Experiencias españolas

Misschien toch nog wel waardevol om in deze allerlaatste blogpost onze ervaringen in Spanje samen te vatten, onbelangrijke, opvallende en onopvallende zaken hier te melden. Kentallen en eigenaardigheden rijp en groen door elkaar.

Spanje is een fantastisch land om te bereizen met een camper, de wegen zijn over het algemeen redelijk goed maar nogal wisselvallig, soms heeft het wegdek wat achterstallig onderhoud en is het een kunst om de slechte stukken te vermijden. Nabij de grote steden kunnen de wegen wat vol zijn, maar we hebben nauwelijks in een file gestaan. In totaal hebben we zo’n 5500km erop zitten, dat is Spanje incl. de reis er naartoe. In Frankrijk hebben we zowel heen als terug voor een deel autoroute en voor een deel Route National gereden. Op de heenreis waren we ruim €100 aan tolgeld kwijt, dat verwacht ik ook voor de terugreis, maar dat bedrag is nog niet afgerekend. Het gebruik van de tolbadge (telepeage) is prima bevallen. Voor zo’n €20 haal je bij de ANWB zo’n badge en die plak je tegen de voorruit en daarmee kan je bij de tolpoortjes zowel in Spanje als Frankrijk gewoon doorrijden zonder contanten of creditcards. Er zijn bij sommige tolstations speciale doorgangen waar je dan met je badge met een vaartje van 30km kunt doorrijden. Heel handig. De AP7 waarop je binnenkomt in Spanje aan de oostzijde is voor een groot stuk nu tolvrij geworden. De eerste tolpoort die wij tegenkwamen was ergens in de buurt van Gibraltar.

Als reisgids hadden we een reisgids van Dominicus, bevat veel informatie over de grote steden en hij besteed eigenlijk alleen maar aandacht aan historie van de steden en plaatsen. Over de bijzonderheden in de natuur wordt veel te weinig gemeld. Wellicht kwamen wij daardoor iedere keer in een kathedraal uit ;-). Ook hadden we de digitale versie van de Lonely Planet tot onze beschikking, daar hebben we een aantal routes uitgehaald die we gevolgd hebben. De LP geeft meer, maar nog wel summiere informatie over de steden en de streken. Daarbij ook redelijk veel routeinformatie, maar met een goede navigatie aan boord heb je daar niet zo veel behoefte aan. Voor de camperplaatsen en campings gebruikten we veelvuldig de app van CamperContact. Ideaal! geeft snel de informatie die nodig is om je keuze te kunnen bepalen. De reviews die daarbij vermeld staan geven een mooie aanvulling. Daarbij kon ik eenvoudig het adres van de camperplaats vanuit de telefoon kopiëren naar de app van de navigatie die hieruit vervolgens de route voor ons bepaalde en die ik dan eventueel nog kon aanpassen als ik een bepaalde plaats wilde invoegen. Het kostte enige tijd om alle mogelijkheden van de navigatie te onderkennen, maar na een paar leermomenten hebben we die nu wel onder de knie gekregen. Zo kwamen we een keer op een camperplaats terecht terwijl we in tweede instantie een camping hadden geselecteerd, maar in de communicatie tussen telefoon en navigatie was toen iets fout gegaan, waardoor we toch tot onze grote verbazing op de eerst gekozen locatie uitkwamen.

Als we meerdere nachten op dezelfde plek bleven kozen we vaak voor een camping. Want met name de elektrische aansluiting is wel gewenst. Koffie en shakes maken is dan een stuk makkelijker en ook moesten we de telefoons vaak weer opladen.

Campings zijn in Spanje echter redelijk dun gezaaid in vergelijking met Nederland en Frankrijk. Spanjaarden staan graag op camperplaatsen, wellicht vanwege de kosten van de campings, ik weet het niet. Maar het viel wel op dat campings met name bevolkt werden door de Nederlanders. Naar mate de stad meer faam heeft verworven was het gezelschap op de camping ook meer internationaal, maar Nederlanders kom je altijd tegen, al ben je in Timboektoe. Waar ik ook was tijdens een vakantiereis altijd waren er landgenoten. Overigens zijn er wel wat opvallende zaken te melden van wat er op de camping zoal gebeurt. Als je in de maanden april/mei op een camping bent dan is de gemiddelde leeftijd op zijn minst 75 jaar. Wij voelden ons jonkies onder de campingbevolking. Ook viel op dat de gemiddelde campingman de verantwoording draagt voor de af- en aanvoer. Je ziet ze veelvuldig, gemiddeld ook enigszins krom lopend met de plee (in rolkoffer uitvoering) en gieter in de weer.

Ook het buitenkoken is gemiddeld genomen een mannenbaan, al was het daar nog niet altijd het juiste weer voor. Verder is het heel stil, althans na negen uur, want iedereen zit dan binnen te kaarten, te dobbelen of TV te kijken. Het is dan camping oneigenlijk stil, terwijl de camping toch helemaal vol stond. In de ochtend tijdens koffietijd of late middag gedurende het borreluurtje gebeurt er het meest irritante wat er op een camping kan gebeuren, dan wordt er contact gelegd met het thuisfront en ik hoef en wil al die familiedrama’s en problemen niet horen die via telefoon of facetime worden uitgewisseld. Het ergste is als de buren ook al de kleinkinderen op facetime te spreken krijgen. Op de een of andere manier valt alle gene weg en lijken de kleinkinderen naast gedragsproblemen ook gehoorproblemen te hebben. Op volle geluidsterkte worden de laatste schoolresultaten en uitslagen van D’tjes uitgewisseld. Tja, ik kan me er niets bij voorstellen, heb er geen ervaring mee zal ik maar eerlijk bekennen. Wellicht is het daarom zo irritant.

Ter voorbereiding van deze reis heb ik mezelf wat Spaans geleerd met behulp van de app van Duolingo. Elke dag wat woordjes oefenen dat levert echt wel wat op. Ik betrapte me erop dat ik zonder het echt te beseffen aankondigingen in het Spaans kon lezen en begrijpen zonder te realiseren dat het Spaans was dat ik las. Spreken is nog wel lastig, nov lastiger wordt het als ze een antwoord geven in het Spaans, want dat gaat meestal zo snel dat ik moet afhaken. Overigens kan je in de grote steden en de meeste campings gewoon met Engels terecht. De begroeting ging dan meestal in het Spaans om vervolgens de vraag te stellen of men Engels sprak. Bij een ontkenning begon dan voor mij de uitdaging, maar meestal volgde dan “yes, off course” of “un poquito”.

Zoals genoemd staan de Spaanse camperaars zelf graag op de gratis camperplaatsen en ze kruipen het liefst zo dicht als mogelijk tegen je aan. In Cordoba was er gigantisch grote parkeerplaats met een zee van ruimte. Wij hadden onze camper op zo’n 2 campers-brede afstand geplaatst van onze Franse buren, maar toen we de volgende morgen wakker werden had een Spanjaard kans gezien in het donker zijn camper er tussen te wringen 🙁 waarom in godsnaam, er was werkelijk een zee aan ruimte elders.

In een van de blogposts meldde ik al dat wij vaak buiten de drukte van een stadscamperplaats een plek zochten. Soms met als gevolg dat we wel een stukje moesten fietsen voor een bezoek aan de stad, maar op die manier zie en ervaar je wat meer van het Spaanse leven. Zoals bijvoorbeeld de kwaliteit en diversiteit van en op de Spaanse fietspaden. Meestal groen gekleurd, het begin en eind is nogal abrupt, of spontaan 😉 en in alle gevallen heel smal en komt zowel voor aan linker- of rechterzijde of in de middenberm. Fietsen is Spanje is op z’n minst avontuurlijk.

Wat zijn de aanraders, de must see’s. Daar zijn er veel van in Spanje, en voor elk wat wils. Heel veel stranden, heel veel zee, dat is bekend maar dat was niet waar wij voor kwamen. Heel veel historie, oude architectuur en kunst daar kwamen we wel voor en ook voor de natuur en het landschap en daar hebben we volop van genoten. Voeg daarbij het lekkere eten voor een eerlijke prijs en de overheerlijke Spaanse wijnen en het ideale vakantieplaatje is compleet. Wat zijn dan de uitschieters geweest op deze reis?

Valencia heeft mijn hart gestolen vanwege de groene ader en de overalaanwezige geur van de bloesem van citrusbomen. Granada is fantastisch mooi met het Alhambra, maar vooral ook de ligging met de Sierra Nevada op de achtergrond. Cordoba mag je niet overslaan want het Mezquito is bizar en mooi tegelijkertijd. Ook de woon- en werkplek van Salavadore Dali was inspirerend. Maar kleine onverwachte zaken zijn ook heel leuk zoals de camperplaats bij een wijnboer in de buurt van Lleida of de lunch met oud student Guido en zijn vriendin Roberta en de kleine Arthur in Badalona.

En tenslotte het weer. We hadden verwacht dat de zuidkust van Spanje in april wel wat meer warmte zou bieden, maar het was nogal wisselend, dat is ook Spanje in het voorjaar. De ene dag is dik 20 graden, vervolgens krijg je een buitje of steekt de wind op en is het de volgende dag dik 10 graden kouder. Toch hebben we het niet als een probleem ervaren, je past je plannen aan want als pensionado heb je alle tijd. Spanje is wat ons betreft nog niet klaar, want het noorden biedt nog veel schoonheid die we nog bewaard hebben voor een volgende reis, dan wel in de nazomer als het land geel in plaats van groen kleurt.

España es fantástica, me encanta.

Regreso a casa

De titel thuiskomst geeft aan dat we inmiddels thuis zijn. De laatste blogpost komt dus vanuit BL5. Van het bezoek aan de natuur van Spanje in de laatste dagen is niet veel terecht gekomen. Op de terugreis hadden we nog het plan om in Noord Spanje in de natuur nog een beetje te gaan afkicken van al die stadse fratsen. Met mooi weer vertrokken we uit Toledo en hadden we de omgeving van Soria als eindbestemming op het oog. Madrid bleef onderweg links liggen, en dus behoorlijk druk op de wegen onder Madrid, maar toen we eenmaal op voorbij Gualdalajara waren werd het heeeeeel rustig op de weg. Het werd duidelijk dat we de hoogvlakte hadden verlaten, of beter gezegd de vlakte. Het ging weer omhoog en ook omlaag, niet met haarspelden, maar recht toe recht aan. Nog steeds in oostelijke richting rijdend werd het landschap steeds fraaier, in combinatie met het weinige verkeer kwamen ook wijzelf helemaal tot rust. Helaas liet de zon wel meer verstek gaan en stond er een heel frisse wind toen we bij een tankstation zowel Diesel als ook nog wat lucht gingen innemen. Diesel tanken in Spanje is ook een dure aangelegenheid, maar je krijgt bij de kassa een verrassing want de prijs die je uiteindelijk betaalt is gemiddeld zo’n 10% lager dan wat op de pomp wordt vermeld. Ook op die manier was Spanje heel verrassend. Toen we weer een nieuwe helling hadden genomen bleek dat we op zo’n 1300m zaten. Sluipenderwijs zijn we toch aardig geklommen. Aan het landschap was het niet direct terug te zien, waarschijnlijk omdat er geen echte hoge pieken en dus ook geen sneeuw te zien was in de omgeving.

Bij Alcolea del Pinar veranderde de koers naar Noord, richting Soria. Ook hier heel erg rustig op de tweebaansweg. Soria was de beoogde eindbestemming, geen camping maar een camperplaats aan de oever van de Duero. We waren niet erg tevreden met wat we hadden uitgekozen, slechts één andere bewoner, maar duidelijk geen camperaar, gezien de uitstalling rondom zijn woonwagen. De plek was qua natuur wel aardig, maar voelde een beetje unheimisch, ver van het centrum en dus niets om de middag wat leuker te maken, daarbij was het ook gaan miezeren. Dan maar verder door naar een mooie camping in een natuurgebied zo’n 60km verderop. Het landschap werd wat ruiger, de weg smaller en bochtiger en toen we een tunnel uitkwamen zaten we in de wolken. Grijs en Nat! Ook deze locatie dan maar voor een volgende keer bewaren en door naar Logroño. Volgens Campercontact konden we daar kiezen uit verschillende overnachtingsmogelijkheden. We kozen in eerste instantie voor een camping aan de Ebro, maar toen we daar in de buurt kwamen passeerden we een heel grote en fraaie parkeerplaats, waar al een aantal camperaars zich al gesetteld hadden. Deze plek kreeg wel onze goedkeuring en dus camper geparkeerd en even rust. De laatste 120km waren niet gepland en behoorlijk lastig om te rijden en het bracht de teller op 420km, een beetje te veel gezien de ook de bergachtige laatste kilometers. Zo rond half zeven maar eens aan het eten begonnen. En toen alles net op het vuur stond gebeurde waar we al voor vreesden, het gas was op. De kou in de eerste week met daarbij het gebruik van de kachel wreekte zich nu. Geen gas is geen eten, dus er op uit, op zoek naar restaurant. In een vorige post meldde ik al dat je in Spanje de hele dag door kunt eten. Nou blijkt Logroño nu net een uitzondering te zijn. Dus toen wij om zeven uur in het restaurant om de kaart vroegen, vertelde de dame achter de tap dat de kok pas om acht uur zou arriveren. Veel alternatieven waren er niet voorhanden want google meldde dat er weliswaar in Longroño behoorlijk wat restaurants zijn, maar meldde daarbij ook dat ze vooral op dinsdagavond gesloten zijn. Na een uurtje stukgeslagen te hebben kregen we de verheugende melding dat de kok gearriveerd was. OK het was geen echte Spaanse maaltijd, maar alles beter dan hoog in de bergen in de druipende wolken vol nattigheid en kou een paar kale boterhammen en een bak yoghurt wegwerken. We prezen onszelf rijk met de gedachte dat dit ook ons lot had kunnen zijn.

Nog even een wandelingetje langs de Ebro die blijkbaar behoorlijk ruig kan zijn gezien de vele boomstammen die op de oever zijn geland. Als we daar naar staan te kijken realiseren we ons dat het op z’n minst opmerkelijk is dat we vanmorgen nog in Toledo wegreden langs de rivier de Taag, die bij Lissabon in de oceaan stroomt, vervolgens ook nog langs de Douro hebben gestaan die bij Porto in de oceaan stroomt en nu weer bij de Ebro die dwars op de voorgaande twee in de middellandse zee uitmondt en die we ook al in het begin van de reis bij Zaragossa hebben gezien. Drie grote Spaanse rivieren op één dag, drie grote natuurverschijnselen in plaats van grote historische gebouwen. Ook dat is Spanje.

Spanje rijden we morgen uit, want er is nog meer regen op komst in Baskenland, terwijl een klein stukje verderop in Frankrijk mooi weer wordt verwacht. Adios españa hasta pronto.

Última catedral

Toledo dus, met zijn rijke historie en daarbij horen natuurlijk burchten, stadsmuren en de onvermijdelijk kerken, sunagoges en natuurlijk een kathedraal. En hoewel ik eigenlijk verzadigd was van kathedralen, wist Gerda mij over te halen deze te gaan bezoeken. Het idee was om eerst een rondje te maken door de stad en daarbij de stadsmuur met de vele poorten als leidraad aan te houden. Dat is weliswaar niet helemaal gelukt, want uit zelfbescherming kozen we ervoor om niet iedere keer weer helemaal af te dalen naar een stadspoort. Wel nog even een oude synagoge bezocht, waarbij het dit keer niet ging om alle vooral ging om Eerst koffie met iets erbij want een wandeling door Toledo hakt er aardig in. Het neemt enige tijd in beslag om de dame van dienst te overtuigen dat wij aan koffie toe waren. Ze had er vandaag zichtbaar duidelijk geen zin in. Juist toen we wilden afrekenen kwam het iets erbij er toch nog aan.

Een klein uur later gingen we op weg naar de Kathedraal voor het ultieme laatste bezoek deze reis van een kathedraal. De kathedraal van Toledo kan zeker concurreren met alle voorgangers, maar als het gaat om de (christelijke) kunstobjecten dan kent het zijn gelijke niet. Ik ben geen kunsthistoricus dus kan ik dat niet goed op waarde schatten, maar mijn gids die zich daar wel in had verdiept, was daar heel overtuigend in. Zo was er een monstrans van puur goud, een geweldig stukje edelsmidwerk. Gemaakt van goud dat door Columbus zelve vanuit Amerika was meegenomen. Ik vrees dat hij daar weinig peseta’s of dukaten voor heeft neergeteld. Gewoon een aardig souveniertje meegenomen vanuit mijn vakantiereis. Misschien ben ik nu wat al te cynisch. Indrukwekkend is het zeker.

Ook heel veel schilders kunst een beeldhouwerswerk te zien. Kortom het is een bezoek meer dan waard. Maar inmiddels kan ik de inrichting van kathedralen dromen, al ben ik bang dan het ook weleens een nachtmerrie kunnen gaan worden. Ik weet het, ik ben een beetje blasé na zoveel kathedralen gezien te hebben en het terugkerend thema van het geloof, toch was het wederom het bezoek waard.

Morgen reizen we verder, geen kathedralen meer, maar nu wat meer natuur, want dat dreigt er een beetje bij in te schieten met al die steden op een rijtje. We hadden al besloten om Madrid te bewaren voor een volgende reis, dus kunnen Madrid letterlijk links laten liggen en gaan we door richting Baskenland. Daar is nog wel wat natuur wat voor ons nog niet ontdekt is.

Camino de Toledo

In een dag door naar Toledo vinden we een beetje te ambitieus, dus kiezen we ervoor het traject in tweeën te knippen. De tussenstop staat gepland in Almagro, ergens midden op de hoogvlakte van het Spaanse binnenland. Volgens de Lonely Planet wel een stadje dat een bezoek verdiend, maar duidelijk van een ander niveau dan Sevilla en Cordoba. De route naar de Spaanse hoogvlakte die we kiezen is via de secundaire weg en is erg rustig en fraai. We klimmen naar een hoogte van 900m en vervolgens gaat het een paar keer op en neer om vervolgens op hoogte te blijven. Heel veel hellingen met olijfbomen, keurige in eindeloze rechte rijtjes, het is indrukwekkend. Later ook veel wijngaarden, maar de wijnranken zijn nog weinig uitgelopen, een beetje pril groen dient zich pas aan. De centrale hoogvlakte van Spanje is algemeen bekend, Madrid ligt op zo’n 600 a 700 meter. Ik realiseer me nu pas dat in het woord hoogvlakte het woord vlakte meer betekenis geeft een het gebied dan het woord hoog. Hoog zie je niet, maar vlakte wel. Het is daar nog platter dan in Nederland. Nabij onze bestemming voor vandaag is het een grote kale vlakte, maar gelukkig staan er bij de beoogde camping wat bomen waardoor de eerste aanbik, weliswaar op afstand, niet onaardig is. Bij de entrada is weinig activiteit te bespeuren, bellen naar de beheerder levert niks op, dus rijden we de camping op en hebben geen moeite een lege plek te vinden. Ruimte te over en we installeren ons op een soort van gravel ondergrond. Later lijkt zich dat te verklaren, want het gebied was in een ver verleden vulkanisch. Onderweg zag ik ook al aankondigingen voor heilzame baden en spa’s. Blijkbaar is dat ook een van de verworvendheden van Almagro. Het centrum van het stadje bood bij onze doorkomst weinig aantrekkingskracht, dus besluiten we de middag al chillend door te brengen. Bij het nalezen van al het moois dat Almagro te bieden heeft, laten we ons overhalen om zondagmorgen eerst een bezoek aan het stadje te brengen alvorens door te reizen naar Toledo.

Als we willen afrekenen is het kantoortje nog steeds verlaten. Toch maar even gebeld omdat we niet zonder te betalen willen vertrekken, nu wel contact en vanuit het naburig restaurant komt er bediening toegesneld en kunnen we onze bijdrage voor een noodzakelijke update voor deze camping, die ernstig in verval dreigt te geraken, voldoen. Een wandeling door het stadje levert een aantal aardige bezienswaardigheden op die weliswaar de moeite zijn, maar een beetje in het niet vallen bij al het voorgaande dat we gezien hebben. Oordeel zelf.

We vervolgen onze Camino de Toledo en gaan verder over de Spaanse hoogvlakte. We passeren ondermeer de Spaanse “Kinderdijk”, de wereldberoemde molens van La Mancha en het Don Quichotte verhaal.

We passeren nog meer wijnvelden, ook deze zijn net zoals de olijfboomgaarden eindeloos groot. Ze deden me denken aan de eindeloze wijnvelden op de Duitse Rijnoevers. Waar je ook kijkt je ziet alleen maar wijnranken staan. Verrassender en mooier wordt beeld wanneer we Toledo naderen. De hoogvlakte verandert in een soort van groene oase waar we volop dennen en loofbomen terugzien. We dalen ook een stuk af vanuit de hoogvlakte, daaruit laat het beeld zich verklaren. De oase blijkt het dal te zijn van de rivier de Taag die pas helemaal bij Lissabon in de Atlantische Oceaan stroomt. Maar in het dal staat al, het ware het het toetje van de oase, een flinke heuvel waar bovenop zich het oude deel van de stad Toledo manifesteert. Dit beeld maakt direct duidelijk waarom Toledo in haar rijke historie zo lastig te veroveren was.

Gerda is hier al eerder geweest met haar zussen tijdens een citytrip naar Madrid, dus ik verwacht morgen en guided siteseeing van Toledo.

Cordoba ganador

Van Sevilla naar Cordoba is gemakkelijk aan te rijden in een paar uur. 25 jaar geleden deden we er op de fiets in omgekeerde richting 2 dagen over. In mijn herinnering was het een fantastisch mooie tocht, dus deden we een poging die route op te pikken. De route die we nu reden was niet onaardig maar haalde het niet bij mijn herinneringen. Vroeg in de middag vonden we bij gebrek aan een camping een enorme camperplaats, eigenlijk gewoon een grote parkeerplaats aan de rand van de stad. Het grote voordeel nu was dat we deze keer de fiets in de garage konden laten staan en lopend de stad in konden gaan. Cordoba is op en top Andalusie/Spanje, de bakermat van de flamenco, de enorme historie en de vele fraaie monumenten die daarvan getuigen. Ons doel was te gaan genieten van al dat moois. Met name een bezoek aan het Mezquito en een flamenco uitvoering hadden we op ons lijstje staan.

Omdat we vroeg waren gearriveerd zijn we stad maar even ingewandeld voor een eerste verkenning. Bij toeval liepen we direct de oude Joodse wijk in, die nog behoorlijk authentiek is gebleven. Smalle straatjes met witte huizen waarbij de ramen beschermd worden door een zwaar zwart ijzeren hekwerk. Op diverse plaatsen in de stad waren plekken ingericht voor festiviteiten. Wat staat er te gebeuren? Internet bood geen oplossing, wel is me inmiddels duidelijk geworden dat de Spanjaarden graag een feestje vieren. De geraadpleegde kalender gaf inzicht in de nodige festiviteiten gedurende het gehele jaar, maar eind april stond niet ingevuld. Later bleek het ons dat het ging om Mayo Festo. Op het grote centrale plein werd een podium opgebouwd en stonden de stoelen al er opgesteld, vanavond maar even kijken wat hier gaat gebeuren. In ons rondje door de stad werd er op een aantal plaatsen al ingedronken. Telkens hoopten we op live music, maar het bleek ijdele hoop. Wel nog geprobeerd mee te drinken, maar onze keuze bleek niet erg drinkbaar(!). Dreigend onweer. Terug naar de camper voordat de bui echt losbarst. Juist op tijd bij de camper. Na het eten opnieuw de stad ingelopen, helaas werd de voorstelling op het grote plein vanwege het slechte weer afgeblazen en verplaatst naar de volgende avond. Maar goed dat we besloten hadden om twee dagen in Cordoba te blijven dan kunnen we dat nog mooi even meepikken.

De volgende morgen eerst het geplande bezoek aan het Mezquito. Een bijzonder gebouw omdat het in in de eerste jaren van het bestaan een moskee was die in opvolgende perioden door opvolgende Moorse heersers verder is uitgebreid. Nadat aan het eind van de 10e eeuw de Moren verdreven waren en de Christenen het voor het zeggen kregen, is de de Moskee omgebouwd tot een kathedraal. Van gebedshuis naar kerk is een kleine stap zou je kunnen zeggen, maar als je er bent geweest zal je die logische redenering moeten ontkennen.

Het was erg druk bij de entree en we mochten een paar grote groepen met gidsbegeleiding voorbij steken, dat scheelt! De afgelopen weken al menige keren met veel verbazing zo’n moskee of kathedraal ingelopen, maar deze keer kende mijn beleving zijn gelijke niet. Een mengeling van verbazing, ontroering, verbijstering en ontzetting maakte zich van mij meester. Het was een ervaring die ik nog eerder bij mijzelf had meegemaakt. Bij de entree het beeld van een enorme zaal met honderden zuilen verbonden met dubbele arcaden. Heel imposant! Mijn emoties werden versterkt door de reacties van andere bezoekers, die als dwazen na binnenkomst met hun mobiele telefoon plaatjes begonnen te schieten en en passant hun gids uit het oog verloren. Verbazing op eenieders gezicht. Je begrijpt niet wat je ziet en dat was nog maar het begin. Als je verder doorloopt kom je in het deel waar in de moskee een kathedraal is “ingebreid”. Er gaat hier iets mis in je bovenkamer. Cognitieve dissonatie of anders (hedendaags) gezegd “mindfuck” maakte van mij meester. De combinatie van de Gotische en Barokke stijl van de christenen vloekt met de monotone stijl van de hoefijzervormige bogen van de Moslims.

Bij mij komt de gedachte op dat die christenen gedacht moeten hebben we zullen jullie moslims eens een poepie laten ruiken en laten zien hoe je je heiligen moet eren. Eens even laten zien dat we superieur zijn aan jullie moslims. Een eveneens verdwaast ronddolende vrouw begon tegen ons over hoe mooi de samensmelting van de twee geloofsovertuigeningen in dit gebouw een voorbeeld zou moeten zijn om in vrede samen te leven. Een mooie gedachte, die bij mij echter geen post vatte. Bij mij bleef dat beeld van overtroeven te sterk aanwezig.

We hebben twee uur met verbazing door het complex rondgedoold. Dit was wel even wat anders dan een oude Moorse Moskee of Katholieke Kathedraal. De combinatie van beiden en het achterliggende verhaal maakt dat de Mezquito van Cordoba het beste is wat we gezien hebben in Spanje. Cordoba is de winnaar (ganador)! Na het bezoek hebben we in de sinasappeltuin nog even zitten chillen om bij te komen van de de wandeling door het imposante gebouw, maar zeker ook vanwege de mentale vermoeidheid die zo’n bezoek teweeg brengt.

Na deze geweldige ervaring hebben we nog een stadswandeling gemaakt en zijn vervolgens op een voor Spanjaarden ongebruikelijk tijdstip gaan eten. Overigens geen probleem, want Spanjaarden eten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Dus kan je ook op voor ons normale tijd eten. We wilden immers de flamenco avond op het Plaça Mayor niet missen en die zou om 20u van start gaan.

Optredens van verschillende dansgroepen meldde het programma. Ver voor aanvangstijd liepen er al tal van jonge vrouwen in vol ornaat nerveus heen weer te stappen. Van vrienden en vriendinnen terug naar ouders en naar de dansgroepleidster of leider. Het was een soortgelijk beeld als bij de processies op Semana Santa, een paar familieleden doen mee aan het spektakel en de rest van de familie en/of vrienden is supporter. Een leuke entourage als voorspel voor een heerlijke avond, ook voor outsiders zoals wij.

<De foto’s volgen later, het lukt helaas niet om die te uploaden>

De begeleiding bij de verschillende groepen is simpel maar paste uitstekend bij een zo’n voorstelling, een gitarist, een percussionist en een of twee muzikanten die slechts hun handen als muziekinstrument gebruiken. Tezamen creëerden ze een fantastisch ritme voor hun dansgroep. Het werd een avondvullend programma want alle leeftijdsgroepen kwamen langs, pensionado’s waren vrijgesteld (gelukkig ;-). Onze dag kon niet meer stuk, een waardig afscheid van Andalusië met Cordoba als winnaar.

Morgen gaan we Andalusie verlaten en trekken we La Mancha in. Voor ondermeer een bezoek aan Toledo. Ook hebben we onze plannen wat aangepast. We hebben besloten om Madrid of een keer met een citytrip te gaan doen of op te nemen in de volgende Spanjereis als we de Noord- en Westkant combineren met Portugal. We denken erover om dat in de nazomer te gaan doen als de velden niet groen, maar geel zullen zijn en het noorden ook wat mooier/warmer weer te bieden heeft.

Volver a Seville

Terugkeer naar Sevilla dat gaat het worden vandaag. Volgens Anne is 25 jaar geleden dat we er waren, toen veel jonger en ook veel energieker want we deden een fietsvakantie met z’n vieren. Sevilla was onze eindbestemming en we sliepen toen in ons tentje zo ongeveer aan het eind van de startbaan van het vliegveld. Nu zijn we ouder, wijzer en doen we het veel comfortabeler zoals het pensionado’s betaamt. Ouder worden heeft vele voordelen, maar toch ook wel nadelen. Het geheugen begint je zo af en toe in de steek te laten. Zo was ik in de veronderstelling dat we destijds in Sevilla het Alcazar hadden bezocht, al moet ik daar direct bij zeggen dat ik geen sterke of moet ik tegenwoordig zeggen, een actieve herinnering aan had. Gerda was ervan overtuigd dat we er nog nooit waren geweest. Navraag bij Koos & Anne leverde daar ook verdeeldheid op. Uiteindelijk bracht een fotoboek de waarheid aan het licht. Inmidddels hadden we al min of meer besloten voor een bezoek aan het Alcazar.

We staan op een camping in Dos Hermanas, zo te zien een redelijk rijk voorstadje van Sevilla met een prima camping met palm- en sinasappelbomen. Afstand naar Sevilla is zo’n 17 km en moet met de fiets binnen het uur aan te rijden zijn. Dus stapten we monter onder een helder zonnetje op de fiets en reden onder begeleiding van mijn MIO, Dos Hermanas uit. Groene noch rode fietspaden in Dos Hermanas, dus gewoon met het verkeer mee over de vele en soms ook zeer grote rotondes. Daar hebben ze er wat van hoor hier in Spanje. In alle soorten en maten, met en zonder stoplichten, met en zonder rechtdoor mogelijkheid voor de bussen, met en zonder afslagen vooraf om de rotonde te kunnen mijden als je direct rechtsaf wil, met en zonder viaduct in het midden, met of zonder rechthoekig in het midden. Het is elke keer weer een verrassing wat je tegenkomt, maar met de fiets wel een uitdaging! Als we in de buurt van Sevilla komen verschijnen er tot onze vreugde groene fietspaden, niet al te breed en in beide richtingen, dus het blijft wel oppassen geblazen. Tot onze grote verbazing, nee ontzetting kan zo’n mooi fietspad ook ineens ophouden. Dan maar weer verder over de weg, met als gevolg dat we bijna de viaducten met de snelweg bijna daarop terecht kwamen. Gelukkig konden we nog tijdig een nooduitgang vinden. Op de terugweg kwamen we er achter dat we eerder hadden moeten oversteken, dan aan de overkant onze weg vervolgen voor zo’n 200m en dan niet het fietspad blijven volgen, maar bij het stoplicht oversteken naar de middenberm en daar lag geheel verscholen tussen het oleander struikgewas een groen fietspad. Als je het weet is het heel veilig, maar helaas ontbreekt elke bewegwijzering natuurlijk.

Met wat extra kilometers en frustraties kwamen we heelhuids in het centrum van Sevilla aan. Toen we langs de muren van het Alcazar liepen werden mijn herinneringen sterker en was ik er bijna zeker dat ik daar eerder binnen was geweest. Toch maar aangesloten in de rij voorden ticket, al betekende dat niet dat je direct toegang hebt. Vanwege de drukte krijg je een bepaald tijdvenster toegewezen, voor ons was dat half drie in de middag. Tot die tijd was er genoeg te zien in de stad dus zijn we de meeste bezienswaardigheden afgestruind. Rond kwart over twee stonden we in het Alcazar en werden de herinneringen duidelijker, maar ook de beelden die vreemd genoeg niet waren opgeslagen. Veel Moorse en Barok invloeden in de architectuur. Gerda kon niet geloven dat ze dit ooit zou kunnen vergeten, maar toch, blijkbaar. Heel veel soortgelijke patronen en bogen en stijlen zoals we die ook in het Alhambra al waren tegengekomen. De vraag dringt zich aan wat is er nu mooier. Ik was lyrisch over het Alhambra, gaat er iets boven lyrisch? Ik weet het domweg niet, dus laat ik de vraag over het mooiste onbeantwoord. Hoewel heel veel aspecten aangaande de architectuur overeenkomen en vergelijkbaar zijn en er geen winnaar valt aan te wijzen vond ik de veelheid aan diversiteit in architectuur en natuur/tuinen in het Alhambra wel aangenamer. Oordeel zelf maar aan de hand van de foto’s .

Sevilla heeft nog veel meer te bieden, dus besluiten we nog een dag te blijven en nu we de fietspaden weten te vinden is het risico op ongelukken aanmerkelijk afgenomen. Zo is er natuurlijk een arena, er zijn poorten en bruggen en… er is natuurlijk nog een kathedraal. Hoeveel kathedralen kan je hebben? Ik moet eerlijk bekennen dat de verzadiging zich nu wel duidelijk begint aan te kondigen.

Na eerst de boodschappen te hebben gedaan, stappen we weer vol goede zin op de fiets en rijden bijna (slechts één boze Spanjaard kunnen scoren dit keer) feilloos naar Sevilla. Eerst maar even over de boulevard langs de Gualdalquiver naar de Toros arena. Wel tickets voor de avond aangeboden gekregen, maar we zijn niet zo van de stierengevechten. Ik was ook in de veronderstelling dat de Spaanse tak van de Partij voor Dieren dat hier ook een verbod voor elkaar had gekregen, maar blijkbaar strekt de invloed van PvdD niet zo ver. Inmiddels hebben we de belangrijkste bezienswaardigheden bekeken en rest ons nog slechts de kathedraal. De toegang is inclusief een bezoek aan de toren, tot aan de klokken. Bijzonderheid die te vermelden waard is, is dat we geen trappen behoefden te lopen. Het zijn namelijk allemaal korte hellingen in plaats van trappen, 38 verdiepingen hoog en het uitzicht over de stad is fraai.

Ja en dan opnieuw een kathedraal, wat kan ik er nog over zeggen? Wederom heeeeel veeeeeel pracht & praal. Bekende structuur in de kathedraal, met natuurlijk een gigantische altaar, van puur goud? Ik denk het niet, het zou een onschatbare waarde vertegenwoordigen waarmee Spanje direct zijn begrotingstekort zou kunnen oplossen. Voor alle zekerheid wel verborgen achter een heel groot en zwaar smeedijzeren hek. Een gigantisch koor in het midden met heel veel houtsnijwerk en heel veel marmer beeldhouwwerk, in de sacrestie nog heel veel schatten in sierraden en schilderijen. Ik bemerk dat bij mezelf weer die terugkerende vragen opkomen. Hoeveel mensjaren werk zit er verscholen in zo’n kathedraal? Al die bouwvakkers, timmerlieden, beeldhouwers, edelsmeden, kunstschilders, transporteurs, sjouwers en younameit die hier hun levenswerk hebben verricht en hun bestaan aan hebben gewijd. Wat zou al dat werk niet opgeleverd kunnen hebben als er geen geloof zou zijn geweest? En de vervolgvraag is, waar is al dat geld vandaan gekomen dat dit heeft gekost? Misschien een studie kustgeschiedenis gaan doen in combinatie met theologie en historische economie? Dat op zich zou dan op zijn minst al weer een levenswerk zijn! De vragen zullen wel nooit beantwoord worden, hoeveel en hoe vaak ik die ook aan mijn zelf stel. Misschien even een tijdje geen kathedraal meer bezoeken?

We willen onszelf belonen met een tapas maaltijd op het terras met zicht op de kathedraal, maar het door Dominicus aangeprezen restaurant blijkt in de loop der jaren de kaart gewijzigd te hebben. Ok, dan laten we ons de Paëla maar goed smaken.

Terugwandelend naar de fietsen nog een heel naar incident meegemaakt. In Sevilla kun je in een rijtuig met paard een rondrit door de stad maken. Op het plein rond de kathedraal is een soort van paardentaxistandplaats. Plotseling kwam er een op hol geslagen paard aan en de koetsier kreeg zijn paard niet meer onder controle. Het was een fascinerend en angstaanjagend gezicht. Enerzijds de houding van het paard en anderzijds de angst en onmacht bij de koetsier. Ik kreeg de indruk dat toen hij zich realiseerde dat er letterlijk geen houden aan was, er voor koos om dan maar van de bok af te duiken. Het paard ging er met koets alleen vandoor, ramde een paar andere koetsen die daar met paard stonden geparkeerd en ging er vandoor. Omstanders schoten aan alle kanten toe om de koetsier op de been te helpen, maar die had duidelijk veel pijn en bleef liggen. Een stuk verder vonden we het paard terug dat blijkbaar uit de bocht was gevlogen en tegen een hek was geknald. Het werd door een legertje mannen tegen de grond gedrukt en was rustig en leek onbeschadigd. Toen wij met onze fiets wegreden hoorde we de ambulances met gillende sirenes. Al denk ik niet dat een paard in een dierenambulance zal passen. Het geeft je ineens een bijzonder gemoedstoestand. Het was zo lekker relaxed vandaag en dan dit. Pijnlijk.

De weg terug was eenvoudig dit keer, mede door een belangrijk, maar heel herkenbaar markeringspunt.

Morgen verder richting Cordoba, ook eerder geweest, maar ook ik heb daar nauwelijks herinnering meer van. Als we weer thuis zijn de fotoboeken van 1997 er maar eens op naslaan.

Pueblo de caballos

Vanaf het zuidelijkste puntje koersen we naar de stad met de prachtige naam Jerez de la Frontera. Het is een tussenstop richting het natuur/national Park Donoña. Het gebied is de delta van de grote rivier Guadalquiver. Het is een groot natuurpark geworden een naast de delta is er in de loop jaren ook een moerasland ontstaan met een zoetwaterbekken. Uiteraard letterlijk en figuurlijk een broedplaats voor watervogels. Daarnaast schijnen er ook zo’n 200 Iberische Lynxen te leven en heel veel wilde paarden. Een soort van Oostvaarders plassen dus, maar dan groter en groot genoeg om te voorkomen dat de beesten teweing eten kunnen vinden in wintertijd. Hier geen discussies of er wel of niet bijgevoerd dan wel afgeschoten moet worden. Hier is wel ruimte voldoende om de natuur zijn gang te laten gaan. Al met al voor ons reden genoeg om het gebied te gaan bezoeken. Op advies van mijn grote camperadviseur en broer moesten we dan (ook) El Rocio met een bezoek gaan vereren. Dus kozen we El Rocio als bestemming, omdat er vanuit deze plaats ook tours door het gebied van Donaña te boeken waren. Voor alle zekerheid online maar even gecheckt wat de mogelijkheden waren. Helaas op zondag geen Engelstalig gids beschikbaar. OK, dan maar een dag langer in El Rocio en op maandag de tour inplannen.

Op weg daag naartoe biedt Jerez een erge kaal en clean camperpark waar we tezamen met veel andere camperaars geparkeerd staan. De avond geeft nog wat stevige regenbuien en dat verhindert een avondwandeling naar Jerez. Morgenochtend dan maar. Het is er ook de volgende morgen niet meer van gekomen, Jerez dan maar aandoen in en volgende versie van de Iberische tour waarbij we ondermeer Portugal en geheel noorwest Spanje willen gaan bezoeken. Die stukken laten we deze keer letterlijk en figuurlijk links liggen.

Nog voor de siësta aanvangt zijn we op de camping in El Rocio. We kijken verbaast op als een kerel met een grote sleep achter zijn auto het door de regen van gisteren drijfnatte zandpad van de camping probeert te eggen/dichtslepen/??? Het is maf gezicht, maar blijkbaar de methode om van het overtollige water af te komen en de kuilen tegelijkertijd een beetje te dempen. Mooie ruime camping met prima plekken. De middag wordt doorgebracht op de camping en plannen worden ontwikkeld. Morgen alle tijd om vrij te besteden en dat stadje te gaan bekijken. We plannen een fietstocht in vanuit de camping naar de Atlantische oceaan en later in de middag kunnen we El Rocio wel bekijken en daar een biertje gaan pakken.

De fietstocht biedt niet veel ander opties dan 17 km langs de redelijk drukke weg richting kust te gaan. Hoe we ook proberen andere paden te vinden, ze zijn er domweg niet. We raken verstrikt in een enorm groot gebied van aardbeientelers. Een soort Westland, maar dan met die afschuwelijk lelijke plastic kassen. Ook hier hebben ze “Polenhotels”, logeerverblijven voor al het personeel dat betrokken is bij het binnenhalen van de oogst. Geen Polen, maar Afrikanen in dit geval. Ook op zondag ging het oogsten van de aardbeien volop door. Op de verschillende complexen heel wat legertjes personeel zien lopen. Zwaar ruggenwerk, want de aardbeien staan niet in goten op werkhoogte, zoals je dat bij ons wel ziet.

Een aardig inkijkje over hoe het hier in Spanje werkt, maar het helpt ons niet aan een leukere route naar de kust. Dan toch maar verder tezamen met de langssnellende auto’s.

In Torre de la Higuer is het seizoen ook nog niet begonnen zo lijkt het. We genieten van de zee en de rust en vervolgens van een heerlijke lunch op het terras in de zon. Na de regenbuien van gisterenavond is het mooie weer gewoon weer teruggekeerd. Heerlijk zomer in April!

De terugreis naar de camping zijn we idem dito en linea recta als teruggefietst. Tijd voor een rondje door zondagmiddagwandelingetje door El Rocio. Heel bijzonder! De straten zijn brede zandpaden en het gangbare verkeer hier zijn ruiters met paarden. Al is er op deze zondagmiddag ook wel het nodige bezoek met auto’s. Het is een paardenstadje, daarom alleen zandpaden, nergens vind je er bestrating. Ruimte is er genoeg, de wegen zijn zeer breed en worden deze dag verder verbreed omdat iedereen de enorme plassen probeert te ontwijken.

De foto’s spreken voor zich lijkt me. Heel bijzonder sfeertje.

Maandagmorgen vroeg uit de veren want onze tour vertrekt al om 8u. Het valt me op dat om 7u als we naar de douche lopen nog hardstikke donker is. Maar we zitten heel westelijk en houden toch nog de Centraal Europese tijd (CET) aan. Dat betekent dat het in de ochtend laat licht wordt en ook laat donker. Omdat je ook nog heel zuidelijk zit duurt de dageraad ook nog heel kort. Om 8u staan we bij het vertrek, het is fris, maar de zon schijnt dus het lijkt een fantastische tour te gaan worden. Ben benieuwd of we de Iberische Lynx kunnen gaan spotten. Het doet me denken aan de gamedrives die we in Z-Afrika deden. Een beetje spannend gevoel op voorhand. Met een man of 16 zitten we in een grote overland truck/bus , hoog op de wielen zodat we wel een riviertje kunnen nemen. Tegen de tijd dat we flink in het park zitten en we mogelijk de Lynx zouden kunnen gaan zien, verwijnt de zon en wordt het steeds mistiger. Het is niet ons lucky day. Heel spijtig, het blijft de gehele tocht tot aan twaalf uur behoorlijk slecht zicht helaas. Ook weinig mooie foto’s dus.

En toch was het een mooie tocht en hebben we heel veel ibissen, ooieveaars, lepelaars, flamingo’s, uilen, gele kwikstaarten, valken en uiteraard konijen en reigers kunnen spotten. Onze gids vertelde boeiende verhalen over al deze dieren. De konijnen werden met veel zorg omgeven omdat ze zeer belangrijk onderdeel van de voedselketen vormen. Dat ligt in de Nederlandse duinen wel wat anders volgens mij. Naast de witte- ook de purperreiger kunnen spotten. Onze gids vertelde daarbij de mooie anekdote dat op een van zijn vorige tochten een Nederlandse vogelaar op leeftijd hem huilend bedankte voor het feit dat hij voor het eerst in zijn leven een purper reiger had kunnen aanschouwen. Het was voor ons met die anekdote meer huilen van het lachen. Maar bij mijn weten nooit eerder een purper reiger gezien, dus kunnen we die toch maar even afvinken.

Jammer van de mist, geen Lynx kunnen zien, maar het was heel leerzaam en amusant. Na deze natuur morgen weer cultuur. Op naar Sevilla, of beter terug naar Sevilla, want daar zijn we op een van onze fietstochten ook al eens geweest.

Punto más al sur

En als je dan eenmaal heel zuidelijk bent in Spanje, dan wil je ook naar het uiterste puntje. Hoewel Gibraltar wel haar naam heeft verleend aan de smalle doorgang van de Middellandse zee naar de Atlantische oceaan, is het niet het meest zuidelijke punt van Spanje’s vasteland. Die eer komt toe aan Tarifa.

In eerste instantie koersten we onder een dreigend hemel af op Gibraltar. Onderweg barstte de bui los, maar het was ook weer snel droog en aardig zonnig. Toen we na de boodschappen vlakbij de haven van Gibraltar kwamen vonden we het welletjes. We wilden eigenlijk de Europese Gemeenschap helemaal niet verlaten. Dus als protest tegen de Brexit zijn we dus niet de grens overgereden en tijdig rechtsomkeer gegaan. Op naar het meest zuidelijke puntje van het Spaanse vasteland en als ik goed gekeken heb zelfs het meest zuidelijke puntje van het Europese vasteland.

Op weg naar Tarifa waan je je al bijna in de Arabische wereld. Aankondigingen in het Arabisch voor tickets voor de ferry naar Afrika worden via tal van billboards aangeboden. We laten ons ook deze keer niet verleiden. We blijven in het Europese vasteland. Niet omdat we nu per se de Europese fanaten zijn, maar gewoon omdat we de ambitie niet hebben om op deze reis Afrika te gaan bezoeken.

In Tarifa, tijdens het zoeken naar een parkeerplaats, bijna alsnog de ferry opgereden, maar we konden het tijdig voorkomem. Uiteindelijk een parkeerplek gevonden voor de camper en daarna om al wandelend onze tocht naar het zuidelijkste puntje te voltooien. We dachten dat bij het havenhoofd te kunnen vinden, maar bij nader inzien blijkt er nog een soort van schiereilandje aan Tarifa te kleven. Met een soort van pier, zoals we die kennen van Hoek van Holland, ligt het schiereiland verbonden aan Tarifa. Dus ook die afgewandeld op ons naar het ultieme doel.

Een groot hek versperde echter onze mooie ambities. Dan maar deels over de rotsen en het strand het hek omzeilt, maar een klein stukje verder strandde onze tocht. Uiteraard wel vastgelegd voor het nageslacht.

Vanaf morgen gaan we terug naar het noorden, maar nog lang niet naar huis.

De camino a la costa

Granada ligt niet heel ver van de kust, maar we nemen onze tijd. Er liggen op de weg naar de kust nogal wat witte stadjes, er is zelfs een speciale toeristische route die langs al deze stadjes leidt. Wij kozen onze eigen weg naar de kust. De eerste etappe daarvan leidde naar Ardales. Vanuit Granada een rit door een zeer open en afwisselend landschap met nu olijfbomen in plaats van sinasappelbomen. Mooi glooiend landschap met fraaie vergezichten. Doel voor vandaag is een camping nabij Ardales in een dennenbos bij een meer in een natuurgebied. De camping is lang niet vol, maar de camperplaatsen zijn wel allemaal bezet vanwege een bepaald evenement. De beheerder is zo aardig om ons een tijdelijke plek te geven, want de dag erna heeft hij volop plaats. We accepteren het aanbod en maken een wandeling om de omgeving te verkennen. De temperatuur is aanzienlijk lager, met name door de koude wind, maar uit de wind is het met een biertje goed uit te houden. We zolen naar een wandelroute in dit mooie gebied. Die zijn er en leiden ook naar een heel bijzondere route Caminito del Rey. Niet lang, maar wel spectaculair, met een pad dat hangt aan een helling en een fraaie brug over een kloof. Dat lijkt een mooie uitdaging voor morgen. Nader onderzoek maakt duidelijk dat je ook hier tickets voor moet boeken. De websites laten zien dat er tot 1 mei geen enkele mogelijkheid beschikbaar is. Dan zoeken we zelf maar een wandeling uit. De wandeling via de App Komoot leveren twee routes op die allebei ondermeer het startpunt van de Caminito aandoen.

De volgende morgen is het zwaar bewolkt, buiig en behoorlijk koud. Als we op pad gaan is een winddicht jack op zijn plaats, want de wind is verschrikkelijk koud. Temperatuur 7 graden, gevoelstemperatuur 4 graden. Vreemd hoor hoe de temperatuur ineens meer zo’n 15 graden kan dalen. Tijdens de wandeling begint het ook nog eens te regenen, dus het wordt bikkelen. Het is een drukte van belang op de aanlooproute naar de Caminito. Vakantiegangers vanuit Marbella of Malaga die dachten dat een spectaculaire wandeling in de bergen een leuke afwisseling is van het strandleven. Zo lopen ze er ook bij! Op gymschoenen, in korte broek en in een dun trainingsjack lopen ze erbij alsof het 20 graden is. Die gaan vandaag niet alleen een onvergetelijke wandeling doen, maar gaan het ook onbeschrijvelijk koud krijgen in die wandeling. Bij de entree van de Caminito is het een drukte van belang, iedereen krijgt een helm op en vertrekken per groep onder begeleiding van een gids. Wij vervolgen onze eigen wandeling en komen uit in een klein dorpje met een all in one; restaurant, cafe, buurtwinkel, cadeaushop en wellicht nog meer. Wij maken met een kop koffie slechts gebruik van de cafefunctionaliteit.

Het blijft koud en regenachtig en de dag eindigt voor ons in een warme camper. De volgende dag staat, op weg naar de kust, een van de mooiste witte stadjes namelijk Ronda op het programma. Hopelijk is het weer dan weer een beetje genormaliseerd.

De route naar Ronda is wederom fraai en na een klein uurtje rijden zijn we er. Het ziet er in eerste instantie nog niet heel spectaculair uit en een parkeerplaats voor de camper is niet eenvoudig gevonden. Uiteindelijk komen we uit op een camperplaats met veel faciliteiten, maar waar wij alleen willen parkeren en dat is dan wel betaald. We wandelen het stadje in en uieindelijk komen we aan waar het te doen is. Eerst maar even koffie op het terras en een praatje met een stel dat de opticiënwinkel van de hand gedaan heeft en nu ook als pensionado’s door het leven gaan. Mooie verhalen en dito brillen die ze dragen, wat wil je!

De oude stad Ronda ligt op een hoge rots en is min of meer gescheiden van de rest via een steile en diepe kloof. Een oude brug verbindt beide delen en het is inderdaad de moeite van een bezoek waard. Met name ook de vergezichten die met dit heldere en zonnige weer fenomenaal zijn. De foto’s getuigen daar van.

We besluiten na enig aarzelen om toch naar de kust af te dalen. De route via de A-369 en de A-377 is rustig en heel fraai, biedt fraaie vergezichten op vele witte stadjes en in de verte herkennen we zelfs de rots van Gibraltar. Uiteindelijk komen we uit op een camperplaats aan het strand bij Torre Guardiaro. Een gewone en vooral grote lege parkeerplaats voor strandbezoekers, die er overigens niet te bekennen zijn. Het seizoen is duidelijk nog niet begonnen. De enige strandtent die we zien als we via het strand naar de haven lopen wordt nog volop gerenoveerd. Heerlijk rustig hier aan deze costa.

Alhambra muy bonito

“Ga je ook naar het Alhambra”, is een veelvoorkomende reactie als je vertelt dat je naar Andalusie gaat. Probleem is dat je ruim van tevoren een ticket moet boeken anders kom je niet binnen. Ik hoorde bij de entree een gids vertellen dat er dagelijks 8000 mensen het Alhambra bezoeken. Het is altijd volgeboekt. Lastig is, als je met de camper een reis gaat, om helder te hebben wanneer we in Granada zullen zijn? Je wilt ook niet jezelf vooraf teveel druk opleggen om op een bepaalde dag in Granada te zijn vanwege het bezoek aan het Alhambra. Al kan ik, nu ik er geweest ben, wel zeggen dat je alles kunt overslaan in Spanje, maar niet het Alhambra. Het is een van de grote schatten die Spanje koestert.

Toen we in de buurt van Granada kwamen, ongeveer een week van tevoren, hebben we een poging gewaagd om tickets te bemachtigen en tot onze eigen verbazing en genoegen lukte dat. Het is wel een wildernis van aanbieders en arrangementen waaruit je kunt kiezen en met dito prijzen. Uiteindelijk kozen wij voor een audio guided tour voor het bezoek aan het paleis Nazaries, want daar is het meeste waardevolle van de Moorse cultuur te bekijken. De voucher die we toegestuurd kregen vermeldde een tijd van 14 tot 17u. Uiteindelijk kregen we bij entree de mogelijkheid om onze eigen telefoon te gebruiken voor de audiotour en dat we dan tot 20u mochten blijven. En ook dat we alle delen mochten bezoeken, maar dat we ons om 17u moesten melden bij de entree van het paleis Nazaries. Hoe anders was hetgeen we bij de boeking hadden aangevinkt. Waar het goed (fout) is gegaan weet ik niet en of ik nu teveel heb betaald voor het ticket is me niet duidelijk. Wel is duidelijk dat ik waar voor me geld heb gekregen en dat een dagje Alhambra je niet in de koude kleren gaat zitten. Lichamelijk waren we gesloopt na deze dag en de volgende dag had ik een zwaar hoofd, het leek een beetje op een soort van kater. Je kunt na al die indrukken niet meer helder denken.

Hieronder een plattegrond om een indruk te krijgen van fysieke inspanningen die we verricht hebben. Hierbij de aantekening dat we natuurlijk ook nog op de fiets zijn gekomen en ook weer naar huis zijn gereden en dat we nog even naar de stad (afdaling) zijn gewandeld voor de lunch (en weer alle trappen op naar boven). Ja vakantie vieren is hard (yakka) werken!

OK, medeleven is niet wat ik wil als reactie. Het is een prachtige en onvergetelijke dag geworden zonder enige twijfel. Hier het relaas in chronologische volgorde en uiteraard aangevuld met “plaatjes”.

Eerst de tuinen van het generalife, werkelijk een genot om daar te mogen wandelen. Bedenk daarbij dat het zonnig en helder weer was en een temperatuur van ruim twintig graden. Mooier qua omstandigheden kan het niet zijn. De foto’s geven dat ook wel weer denk ik. Extra punt van aandacht zijn de geuren van de bloeiende sinasappelbomen waarover ik al eerder schreef en die de werkelijke beleving mooier maken dan ik in deze blog kan weergeven.

Na de wandeling door generalife zijn we vervolgens het ommuurde gebied ingewandeld en eerst maar een bankje opgezocht voor de lunch. Tot onze verbazing kwamen we hier hotels tegen en (elektrische) taxi’s, kortom niet verwachte reuring. Overigens deed het fantastisch mooi gelegen parador mij herinneren aan de keer dat we met Anne & Koos aan het fietsen waren in Andalusie en een camping in die plaats niet te vinden bleek en we waren aangewezen op het enige alternatief, een parador. Enorme luxe, waar we dus gewoon met onze fietsen door de marmeren gang liepen voor een speciaal plekje om te stallen. Die avond en nacht mocht het wat kosten en we genoten ervan in volle omvang, de volgende nacht stonden we illegaal onder de olijfbomen en kookten we ons potje op een primus en genoten we wederom!

Terug naar Alhambra, waar we via de kerk die (gelukkig) gesloten was, konden wat interieur dit keer tenminste overslaan, arriveerden we bij het kasteel van Carlos V. Een groot massief kolosaal bouwwerk dat zich aan de binnenkant openbaarde als een arena. Heel imposant, een beetje leeg wellicht, maar heel bijzonder. Het bouwwerk is overigens pas vorige eeuw voltooid.

Het volgende moois wat ons wachtte was het fort met de fraaie naam La Alcazaba. Dat was weer torens beklimmen, genieten van de prachtige vergezichten en dolen door en langs ruïnes en fundamenten. Wat ik nog niet vermeld heb is dat Alhambra op een heuvel ligt en uitkijkt op de stad maar opkijkt tegen de Sierra Nevada toppen. Een en ander levert een geweldige mooi beeld op.

En dan is het tegen half vijf en de rij voor toegang tot het paleis schatten wij in als een van een half uur. Een half uur later, exact om vijf uur, blijkt dat we gelijk hadden, maar daarmee waren we nog niet binnen. Achter ons stonden mensen die duidelijk telaat in de rij waren gaan staan, maar met toegang om kwart voor vijf toch voor ons naar binnen mochten. Ergo, het was slimmer geweest om je van de domme te houden, dat scheelt je minstens een kwartier oefenen in geduld. Uiteindelijk is het grote moment daar dat je naar binnen mag, nou ja dat achteraan mag aansluiten bij de groep van kwart voor vijf. Of het lange wachten met opzet is ingeregeld om je daarna een extra sterke ervaring te bezorgen lijkt voor de handliggend en het werkt nog ook. Het is indrukwekkend wat dit paleis een Moorse pracht herbergt. Je weet werkelijk niet wat je ziet aan versieringen, patronen en aan uitstraling. En hoe verder je komt hoe mooier het wordt. Het valt niet te beschrijven wat voor moois je ziet, het lijkt soms wel op kantwerk zoveel details als er in verwerkt zijn. Oordeel zelf zou ik zeggen. Overigens met dank aan Gerda voor een deel van de foto’s want mijn toestel was met zoveel moois uitgeput geraakt.

De laatste foto illustreert wel de intensiteit van zo’n dag. Dit was duidelijk een voorbode voor de eerdergenoemde day after . Morgen doen we rustig aan en rijden we naar Ardales voor een dagje afkicken in de natuur.