking van Santa Monica, daar was geen verbod op overnachting, dus was het tevens onze camping. Santa Monica is eigenlijk het Scheveningen van LA, met een pier met reuzenrad en heel veel mensen die daar over willen flaneren. Dat doen Amerikanen op zijn Amerikaans en dat betekent dat je met de auto tot aan de pier moet kunnen rijden met als gevolg dat er notabene een parkeerplaats op het strand is aangelegd. Crazy! Onder het flaneren door moet er gegeten worden natuurlijk, dus de pier is naast de souvenir stalletjes bezaaid met allerlei fastfood zooi. De pier is ouder dan die van Scheveningen en de houten bielsen waarover je loopt geven wel een authentiek karakter. Dat tezamen met de “Pierartiesten” en het feit dat je gemakkelijk zeehonden kan spotten geven deze pier nog enige concurrentiekracht ten opzichte van Scheveningen, dat naar mijn mening veel meer allure heeft dan Santa Monica. De Farmers market, waar nauwelijks een marktstal te vinden was, was overigens wel erg gezellig. Het feit dat men er een wandelboulevard van heeft gemaakt zorgde voor een rustige sfeer met veel straatmuzikanten en natuurlijk de nodige zwervers, want waar mensen zijn en winkels daar is ook geld. Gezelligheid creëren dat kunnen de Amerikanen niet, zo lijkt het. Een terras maken bij een hotel, een zitje buiten of al is het maar een bankje om even in de zon te kunnen zitten, je komt het zelden tegen. Straten afsluiten om het winkelende publiek te dienen komt weinig voor, want ja je wil wel met de auto daar vlak bij kunnen komen en een stuk lopen dat doe je dus niet. Ook dat hoort bij een van de kenmerken van Amerika, ik kom daar in een van de laatste blogs nog wel met een samenvatting van alle kenmerkende eigenaardigheden en natuurlijk ook de goede dingen van Amerika en de Amerikanen.

 

Santa Monica heeft langs het strand tot voorbij Venice beach een fantastisch mooi slingerend “fiets- en wandelpad”. Ik verdenk Scheveningen ervan dat ze bij de laatste renovatie van de boulevard dit afgekeken hebben van Santa Monica. Als je wilt zien en ook gezien worden dan ga je over dat pad wandelen, joggen, hardlopen, fietsen, inline- en/of roller skaten, steppen al dan niet elektrisch. Dat laatste is een echte hype hier, ook al in SFO waargenomen, de elektrische step! Maak je borst maar nat want die zal ongetwijfeld overwaaien naar Nederland. Heel handige dingen voor in de stad en zeker in Amerika waar de trottoirs breed en erg valk zijn. In het voorwiel zit een elektromotor, het achterwiel heeft een schijfrem en de plank waarop wordt gestaan bevat een grote accu. Vervolgens stop je in het frame wat elektronica zodat het een GPS heeft en een internetconnectie. En zie daar een fantastisch alternatief voor het aloude witte fietsenplan van onze provo’s. Die dingen staan op straat en als je er een nodig hebt, dan pak je er een. Je meldt je voor gebruik aan via een app en voor $10 per uur ga ja als een vorst door de stad. Snelheid? Ik schat tot zo’n 30 km/u. Op het genoemde pad scheurde jong en oud op deze elektro steps dat het een lieve lust was. Jong verliefden met z’n tweeën natuurlijk, dat past precies op de treeplank en de manier waarbij de duo passagier zich vasthoudt vertoont parallel met de Berini’s, Puch’s en Zundapp’s uit onze tijd. Kortom een waar genoegen voor kijker en gekekene.

Opvallend van LA is dat het alleen in downtown hoogbouw heeft. In de buitenwijken van stad is vooral laagbouw te vinden en dat maakt de stad erg uitgestrekt om al die miljoenen inwoners te huisvesten. Zondagmorgen vroeg konden we in alle rust naar downtown rijden om daar dat deel te bekijken. Het Walt Disney Music Hall was het eerste doel. Een heel bijzonder gebouw van architect Paul Gehry waar geen lijn recht is. Het moet een nachtmerrie geweest zijn voor de constructeurs. De foto’s maken voldoende duidelijk wat ik bedoel. Het was een feest om daar omheen te dwalen en ook binnen een helaas beperkt kijkje te kunnen nemen. Aan de overkant nog even rondgedwaald bij het Museum of Contemporary Art om vervolgens door te rijden naar Hollywood area. Natuurlijk even een kijkje nemen bij de Walk of Fame. Wat een teleurstelling. Een wat slonzige Hollywood Blvd met standaard winkels, naast lege panden, reclame uitingen, zwervers en ook veel zooi. Een smerig trottoir met mooie tegels waarin de namen van de sterren staan gegraveerd. That’s it! Nothing more! Geen enkele allure waar dan ook waar te nemen, integendeel. Het bekende HOLLYWOOD tegen de berghelling op de achtergrond kan dat echt niet beter maken. De Universal Studios vonden we zo’n verschrikkelijke commerciële bende, dat we daar snel vertrokken zijn. Typerend voor de LA!?

Hoogste tijd om LA te verlaten en op zoek te gaan naar meer authentieke zaken van Amerika.

 

 

 

Highway One

Eigenlijk waren we al met de fiets begonnen met Highway one, weliswaar in de zuid-noord richting. Nu we in het bezit zijn van een camper doen we het in de noord-zuid richting. HW1 loopt helemaal vanuit Het noorden bij de grens met Canada, vanuit Vancouver/Seattle naar het zuiden en stopt bij de grens met Mexico in San Diego. Niet overal maar waar mogelijk volgt de HW1 de kustlijn van de Pacific. Wij beginnen uiteraard halverwege in SFO en hebben besloten bij Los Angeles de weg te verlaten en linksaf te slaan, richting het oosten en het Joshua Tree park als eerste park aan te doen. Dat verhaal volgt later, nu eerst HW1!

Vanuit ervaring wijs geworden hebben we besloten de eerste dag dat je een camper afhaalt niet al te veel ambities qua afstand te willen hebben. De andere keren kostte het veel tijd om alle paperassen en borg te regelen, camper te inspecteren en vervolgens ook nog de nodige boodschappen te doen en die allemaal een plek te geven in de camper. Omdat we vanaf het bedrijf waar we camper hebben opgehaald, op weg naar HW1 min of meer Silicon Valley doorkruisten wilde ik toch wel even een blik wagen in het gebied waar al die IT-innovaties vandaan komen. Bekende namen zoals Paolo Alto, Mountain View, Sunnyvale komen dagelijks is het nieuws omdat de Apple, Facebook of Google wel in het nieuws is. Nog onwennig in de nieuwe camper namen we de afslag naar de Google Campus. Niet heel indrukwekkend, wel een mooie, groene, uitstekend onderhouden campus waar veel nerds op in Google kleuren geverfde dienstfietsen van het ene naar het andere gebouw reden. Niets bijzonders eigenlijk voor een ervaren IT’er 😊. Vervolgens dus maar op weg naar de kust, daar wacht ons de HW1 die we bij Santa Cruz bereikte.

De eerst overnachting was op een schrikbarend dure camping aan de Sunset state beach, een stukje ten zuiden van Santa Cruz uit. Op advies van zwager Hans kozen we voor een KOA camping, want Hans had me duidelijk gemaakt dat wel wat prijzige, maar ook wel hele goede campings waren. Dankzij de korting bleef het bedrag voor deze eerste nacht nog net onder de 100 dollar. Tot op heden hebben we daar steeds een mooie hotelkamer met ontbijt voor weten te krijgen, nu we onze eigen bed, toilet en ontbijt meenamen moeten we notabene een hogere prijs betalen. Dat gaan we zo geen vier weken volhouden. Hans heeft wel gelijk gekregen, het was wel een mooie en rustige camping en inderdaad prijzig! Het beach season had duidelijk zijn intrede nog niet gedaan, want het aantal gasten was zeer beperkt.

Als we Monterey benaderen ligt het er schitterend en zonnig bij. Monterey is bekend van o.a. jazz- en popfestivals en in verre verleden van de visconserven. In het verleden schijnt het een smerig stadje geweest te zijn waar het naar vis stonk en waar je struikelde over de kadavers van walvissen. Zoals wij konden waarnemen is die tijd van visvangst wel voorbij en levert de vangst bij de toeristen veel meer op. Op deze wijze rendeert ook de rijke historie. Monterey ligt op een soort van schiereiland en dat levert een mooie route op langs de kustlijn die bekend staat onder de naam “17 miles drive”. Geen onderdeel van de HW1, maar zeker de moeite waard. Je moet er wel weer voor betalen als toerist om er te mogen rijden. Aan de ene kant kan je je vergapen aan de zeer fraaie kustlijn met tal van pacific rijkdommen en letterlijk aan de andere kant aan de rijkdom van de mensen die op fantastisch mooie groene velden met een grote stok aan het knikkeren zijn.

De HW1 vervolgen we in de richting van de Big Sur, waar de HW1 op zijn mooist is. Zie hierboven.  Fantastische vergezichten vanaf de weg en vanaf de lookouts. Mooie rotsen, branding en wij hadden ook het geluk van een heldere zonnige dag. Dat geluk valt niet iedere toerist ten deel, tenminste dat  heb ik van familieleden begrepen. We waren op vele manieren al op de hoogte gebracht dat de HW1 stukje onder de Big Sur geblokkeerd is vanwege een aardverschuiving. De weg is in zee geschoven en nu zijn ze bezig een nieuwe weg te bouwen. Kortom je kan niet verder. We hadden op de kaart een weg gevonden die het binnenland ingaat en daarmee leek het probleem te overkomen te zijn. De ranger van de camping in Lucia overtuigde ons ervan dat die oplossing geen aanrader was, omdat het a) erg smal, stijl en slingerend was en daardoor heel suf en sloom zal worden en dat b)omrijden via Monterey ongeveer net zo “snel” zou zijn. We hebben haar na een nachtje met de branding voortdurend op de achtergrond, maar gelijk gegeven. Zo zagen we dit stuk van de HW1 nog een keer, op zeker geen straf!

Vervolgens dan maar een beetje tempo maken over de “interstate” die achter het gebergte -Santa Lucia Range- ligt en die het achterland scheidt van de Pacific. Het achterland is een soort Westland achter de duinen, maar dan wel anders! Veel groter, nog platter, geen glas en hele grote percelen met heel veel kool, sla, peen en heel lekker heel veel supergrote aardbeien. Landbouw of moet ik zeggen “kouwe open air tuinders”. Heel veel personeel op het land aan het werk en net zo als in het Westland vooral ook veel “gastarbeiders”. Doen wij het tegenwoordig met Polen, in Californië doen ze het met Mexicanen. Ik weet niet wat die Trump bezield met het weren van Mexicanen. Ik krijg de indruk dat de economie in Californië voor 50% op Mexicanen draait.

Omdat we nog geen genoeg hadden van HW1, zijn we weer in zuid-noord richting gereden tot aan San Simeon. Hier rijd je weer op ongeveer zeehoogte langs de kust, minder spectaculair. De campings in het nationale parken zijn weliswaar minder fraai, maar bevallen ons qua prijs, en we hebben tenslotte bijna alle faciliteiten aan boord in onze camper. Bijna, want naast afvoer, gas, licht en water ontbreekt het tegenwoordig toch essentiële internet. In deze contreien is niet overal “bereik” en zeker geen 4G. Dat is ook de reden dat het updaten van de blog een tijdje heeft stilgelegen.

Een stukje voorbij San Simeon ligt een castle zo werd ons duidelijk gemaakt, je denkt eerst dat kan niet want die historie heeft Amerika niet. We hebben ons laten verleiden om toch een kijkje te gaan nemen. Aangekomen bij de plek geen castle te zien en wel een enorme parkeerplaats a la Blijdorp in R’dam. Voeg daarbij de verschillende soorten van bezoeken die mogelijk waren en een toegangsprijs van $25 p.p. maakten ons heel sceptisch. Vervolgens werden we massaal in een bus geladen om ons naar de top van een heuvel te brengen en ons tegelijkertijd te instrueren dat we ons wel moesten gedragen daar, dus geen eten en drinken en vooral geenkauwgom gebruiken. Boven aangekomen konden we het castle aanschouwen en alle scepsis liet ik direct varen. De plek, het aanzicht, de tuin er omheen had alles van een rijk Italiaanse landhuis dat zomaar ergens in de Italië gelegen zou kunnen hebben gelegen. Het is geheel is gebouwd door architect Julia Morgan in opdracht van krantenmagnaat Hearst. Zeg maar de Berlusconi uit de jaren 30 van de vorige eeuw. Het bijzondere is dat ze “God en zijn ouwe moer” vanuit de oude wereld naar dit bouwwerk hebben overgehaald. Je komt er van alles tegen; beelden uit Egypte vanuit het jaar 0, plafonds uit Spanje en Italië, Gobelins vanuit Frankrijk, kerkbanken uit kloosters, schouwen uit Ierland, tegels en fonteinen uit Italië en ga zo maar door. Je zou verwachten dat het een kitscherige bende zou zijn, maar dat is het gek genoeg niet. Het bouwwerk staat bovenop een heuvel in een aardbevingsrijk gebied en is opgetrokken uit beton, maar daar zie je aan de voorkant niets van terug (wel aan de achterkant, want het is nog niet af en dat gaan ze ook niet meer voltooien). Kortom een onverwacht verrassing die weliswaar op Amerikaanse wijze was opgetuigd, maar zeker de moeite en het geld waard was. De foto’s  proberen mijn gelijk duidelijk te maken. Oordeel zelf. (De foto’s volgen nog)

Nu snel het laatste stuk van HW1 afrijden, dat verder geen aparte vermelding verdient, en op naar LA.