Isle of Skye

Vandaag weer verder richting Isle of Skye gereden. Het is slechts 120km wat we hebben afgelegd, maar het rijden vraagt wel de nodige inspanning. Veel slingerende wegen, soms behoorlijk smal en met veel tegenliggers moet je goed aan je kant blijven anders ben je zomaar een spiegel kwijt. Richting Skye wordt het steeds mooier. Als we bijna gelijktijdig de opmerking maken dat het nog steeds een parkachtig landschap is en minder ruig dan we zouden mogen verwachten, verandert het beeld en krijgen we een kaler landschap voorgeschoteld.

Als we in Fort Williams aankomen. Is het een drukte van belang. Heel veel toeristen die hier naar toegekomen zijn, maar naar wat eigenlijk? Het fort kan ons niet echt bekoren en de Ben Nevis, de hoogste top van Schotland, heeft een enorme aantrekkingskracht op de Schotse klimgeiten. Daarnaast zien ook nog hikers met volle rugzakken, kennelijk komt hier ook een LDP (LAW) langs.

Omdat we Fort Williams overslaan zijn we rond 2u al op de camping. Mooie plek en nog heerlijk rustig. Tijd genoeg voor een wandeling. Komoot biedt iets aardigs, 8km de natuur in en 250m heuvelop. Moet te doen zijn voor vijven.

Vanaf de camping kunnen we direct starten. Het eerste stuk is wat stijl met losse stenen, maar daarna loopt het prima en de stijging is voor het laatst bewaard.

En vervolgens in omgekeerde richting weer terug, met een koel biertje al beloning.

De volgende morgen (vanmorgen dus) worden we gewekt door de zon. Dat is de eerste keer gedurende deze trip. Vandaag gaan we Skye bekijken, daar hebben we al goede verhalen over gehoord. We slingeren nog een stukje langs een Loch als we via de hoge brug het eiland bereiken. Weer heel veel campers op de weg vandaag. Waaronder ook hier veel Nederlanders.

We stoppen de nodige keren om te genieten van de prachtige vergezichten. De kale heuvels contrasteren mooi met de wolkenluchten die vervolgens ook het water blauw kleuren. Met dit weer is Schotland, of beter gezegd Skye een-groot-feest. Verderop naar de westkust wordt het landschap wat minder spectaculair, maar het blijft wel heel boeiend.

We houden een lunchbreak bij Dunvegan Castle & Garden. De tweede is een stuk fraaier dan de eerste. Goed dat we alleen een ticket voor de Garden hebben gekocht. Overigens wel een entree van 11 pound pp voor een pensionado. De prijzen liegen er niet om hier in de UK. Ook campings en de boodschappen zijn hoger in prijs dan je doorgaans in Nederland betaalt. Maakt niet uit, we nemen het er gewoon van zolang het kan. (voor meerdere uitleg vatbaar 😉

We kiezen als lunch een lekkere hartige pie, althans die van Gerda bleek meer zoet dan zout te bevatten. Beetje jammer! We vervolgen onze rit en via kleine wegen met inhaalplaatsen en mooie vergezichten bereiken we Uig. We gaan niet verder westelijk, al zou dat hier wel kunnen, want de ferry naar de Hebriden eilandengroep vertrekt hier. We vinden een mooie camping met uitzicht op zee. Later in de middag nog even op een terras een half pint gedronken en vriend geworden van Oscar. Oscar c’est un chien 😏. We genieten nog even na van deze mooie dag bij de camper als de zon langzaamaan verdwijnt achter steeds grijzer wordende wolken. Morgen weer een nieuwe dag waarin we het weer hogerop gaan zoeken. Het meest westelijke punt van de reis hebben we gehad.

Into the highlands

Als je naar Schotland gaat, dan ga je naar de highlands, tenzij je natuurlijk voor het WK wielrennen de oversteek wilt maken. Wij doen beiden. Het WK was natuurlijk geweldig met zo’n mooi resultaat. Mijn blog post over Mathieu leidde tot veel reacties en dat is altijd leuk. Kan ik ook tegelijk een correctie doen op de vorige post; deze dus, want ook Jan Raas is ooit wereldkampioen geworden, dat gebeurde in 1979. Ik had hem in mijn lijstje over over het hoofd gezien. Bedankt Vincent voor de correctie.

Inmiddels zijn wij in de highlands beland. Ja en dit is dus echt Schotland zoals ik me had voorgesteld. Rauw, desolaat, hoge kale bergen die groen uitslaan van het grasland, bos en mos. Vooral ook dat laatste. Dat komt natuurlijk vanwege het vochtige klimaat. Ook daar hebben we al kennis mee mogen maken. Gisteren met zon vertrokken en gedurende de middag werd het grauwer en zagen we op afstand de buien naar beneden komen. Uiteindelijk kregen wij ook ons portie, maar met de gedachte dat dit de natuur zo bijzonder mooi maakt dan neem je dit op de koop toe.

Vandaag het meer, waar we met de camper aan staan, omgefietst. Eigenlijk is het geen meer, maar een fjord want het heeft een open verbinding naar zee. Op het moment dat ik dit schrijf kijk ik naar het water dat met hoge snelheid het land instroomt, gewoon vloed dus. Als je zegt fjord dan denk je natuurlijk aan Noorwegen. Tijdens onze fietstocht kwam die gedachte ook telkens terug. Het lijkt hier heel veel op Noorwegen, misschien minder hoog, ook minder bomen, maar daardoor oogt het juist ruiger. Hier staan ook minder huizen dan in Noorwegen en ze zijn hier vaak wit in plaats van rood.

Zoals je kunt zien vandaag mooi weer, redelijk veel zon, maar wel een straf windje. 15 graden is redelijk en als je uit de wind in de zon kan zitten krijg je wel gewoon het zomergevoel.

In onze fietstocht hadden we uitzicht op de camping waar we de camper hadden staan. Het fietsen was overigens goed te doen, niet al teveel hoogteverschillen en decwegen waren erg rustig, uitgezonderd het stukje provinciale weg, maar daar was gelukkig een fietspad. De doorgaande wegen zijn bij vlagen erg druk. Er is heel veel toeristenverkeer. Je ziet hier heel veel campers, maar gezien het veranderlijke weer is dat heel logisch natuurlijk.

Morgen gaan we verder naar het noorden en ook een stuk naar het westen. Daar wordt het nog ruiger naar verwachting, ben benieuwd.

Mathieu

Ja vanmiddag geen woest en desolaat landschap, maar we gaan naar de binnenstad waar we het WK wielrennen op de weg gaan bekijken. We zijn er nu toch en dan is het leuk om zo’n evenement van dichtbij mee te maken. En bovendien hebben we een echte kanshebber in de persoon van MvdP. Die kan wel wat aanmoedigingen gebruiken.

De camping waar we staan ligt een stuk buiten Glasgow, maar er is een station vlakbij en het boemeltje brengt is na 14 stations aangedaan te hebben in 3 kwartier midden in het centrum. Het station grenst aan het parcours. Makkelijker kan bijna niet. Als we het station uitlopen zijn ze net aan de 2e omloop begonnen. We kunnen ze nog 12 keer langs zien komen. Lastig parcours met op sommige stukken ook gladde keitjes. Hopelijk blijft het droog anders wordt dat in de bochten wel riskant.

De kopgroep wordt ingelopen en het eindspel gaat beginnen. We zijn een stukje verder gelopen naar de helling waar ook de etenszakjes worden uitgedeeld. Daar zien we de huidige wereldkampioen in de aanval gaan.

Ik zie nog een heel fitte MvdP een bidon aannemen en laat hem horen dat ik Nederlander ben. We besluiten een biertje te gaan drinken op de goede afloop. Juist op dat moment begint het te regenen. Vanuit de pub zie ik dat Bettiol de kop heeft genomen en ik schat in hij weleens een springplank zou kunnen zijn voor Mathieu. Dat blijkt niet helemaal zou zijn gegaan, maar als we ons 200m voor de finish te hebben genesteld kijk ik mee op de telefoon van een Schotse fan, mijn batterij is leeg dus dan moet je wat anders bedenken. Ik zie dat MvdP er alleen vandoor is en inmiddels zo’n 30 sec voorsprong heeft genomen. Dat kan niet meer stuk schiet er door mijn hoofd. Nog een rondje te gaan en de voorsprong is al ruim een minuut als hij bij ons langs komt. Met een paar stevige aanmoedigingen jaag ik hem vooruit.

Foto van Gerda

Het wachten duurt lang, maar daar is ie weer, het kan nu niet meer mis gaan. Al ging het bijna mis bleek mij pas later. Op de foto kan je de kleerscheuren ook waarnemen.

Mathieu WERELDKAMPIOEN, wat leuk dat we dat dat op deze reis ook even konden meemaken. Na Jan Jansen, Harm Ottenbros, Gerrie Kneteman en Joop Zoetemelk is dit de 5e Nederlandse wereldkampioen die ik meemaak. Deze keer was ik erbij 😏

Dreich

Vandaag het Lake District verlaten en Schotland in getrokken. Dat is wel ff wennen hoor. Ineens versta je de mensen niet meer en ook het mooie weer is ineens verdwenen.. Nou ja om eerlijk te zijn dat hadden we ook al een beetje ingecalculeerd. Zo’n grauwe grijze dag met een drissel regen afgewisseld met buien. Zo’n dag komt in deze streken vaker voor en de Schotten hebben er een naam voor; “Dreich“.

We moeten nog wel even een oplossing vinden voor het lozen van de grijswatertank. Waar je in Frankrijk en Italië bij elke camperplek ook een loosplek kan vinden, is dat hier een zeldzaamheid. Ik zie ook veelvuldig campers en caravans staan met een losse grijswatertank. Op de provinciale weg die we volgen zijn veel parkeerplaatsen en als je goed oplet zijn daar ook rioolputjes aanwezig. Niet bij allemaal, maar waar de weg wat lager ligt zijn ze er wel. Natuurlijk om het water dat het laagste punt opzoekt, af te voeren. Na dit al rijdend uitgevoerde kleine onderzoek stop ik op een parkeerplaats om mijn ruitenwisser te repareren en kom ik precies met de grijswaterafvoerpijp boven een rioolputje. Hier kan dat zomaar gebeuren omdat we links rijden. Mijn uitlaat zit nl. aan de bestuurderskant en dat is hier de trottoirkant, daar waar ook de rioolputjes zitten. Tijdens het repareren van de ruitenwisser is het een kleine moeite om de klep even open te zetten. Een beetje grijs mengt goed met al dat frisse regenwater. Klus geklaard 😏

We rijden met regen het Lake District uit en heel soepel Schotland binnen. We besluiten om aan de westkant te blijven. Het is hier een heel verlaten streek. Een mooi glooiend en heel groen landschap met wat landbouw en wat vee, voornamelijk schapen. Een beetje desolaat maar dat maakt het ook wel weer spannend. We slaan linksaf en rijden richting een meer waar we ook een heuse camping vinden. Het sanitair is nog in aanleg, maar wij redden ons ook zonder die faciliteit. Het wordt weer droog dus kunnen we het er wel op wagen voor een wandeling. Het is goed om de spieren weer een beetje los te gooien na zo’n rit.

Heel veel schapen zien we ook hier en zo hier en daar ook een tentje met een wildkampeerder. Ik denk met plezier terug aan de tijd dat wij dat ook deden en je zou zo weer jaloers worden. Die tijd hebben we achter ons gelaten. Deze manier van vakantie houden past nu beter bij ons dan trekken met een rugzak en tent.

De volgende morgen worden we wakker met zon ☀. Dan ziet het er allemaal nog fraaier uit. De verwachting is dat nog veel meer van dit soort plekken gaan tegenkomen, maar dit was alvast een mooie start van de reis door Schotland. Nu op weg naar de WK wielrennen om Mathieu aan te moedigen.

Walking the dog

Veel verhalen gehoord over het Lake District, over de mooie groene omgeving, maar ja groene velden betekent dus voldoende water. In de verhalen die ik heb beluisterd zaten ook altijd de klachten over de vele regenbuien die er plegen te vallen. Gisteravond hadden we nog wel een buitje, maar vandaag was het heerlijk weer.

Na het ontbijt in de zon de App Komoot er maar weer eens bijgepakt en wederom een uitgebreid aanbod van wandelingen en fietstochten. We kozen voor de wandeling. Heel afwisselend, bos, open velden en natuurlijk ook de meren. Mooie paden, mooie vergezichten en vriendelijke mensen onderweg. Veel daarvan met een hond, heel opvallend. Of valt het mij op omdat ik de laatste weken weer met honden in de weer ben geweest. Oppassen dat ik ze niet allemaal ga aanspreken, maar bij gezellige mensen met een leuke hond kan dat wel. Voor mij heeft een leuke hond wel een beetje postuur en ook altijd hangende oren! Dus geen kleine keffertjes of eentje met opstaande oren, want die zijn meestal nukkig of agressief. Op deze manier kom je ook automatisch in gesprek met hun baasjes. “Walking the dog“dat is de manier om aan de praat te komen. Ik ken mensen die op die manier een nieuwe partner vinden. Neem een hond daar kan geen dating App tegenop.

Maar nu weer terug naar het fraaie landschap van het Lake District. Mooi groen, zonnig en fraaie wolkenluchten. Je kan je geen betere vakantie wensen. Niks geen regenbuien vandaag, deze dag kunnen we bijschrijven als een pareltje.

De wandeling eindigt bij een kasteel. Groot en grijs. Veel woningen hier kleuren grijs overigens, heeft natuurlijk te maken met de steensoort die ze gebruiken. De hele oude huizen bestaan gewoon uit aan elkaar geplakte keien en (lei)stenen, maar in een stad als Kendal was ook alles grijs, ook de nieuwe gebouwen. Kennelijk een harde eis van de plaatselijke schoonheidscommissie.

We hebben als we bij de camper terugkomen nog een halve middag stuk te slaan. Genieten van de zon die zo nu dan flink prikt. Nog maar even goed van genieten. Morgen is het misschien weer anders. Tijd ook om de volgende etappes uit te stippelen. Morgen toch maar weer verder, we waren immers op weg naar Schotland 🏴󠁧󠁢󠁳󠁣󠁴󠁿.

Just ignore the message

Als we vertrekken uit het gehucht Huxey wisselen zon en regen elkaar met hoge snelheid af. Het plan voor vandaag is via Yorkshire Dales naar het Lake district te trekken. Tot op heden is Engeland nog niet heel mooi gebleken. Wat wel opvalt is dat de doorgaande wegen de plaatsen en steden vermijden. Ze slingeren er letterlijk en figuurlijk tussendoor. Ook het landschap is tot nu toe nog niet spannend, beetje golvend en veel hagenrijen langs de weg zodat je blik heel beperkt is. Dat maakt het links rijden ook weer wat minder lastig. Dat valt overigens deze keer weer reuze mee. Op de doorgaande wegen is dat overigens lastiger dan de motorway. Linksaf is een korte bocht, rechtsaf is een ruïne bocht! Dat houd ik als geheugensteuntje aan.

Tegen de tijd dat we in de Yorkshire Dales aankomen knapt het weer aardig op. Droog en af en toe een beetje zon. Komoot biedt een keur van wandelingen aan langs onze route. Bij Aysgarth parkeren we de camper bij een Inn en vullen onze magen met een eenvoudige doch voedzame lunch. Daarna stappen we in onze wandelschoenen voor en wandeling langs de Aysgarth Falls.

Het water stroomt in grote hoeveelheden maar oogt behoorlijk bruin. Ik leid daaruit af dat het hier de afgelopen dagen ook flink geregend heeft. Mooie wandeling afwisselend bos en weiland met mooie vergezichten. Dit beeld compenseert de voorafgaande dagen. Op onze wandeling spotten we ook nog een jong hert. Dat maakt het natuurlijk extra mooi.

Tijd om de reis verder te vervolgen. Via een tussenstop in Kendal voor een bezoek aan de supermarkt voor de dagelijkse boodschappen, rijden we het Lake District in. Ik ben verbaast over het parkachtig landschap, had het veel ruiger verwacht. Maar ontegenzeggelijk heel fraai.

Ons oog hadden we laten vallen op een campsite van National trust. Een telefoontje om te checken of er nog ruimte is resulteerde wederom in een teleurstelling. In de ochtend ook al een poging gedaan en ook dat leverde een ingesproken berichtje op. Office closed. Dan maar op de bonnefooi de rit aangegaan. De laatste 10 km waren nogal uitdagend vanwege de steeds smaller wordende weg. Uiteindelijk komen we aan bij de entree en negeren het bordje met de melding die we niet wilde lezen, maar wel verwachtten. “Campsite full“. We rijden verder naar de receptie en dat blijkt nog een flink stuk te zijn. Nogmaals dezelfde boodschap, maar we zetten door. Met een zielige blik maken we bij voorbaat excuus voor de vraag “maybe you still have a place available for us“. Tot onze grote verbazing krijgen we een kaart mee met daarop drie pitches aangekruist die we mogen gaan bekijken. Dan blijkt dat het een hele grote camping is met veel ruimte en inderdaad een schitterend plek waar de camper in zou moeten kunnen passen.

Die melding aan de ingang gewoon negeren en de gok nemen betaalt zich maximaal uit. Tijdens het diner rennen de jonge herten langs onze camper.

Ja na zo’n dag ga je Engeland wel meer waarderen. Dit is waarvoor je op reis gaat, jezelf verbazen en bovenal laten verassen. Morgen het Lake District maar eens verder te voet gaan ontdekken, op zoek naar nieuwe verassingen.

Here we go again 😎

Ja, we zijn weer vertrokken! De eerste etappe was de kortste in onze historie. Althansqua km’s gereden dan. Niet qua reisafstand. Naaldwijk – Harwich is maar 6 km rijden, maar we waren ruim 7u onderweg. Dankzij de “weather conditions” mochten we drie kwartier optellen bij de 6,5 uur die de overtocht normaal gesproken duurt. Het werd half negen GMT (half tien onze tijd) voordat we op zoek konden gaan naar een overnachtingsplek. Ergens op een kade in Harwich aan de monding van de Stour, met uitzicht op de Noordzee. Als de aarde niet zo rond zou zijn geweest hadden we de vuurtoren van Hoek van Holland kunnen zien.

De overtocht ging redelijk voorspoedig hoor, al word je wel erg licht in je hoofd wanneer je zo’n tijd aan het schommelen bent. Ik denk achteraf dat we wat meer hadden moeten eten, nu kreeg ik last van hongerklop en stond ik wiebelend in de rij bij de balie in het restaurant. Alsof ik een lading bier had weggewerkt. Nou ja, wel 4u lekker zitten lezen over cyber incidenten (sick).

Toen we de camper geparkeerd hadden voor een paar Duitse campers eerst maar even een wandeling gemaakt langs het water met uitzicht op containerhaven. Prima weer, droog en een mooi temperatuurtje en dat is voor Engeland al boven verwachting.

Woensdag 2 augustus, vroeg wakker, want de biologische klok trekt zich niets aan van de Britse klok. Het weer was super Brits, it was raining “cats and dogs”, zoals de Engelsen dat dan zeggen. Maar het kan ook zo weer droog zijn met een waterig zonnetje. Onderweg de nodige buien gezien waarvan we er ook groot aantal mochten ervaren. Tijdens onze tussenstop in Cambridge was het aardig droog, dus we troffen het.

Cambridge is de universiteitsstad bij uitstek. Eigenlijk is het centrum een aaneenschakeling van colleges en gebouwen van Cambridge University. Een mooie wandeling langs al die klassiek ogende universiteitsgebouwen. Helaas stond de mooiste in de steigers, lucky us! Daarom maar een college op de foto gezet.

Schitterend hoor, klassieke gebouwen en nog klassiekere lawns, keurig kortgeschoren en waag het niet om er een voet op te zetten.

In de stad ook nog deze mooie klok tegengekomen.

Quizvraag voor de thuisblijvers, hoe laat was het?

Via het evenzo klassieke Engelse park terug naar de camper en weer verder. Schotland wacht..

Prosciugato sul Lago Maggiore

De reis loopt ten einde, althans onze Giro d’Italia. We zijn inmiddels heelhuids via de gevarenzone aangekomen aan het Lago Maggiore. De reis liep zonder enig oponthoud, geen nare dingen gezien. Wel een wijngaard die blank stond en, heel voor de hand liggend, een kolkende rivier de Po. Heel bruin water, dat duidt er meestal op dat er veel zand meegespoeld is dat van de velden, akkers of oevers mee is gekomen. We zijn geen fan van ramptoerisme, doen er niet aan mee en hebben er gelukkig ook geen signalen van gezien. Eigenlijk gewoon een goede reis via de snelweg dus. Uitgerust kwamen we dan ook aan op de camping en vonden een plek met uitzicht op het meer, redelijk dicht bij het water. De plek voelde redelijk stevig aan, maar was nog wel wat modderig en dus ontstond nog wel enige twijfel over de mogelijkheid van verzakking. Dus naast de blokken ook maar de antislipmatten neergelegd. Dat zag er op het eerste ook redelijk stabiel uit. Wel een beetje in de gaten houden of we niet wegzakken en ook bij een mogelijke flinke regenbui toch maar een hoger gelegen plek zoeken. Maar de weersverwachting was dat er tenminste twee zonnige dagen zouden volgen. Dus het mogelijke probleem lost zich vanzelf op als de grond opdroogt.

We hadden geen actief programma voor de komende dagen, anders dan wat fietsen, wandelen en zwemmen. Opdrogen en uitrusten was het motief, dus begonnen we ‘s morgens na de koffie met het kuisen van de camper. Niet heel hard nodig, maar ja ” je moet er wel mee over straat” zou Karin zeggen. Moet er dus wel een beetje netjes uitzien. Daarna het grote nietsdoen en ook weer zon en dan droogt het lekker, daar deden we het voor. Nietsdoen is vooral zitten en lezen. En ter afkoeling, ja het werd echt warm, even een frisse duik in de heldere water van het Lago en dan weer opdrogen (prosciugato) Verder niets!

Maar ja een dag nietsdoen begint het wel te kriebelen, dus de volgende dag toch maar even Komoot erbij gepakt en een fietstochtje uitgezocht.

Opvallend om te zien dat al die Italianen met hun tuin of tuinhek of de buitenboel aan de slag waren gegaan. Nu het allemaal eindelijk een beetje opgedroogd was, moest er blijkbaar wat gewerkt worden. Veel grote tuinen met dito huizen zie je hier. De verschillen met het zuiden zijn heel groot. Nu is de omgeving van het Lago Maggiore ook wel een soort Wassenaar. Dat de verschillen met het diepe zuiden wel erg uitvergroot. Mooie grote huizen met dito tuinen, dus het nodige te onderhouden. Uitzichten tussen de huizen door en bij ook tijdens de koffie zijn echt fantastisch.

We kwamen onderweg ook nog een aardig restaurant tegen voor een laatste echte Italiaanse “pranzo” . Daarna nog wat boodschappen en dan verder nog even wat genieten van de zon nu het nog kan. De vooruitzichten voor morgen zijn weer zodanig dat we besloten hebben ons verblijf tot twee dagen te beperken. Er komt woensdag weer veel regen aan, dus wegwezen hier.

Tegen de avond pakken donkere wolken zich boven de bergen samen. De buienradar er maar even bij gepakt en de Italiaan meldde dat de onweersbuien op gepaste afstand zouden blijven, maar onze Buienalarm app gaf een enorme bui met heel veel neerslag aan. We hadden angst dat we bij een doorweekte ondergrond niet meer weg zouden kunnen. Paniek! Koffie snel opdrinken en heel snel verkassen naar een hogere gelegen plek op de camping. Binnen 10 minuten zonden we daar en wachtten op wat er verder stond te gebeuren. Het gedonder kwam steeds dichter bij, maar de regen bleef uit. Voor niets alle moeite. De Italiaanse app deed het deze keer beter dan de Nederlandse. Nou ja dan kunnen we morgen snel weg. Op een symptomatische wijze afscheid nemen van Italië; vluchtend voor de regenbuien.


Grande amore per Siena

We waren er al eerder geweest, ergens in de vorige eeuw. Een Fietstocht met Anne en Koos door Toscane. Met het vliegtuig, fietsen mee, naar Firenze en daar dan aankomen zonder fietsen en slechts een deel van de bagage. Uiteindelijk kwam het allemaal goed en de voorlaatste etappe eindigde toen in Siena. We hebben toen op het Piazza del Campo, het centrale plein, in de stad zitten uitrusten en met grote verbazing zitten kijken, alleen maar kijken en verbazen. Over de toren, de omringende gebouwen en vooral de fraaie vorm van het plein. Toen hadden we niet zo veel tijd om alles te bekijken dus het lijstje was bij lange na nog niet afgevinkt.

Toen we gedwongen door de buien op zoek gingen naar plekken in Italië die we graag wilden bezoeken, kwam Siena al snel naar boven. De oude vakantieliefde van destijds bloeide alweer op bij de gedachte. Gerda had nog wel een bezoekenwensenlijstje klaar liggen en dat sloot ook nog eens goed aan bij de weersverwachting. We vonden een aardige camperplek, wederom agriturismo, en dus stonden we weer gezellig onder de olijfbomen. Siena op fietsafstand, met uiteraard wat klimmetjes, daar ontkom je niet aan in het Toscaanse landschap.

Na aankomst een plan gemaakt voor het bezoek de volgende dag. Uiteraard het weerzien met het Piazza, de straatjes, maar ook de bezoeken aan De Duomo en het museum.

De Kathedraal van Siena staat nu ook hoog op mijn favorietenlijstje. Die is gewoon super mooi, alles in evenwicht qua kleur, qua vormgeving, qua uitstraling. Heel anders dan Sint Pieter in Rome, die staat ook hoog op de lijst, maar deze is mooi vanwege een voor mij ondefinieerbare schoonheid in bescheidenheid en volledigheid, binnenwerk en buitenwerk, wanden en vloeren, kleur en vorm, toren en koepel, gewoon compleet.

Siena ligt op een aantal heuvels, maar het grote centrale plein ligt daar tussenin, dus uit de straat ga je redelijk steil naar beneden naar het plein. Dat plein loopt dan ook nog weer eens schuin af naar het gemeentehuis met die fabelachtige, zo herkenbare, klokkentoren. Een mooier plein bestaat er volgens mij niet. Ook hier mooie kleuren van gebouwen, afwisselend maar toch in stijl en die ovale vorm maakt dit plein tot het mooiste plein dat ik ken. Niet overdadig, niet grotesk, maar intiem, zo fraai van vorm, en ozo mooi.

De hoogteverschillen in Siena kwamen ook goed tot uitdrukking toen we het museum bezochten dat tegenover de Duomo ligt. We bezochten er een overzicht van een aantal schilders uit de 15e en 16e eeuw waaronder ook veel onbekende Hollanders en Belgen. Niet heel indrukwekkend. Het museum zelf is ondergebracht in een oud ziekenhuis met ook tal van fresco’s op de muren. Maar we konden ook dieper in de catacomben een kijkje nemen met tal van archeologische vondsten. Uiteindelijk waren we aangekomen op de 4e verdieping van de kelder, dus in de onderste catacomben en daar lag ineens een lange gang en dat bleek een soort van centrale straat van het ziekenhuis te zijn geweest die ook buiten aansloot op de straat. Heel onverwacht en vervreemdend.

We waren nog niet klaar dus nog maar een dag besteed aan deze mooie stad. Eerst naar het nonnenklooster waar we een kijkje konden nemen. Op het plein waren twee vaandelzwaaiers aan het oefenen. Leuk op te zien welke technieken daar allemaal voor nodig zijn. Conclusie, niet eenvoudig zeker als dat ook nog synchroon moet.

Vervolgens een ticket gekocht voor het gemeentehuis. Een combinatieticket met een klim naar de top van de toren konden we eenvoudig afslaan. Die toren hebben we destijds al beklommen en dat was een hele klim destijds. We waren wijzer geworden na die ervaring.

Het gemeentehuis bood ons wederom fraaie muurschilderingen. Deze keer geen religieuze afbeeldingen, maar afbeeldingen die alles te maken hadden met waar bestuurders zoal mee te maken krijgen. Het bestaat dus wel niet religieuze fresco’s.

Het balkon verschafte een schitterend uitzicht op het Toscaanse heuvelland. Ook dat is waar je verliefd op kan worden. Ook al ontbrak de zon, toch was het oogstrelend. Misschien toch een goede reden om nog een keer terug te keren. Siena/Toscana in de volle zon.

Beneden in de catacomben eindelijk ook moderne kunst. Beetje bizar wellicht maar toch wel boeiend.

Op zoek naar een goede plek voor de lunch kwamen bij een soort van markthal aan. Daar stonden lange rijen tafels gedekt, klaar voor een groot gezelschap. Tijdens onze lunch werd langzaam duidelijk welk gezelschap. In ieder geval luidruchtig en veel tenoren en bassen. Toen we buiten kwamen zagen we een groot feest van een groep studenten. Waarschijnlijk een koor, moest er direct aan denken, maar ik heb gelukkig geen grensoverschrijdend gedrag geconstateerd. Integendeel het ging er heel gezellig aan toe.

Siena is nu even klaar, verwachting voor morgenmiddag onweer en veel regen, dus wegwezen. Het plan is om het rampgebied over te steken. ANWB en Google geven aan dat op de snelweg geen hinder wordt ondervonden. Dus op naar het noorden daar lijkt het mooi weer te worden. We kiezen voor het Lago Maggiore.


Domenica desolata

Gallipoli is wel aardig, heel toeristisch, maar valt eigenlijk schril weg in vergelijking met soortgelijke stadjes op Sicilie. Zeg maar net de moeite waard. Bijvoorbeeld om meer te weten te komen over hoe deze stad in het verleden faam opbouwde door de productie van lampolie, verkregen uit olijven. We bezochten een authentieke olijvenpers en leerden over het moeizame proces. Ezels om de pers te laten draaien, 7×24 economie in 1u op en 1u af werkwijze. Kortom bikkelen hier in deze kelders. Heel hard werken voor de mensen dus, zo hard dat de Paus deze mensen destijds vergiffenis heeft geschonken voor al hun zonden. Hard werken werd achteraf dus beloond. Voor die mensen is het te hopen dat er toch een hemel bestaat, anders is het wel een heel zure beloning voor al dat bikkelen.

We doen nog even wat inkopen voordat de winkels op deze zondagmiddag dicht gaan. Nu richting Otranto want de oostkust schijnt rotsachtig te zijn en we hebben een aardige camping op het oog.

Het ritje langs de punt is in vele opzichten teleurstellend. Het land is zo plat als een dubbeltje, de olijfboomgaarden zijn olijfbomenkerkhoven en het weer wordt steeds grijzer. Als we de fraaie kustweg opdraaien zien we heel weinig van de rotskusten en na 10 km blijkt wederom de weg zomaar weer afgesloten te zijn. Rechtsomkeert dan maar weer en de stemming in de camper daalt verder. We besluiten via een andere route naar Otranto te rijden. Het wegdek en weer gaan hand in hand, het wordt steeds slechter. Het lijkt een troosteloze (desolata) zondag te worden.

Uiteindelijk komen we rond theetijd aan in Otranto en de camping ligt dichtbij het oude centrum. We wandelen er naar toe en komen een aardig oud gerestaureerd fort en dito Duitse toeristen tegen. De Kathedraal levert weer een ander stukje cultureel erfgoed op, mozaïekvloeren. Heel fraai, maar lastig om op de foto te krijgen.

Dit geeft de toerist weer nieuwe moed en ‘s avonds maken we nieuwe plannen. We willen morgen de trulli (is al meervoud) gaan opzoeken en bidden voor beter weer, maar hebben twijfels of dat gaat helpen.