Noorwegen

Als we aankomen bij Lizas Smäbruk is het er heel rustig. De huiskat is blij dat er eindelijk iemand is om tegenaan te schurken. De aandacht wordt beantwoord met een weldadig snorren. De familie is onderweg van een weekend met vrienden in Skiën. Dat ligt een stukje onder Oslo aan de kust. In en vorige reis zijn we er een keer doorheen gereden nadat we in Sandfjord aan land gekomen waren. Bij Liza komen staat een beetje gelijk aan thuiskomen. We zijn er inmiddels al heel wat keren geweest. In drie verschillende jaargetijden, het prille voorjaar met volop sneeuw, hoogzomer met verassend hoge temperaturen, een koude herfst alle berken geel getooid en in de nacht al flinke nachtvorst.

Logeren bij Liza is met de camper heel eenvoudig, we zijn haar niet teveel tot last, zij heeft haar gezin en werkzaamheden op de smäbruk (kleine boerderij) en dat vraagt de nodige aandacht. Maar in de morgen samen koffie drinken en in de avond gezamenlijk eten lukt meestal wel. Heel gezellig allemaal. Verder gaan we redelijk onze eigen gang. Het gebied waar ze wonen leent zich uitstekend voor wandelen, fietsen, zwemmen en in het voorjaar als er sneeuw ligt natuurlijk langlaufen. Veel bossen met op sommige plaatsen kleine of wat grotere meren en het is er erg heuvelachtig zodat je verwend wordt met mooie vergezichten tijdens wandeling of fietstocht.

Toen we de familie niet thuis aantroffen zijn we een wandeling gaan maken en toen gebeurde er iets heel bijzonders. We liepen bij het meertje toen er een auto uit de tegenoverliggende uitrit kwam rijden, we keken naar de auto en de chauffeuse van de auto keek terug en toen waren de reacties aan beide kanten bijna extatisch. Het was onze Australische nicht Tessa die heel toevallig vanuit de boerderij waar zij werkt naar haar appartement wilde gaan en heel onverwachts ons tegenkwam. Het bijzondere is dat er niemand over straat reed en liep en dat wij voor elkaar meer dan bekenden elkaar daar geheel onverwachts tegenkwamen. Ze zette spontaan haar auto aan de kant en wandelde met ons mee om even te kunnen bijpraten. Zo’n 4 jaar geleden is ze meegegaan met ons voor een skiavontuur bij Liza en het is haar zo goed bevallen dat ze in de zomer daarna is teruggegaan en daar is blijven hangen. Ze werkte bij de boer vlakbij Liza’s huis. Toen in 2020 Corona de wereld in een houdgreep hield kon ze niet meer terug naar Australië en toen ze dit voorjaar wel terug kon bleek haar Australisch paspoort verlopen te zijn. Inmiddels zou ze terug kunnen, maar toch blijft ze nog. Noorwegen heeft haar hart gestolen en ze kan lastig afscheid nemen. Inmiddels heeft ze op de boerderij een naamgenoot gekregen met een nazaat een paar dagen geleden, kortom het wordt steeds lastiger terug te keren naar Australië.

Fietsen in Noorwegen is heerlijk, al moet je niet terugdeinzen van wat stevige klimmetjes, zeker de plek waar Liza woont. Als ze naar de stad gaan, wordt er gesproken over “naar beneden” gaan. Van haar huis tot aan Jevnaker is het een lange weg bergafwaarts. Leuk om een fietstocht te beginnen, maar minder leuk om mee te eindigen. Ideeën voor fietstochten zijn er genoeg en gemakkelijk te verkrijgen. Als we bij de koffie ons dagprogramma doornemen worden er direct tal van suggesties aangeboden en wordt google maps erbij gehaald om duidelijk te maken welke route we moeten gaan rijden. Uiteindelijk werd de route wel heel avontuurlijk nadat we op een gravelweg waren beland en vervolgens na een hek gepasseerd te hebben in een veld met gitzwarte jonge stieren terecht kwamen. In eerste instantie kwamen ze nogal dreigend over, maar toe we in de buurt kwamen namen de de benen. Ze waren duidelijk niet gewend aan frequent bezoek. Ook deze keer kwamen we weer uit in Jevnaker, bij het Kokkestua og Bakerie, voor een lekkere lunch. Ook nu weer weer even gekeken in de souvenierwinkel van Hadeland Glasverk. Helaas heeft de inflatie daar ook toegeslagen, wat een enorme prijzen voor het soms eenvoudige glaswerk. Ik denk dat mijn wijntje niet lekkerder zal smaken als die in een glas van €40 of €60 zit. Geen glaswerk mee dus deze keer.

Na vier dagen vertrekken we met de belofte dat we spoedig weer terugkomen om dan op 17 mei de Noorse nationale feestdag te komen meevieren om dan vervolgens richting Lofoten te gaan. Volgens Liza is het onzin om naar de Nordkapp te reizen, het noorden is op z’n mooist bij de Lofoten. Nog weer een zon 800km doorijden naar Nordkapp is zonde van de tijd en de brandstof. Hoewel Nordkapp nog wel op ons lijstje stond gaan we dat maar denk ik doorhalen. Zeker als de brandstof prijzen nog op het huidige niveau blijven. Vreemd eigenlijk dat een land dat zelf olie, gas en witte steenkool in overvloed heeft de hoogste dieselprijs heeft van onze hele tour. Omgerekend naar euro’s kost een liter diesel in Noorwegen tussen de €2,08 en €2,45. Het zijn in Noorwegen letterlijk dagkoersen. Afhankelijk van de dag in de week is de prijs hoger, zoals bijvoorbeeld op de vrijdag en zondag betaal je de hoofdprijs.

We komen via Drammen in de buurt van Seljord waar een enorme boerenlanddag annex agrarische markt annex Zwarte Cross plaatsvindt. We schrikken van de enorme massa’s auto’s die in de naburige weilanden staan geparkeerd. We besluiten van de weeromstuit door te rijden naar een mooie camping nabij Kyrkjebygda aan het meer Nisser. Dit is op en top Noorwegen, of beter de streek Telemarken. Heel veel bossen, water en grote massieve stenen rotspartijen. Heerlijk om ook hier nog een fietsdagje in te plannen . Helaas is het weer grijs en zo nu en dan zelfs druilig.

De volgende dag is het weer lekker zonnig weer. Helaas zit het erop en gaan we naar de Ferry in Kristiansand. Vanmiddag aan bord en morgenochtend in Eemshaven. Een nieuwe veerdienst direct terug naar Nederland dat scheelt zo’n 800 km omrijden door Denemarken.

De oversteek is geheel volgeboekt, veel mensen uit het Noorden van Nederland die de overtocht als een mini cruise hebben gebruikt. Even een lang weekend naar Noorwegen, vonden wij toch wel een prijzig tripje hoor. Wel lekker om via het Groningen naar huis te rijden. Even na lunchtijd zijn we weer thuis. Exact 4 weken na ons vertrek. Het was een leuke reis, met name de steden die we hebben bezocht, al viel het landschap wel wat tegen, uitgezonderd Noorwegen en Zweden natuurlijk.

4500 km in 4 weken, 8 landen en nog meer, met name, leuke steden die ons weer nieuwe ervaringen hebben gebracht. We kijken alweer uit naar de volgende Campertocht .



Zweden

Zweden hebben we al vele keren bezocht, wel altijd op doorreis of als dessert van het hoofdgerecht. Of we gingen linksaf naar Noorwegen of rechtsaf naar Finland. Een keer via de brug, en de andere keren via de ferry. Deze keer wederom met de ferry, maar vanuit een andere richting . Aankomst in Kapelskar een kleine havenplaats een stukje boven Stockholm. ’s Morgens vroeg 8.30u kwamen aan, keurig op de afgesproken tijd. Stockholm hebben we deze keer letterlijk links laten liggen, dat hebben we al eens eerder bezocht en Zweden heeft ook deze keer de functie van doorreisland. Om het ritme “van elk land een blog post” vast te houden daarom toch een bijdrage over Zweden.

De ferry die we hadden vanuit Estland was vele euro’s goedkoper dan die vanuit Tallinn naar Stockholm. Deze ferry was meer gericht op vrachtvervoer. Er waren om die reden dus ook maar twee vrouwen aan boord, de rest van de ongeveer 50 aanwezigen waren mannen en voornamelijk “vrachtrijders”. Gezien het zojuist getypeerde profiel van de opvarenden was het niet verwonderend dat bij de mededeling dat de taxfree shop was geopend er sprake was van bijna massale oploop richting de sterke drank en rookwaren. Dat gedrag is in de noordelijke landen blijkbaar nog steeds hetzelfde. Niet voor ons, wij waren nog voorzien!!

Het was zondagochtend en de eerste 100 kilometer op de snelweg was het heel erg rustig, met ons mee een paar Baltics en als tegenligger af en toe een enkele Zweed. De wegen in Zweden zijn ruim en van goede kwaliteit en een verademing met wat we eerder deze reis hebben mogen ervaren. Ook is het landschap in Zweden wel weer wat aangenamer dan in de Baltische staten. Hier weer de vele meren, het golvende landschap en dus mooie vergezichten. Een verademing! Maar we weten dat als je uit Noorwegen komt, zegt, wel mooi maar een beetje saai! Zo zie je maar, als mens ben je heel gauw ge-biased. Dat wil zeggen je gaat mooie dingen lelijk vinden als je supermooi gewend bent geraakt en je vindt gewone dingen supermooi als je saai als normaal bent gaan beschouwen. Ander voorbeeld, we spreken nu weer van een hoge spaarrente met 1,5%, maar hadden we dat maar gehad toen we de hypotheekrente voor ons eerste huis afsloten!

De afstand tussen de aankomstplaats en de volgende bestemming, Lizas Smäbruk, is zo’n kleine 600km. Na bijna 350km, in de buurt van Karlstad, vinden we het welletjes. We hadden gepland te overnachten op een camperplaats, maar die bleek vol bezet (#5) te zijn. Dan maar door naar het alternatief een grote camping aan het Vänern, een gigantisch groot meer, waarbij ons IJsselmeer wel een paar keer in past. Achteraf prijzen we ons gelukkig, want de campingplek bood alles voor een heerlijke middagwandeling door dat wat Zweden mooi maakt, bossen en meren. Daarbij klaarde de lucht ook weer een beetje op en zo werd het toch nog een aardige middag.

Nog ruim 250 km te gaan en we hebben het doel van onze reis bereikt. Een bezoek aan Lizas Smäbruk, de locatie waar ons petekind leeft. Het is zondagochtend, heel erg rustig op de weg en voordat we er erg in hebben zijn we bij de grens met Noorwegen. Opvallend de uitgebreide grenspost die we passeren. In de vorige reis gingen we in de omgekeerde richting en kwamen we niets tegen dat op een grenspost leek. Ineens waren de wegen anders qua asfalt en de verkeersborden anders qua vormgeving. Nu was dat natuurlijk ook het geval, maar hier was de grenspost een overduidelijke markering, met tal van douane faciliteiten. Later bevestigde Liza onze constatering, toen zij deze zomer met de camper naar Frankrijk gingen was de Noorwegen-Zweden grens de enige plek waar zij gecontroleerd werden. Bijzonder!

Zweden zit er alweer op en nu verder met Noorwegen.

Astonishing Estonia

Estland (Estonia) is van de Baltische staten het meest in het nieuws. Voornamelijk vanwege de vooruitstrevenheid en economische ontwikkeling, maar ook in de pro westerse en anti Rusland houding. Onlangs was het nog in het nieuws vanwege het opruimen van de laatste nog communistische standbeelden. In de stad zagen we ook de nodige anti Russsiche (Poetin) spandoeken en veel pro Oekraïne uitingen. Toch is nog zo’n 25% van de bevolking Russisch. Met name aan de oostkant van Estland en op die plaatsen waar de Russen in de Sovjet tijd een militaire basis hadden. Onbekend is in welke mate de Russen in Estland achter het huidige Russische (oorlog) beleid staan. Maar genoeg over politiek.

Zoals ik al vermeldde in de voorgaande post zijn we vanwege het weer snel opgestoomd naar Tallinn. De stad met historie en met een authentiek historisch centrum. Veel delen van de stadsmuur en de vele poorten markeren het oude centrum. De poorten hebben mooie namen als “Dikke Berta”, “Lange Jan” en Kiek in Köök. ( de naam spreekt voor zich 😉 Alle straten zijn nog in kasseien uitgevoerd en ook de gevels van de huizen zijn origineel gerenoveerd en dat betekent dat je je op momenten in een andere eeuw waant. Verder natuurlijk veel kerken van de verschillende religiën. De foto hieronder is van de Russisch orthodoxe gemeenschap.

In Estland zijn we wel in ander weer gekomen helaas, Na een grijze regendag is de temperatuur behoorlijk teruggevallen, Van ruim 30 graden in Vilnius zitten we een paar dagen later in 12 graden, geen zon en een koude wind uit het noorden. Kortom lange broeken en fleeces maar tevoorschijn gehaald. Gelukkig is inmiddels de zon weer terug zodat uit de wind in de zon het toch wel weer aangenaam is.

We staan op een camping zo’n 20 km buiten Tallinn, dus een bezoek aan de oude stad vraagt een fietstochtje van een uur. Vanuit het buitengebied rijden we langs het vliegveld door de buitenwijken van de stad naar de oude binnenstad. Ook hier net zoals de de voorgaande landen het geval is, vraagt het enig improvisatievermogen om de juiste fietspaden en fietsroutes te vinden. In vorige posts heb ik vaak mijn beklag gedaan over fietsen in Frankrijk, Spanje, Duitsland etc. Het maakt niet uit, allemaal hetzelfde liedje, helaas. Eigenlijk ligt het aan onszelf, zo is mijn conclusie nu. In al die landen uitgezonderd Nederland heb je maar twee soorten verkeersdeelnemers; snelverkeer en langzaam verkeer. Als fietser behoor je bij het langzame verkeer en dat betekent dat je niet bij het snelverkeer op de weg mag rijden. De stoep is dan je domein tenzij er een aparte fietsstrook is ingericht. Soms is dat op de weg, soms is dat op de stoep. Voordeel hiervan is dat je ook geen discussie hebt over wat je met elektrische steps, e-bikers rolschaatsers etc. aan moet. Het wordt dan heel simpel, deel het toe in de klasse snelverkeer of niet. Is het snelverkeer dan is de weg het domein, zo niet dan rij je op de stoep bij de voetgangers. Overigens houden de snelverkeerders hier heel goed rekening met het langzame verkeer, bijvoorbeeld bij het oversteken. Voetgangers daarentegen letten nauwelijks op de andere gebruikers zoals wij fietsers. Fietsen blijft daardoor wel een uitdaging.

Het landschap en ook de stad als ook de mensen doet wel heel sterk denken dat je je in Finland bevindt. Een uitgestrekt landschap met meren, veel dennenbomen, we hebben zelfs een waterval gesignaleerd, en heel veel rust in die omgeving.

Deze reis heb ik vaak de naam gegeven van “een rondje Oostzee”, maar de Oostzee is om verschillende redenen niet heel vaak bezocht en in beeld gekomen. Eigenlijk is het niet zo’n fraaie zee. Vanuit onze reizen naar Denemarken weten we dat er niet zo heel veel mooie stranden zijn en dat die weinige stranden vaak bezaaid zijn met heel veel alg en zeewier. Die ligt dan te rotten op het strand en dat geeft geen aangename geur en trekt heel veel smerige vliegen aan. Toch nog even een bezoekje gebracht aan de Oostzee vandaag en ook daar troffen we naast rust ook helaas het voorgaande tafreel aan.

Hiermee is een einde gekomen aan de Baltic en stappen we op de ferry naar Zweden, Vannacht in een hut in plaats van de camper en morgen vervolgen we de tocht in Zweden.


Letland

In de periode 2011-2017 ben ik met mijn studenten van de opleiding ISM elk jaar op een citytrip geweest. Meestal was de bestemming een stad in het voormalig oostblok. Dat had de volgende redenen, het was voor bijna iedereen nieuw en het was redelijk goedkoop, zowel qua vlucht, als hotel en kroegen en clubs. Op de vraag “waar wil jij naar toe” die begin 2016 aan mij werd voorgelegd was mijn antwoord Tallinn, want daar is samenleving heel sterk op internet ingericht. Dat wilde ik weleens meemaken. Toen bleek dat er geen vluchten mogelijk waren op vrijdag heen en maandag terug, kwam de groep studenten die belast was met de organisatie terug met het alternatief van Riga in Letland. Nou ja dat is ook goed.

Een lange inleiding om te vertellen dat Letland en Riga dus een mooi weerzien is. In 2016 nooit gedacht dat ik hier nog een keer zou terugkeren. Vanaf de camperplek in Litouwen naar Riga in Letland was een redelijk korte rit. Bij het passeren van de grens was er nauwelijks enig verschil waar te nemen. De taal is kennelijk anders maar voor ons is dat in beide gevallen niet te volgen, we kunnen er ook nu in Letland niets van maken.

De voorsteden van Riga zijn nog wel heel oud, arm en oostblok-achtig qua uitstraling. Die dateren nog duidelijk uit de communistische tijd. Naarmate we dichterbij de stad kwamen herkenden we de kerktorens, de grote gebouwen en de brug naar het hotel van 2016. Sterker nog de weg naar onze camping liep zomaar langs dat hotel. Kortom een feest van herkenning.

Omdat we vroeg in de middag aankwamen hadden we alle tijd om met de fiets de stad in te gaan en nog meer oude herinneringen om te zetten naar nieuwe ervaringen. In vergelijking met Vilnius is Riga toch wel een echte hoofdstad, met meer historische gebouwen in de oude stad, maar ook meer grote business wijken en meer aan de buitenkant van de stad de grote industrie.

Hier een korte impressie van de de oude stadskern van Riga.

We vervolgen onze weg naar Estland en kan daarmee de oude wens toch in vervulling brengen. Het plan is om langs de baai van Riga in noordelijke richting net even in Estland te overnachten en dan door naar Talinn, de hoofdstad. De regen verstoort ons plan. Maandagavond is het flink gaan regenen en ook bij ons vertrek dinsdag regent het opnieuw. De gehele route blijft het grijs, nat en daardoor ook saai. Onze reisgids had er al voor gewaarschuwd. Hierbij de bevestiging, het klopt. Tegen lunchtijd waren we al op de plaats van bestemming en het was nog steeds nat en grijs. Het heeft weinig zin om daar in de regen de middag in de camper stuk te gaan slaan. Dus besloten we unaniem de volgende 130km er nog even achteraan te plakken. Op naar Tallinn.


Litouwen

Litouwen lijkt onbereikbaar, daar het leek het wel op toen we deze morgen de routeplanner de opdracht gaven ons naar Vilnius te leiden. Er kwam een melding dat een bepaalde weg vanwege een opbreking niet toegankelijk was. De Garmin deed ons het onderstaande volgend voorstel !

De aanbevolen route was nu om via Wit Rusland, zo’n 400km om, naar Vilnius te rijden. Dat vonden we niet alleen vanwege de omweg een goed voorstel. Belarus is nou niet een land waar we op dit moment willen verblijven. Uiteindelijk hebben we de routeplanner maar gewoon weer genegeerd en zijn we old school op de borden gaan rijden.

Als rechtgeaarde Nederlanders nog even goedkoop de tank vullen, want in Polen is de diesel ruim een kwartje goedkoper dan in Litouwen, waar de prijs met €1,85 overigens nog redelijk is vergeleken met de prijzen in Nederland.

Toen we Litouwen binnenreden was ons beider reactie dat Litouwen wel heel veel weg heeft van Nederland. Erg vlak, veel landbouw en op de achtergrond bomenrijen en bossen. Je waant je zo ongeveer ergens in Brabant. Voor een fraai landschap hoef je niet naar dit soort landen te reizen, dat vind je dichter bij huis ook. Toch doen we het, waarom eigenlijk? Goede vraag en dus lastig te beantwoorden! Eigenlijk is het gewoon nieuwsgierigheid. Hoe is het daar, het voormalig oostblok? Nog sterker uitgedrukt een voormalige Sovjet republiek? Wat is er nog over van het communistissche regiem? In hoeverre zijn deze landen al “echte” Europese landen? Waar staan ze nu? Maar ook interessant is natuurlijk de oude cultuur. Deze landen hebben een rijke geschiedenis en wat vind je daar van terug? Op zoek naar de antwoorden op deze vragen. Het is het avontuur dat trekt!

Bij een avontuur moet je soms wat improviseren en zaken niet al te nauw nemen. Zo ook met het verkeer. De kwaliteit van de wegen laat soms ernstig te wensen over, dat is in Litouwen niet anders dan in Polen. Hier in Litouwen wat minder lappendekens, maar wel enorme spoorvorming, je glijdt met je wielen in een soort greppeltje in het wegdek. Te zwaar verkeer? Slechte fundatie? Ik weet het niet, achterstallng onderhoud in ieder geval.

Via Kaunus komen we aan het eind van de middag aan in Vilnius, de hoofstad. De route ging voornamelijk over 4-baans wegen en dat was wel weer een meevaller. Daar had ik eigenlijk niet op gerekend, zeker niet na de melding van de routeplanner deze morgen. Rond Kaunus zagen we tal van grote winkelcentra en alle grote merken prijkten daar ook op de gevels. Kortom de verwestering heeft hier ook gewooon plaatsgevonden. De vraag komt naar boven of afschaffen van het communisme dan automatisch de introductie is van een commerciële (kapitalistische) wereld, waarin de wereldmerken het voor het zeggen hebben. Maken deze landen niet allemaal dezelfde fout. Ziende blind in de val lopen van de grote jongens van deze wereld. Je zou ze willen waarschuwen, denk goed na wat je wel en wat je niet accepteert van de commercie, van de groter wereldspelers. Voor je er erg in hebt ben je overgeleverd aan de Elon Musks, Jeff Bezos’ en Mark Zuckenburgs van deze wereld. Moeders wijsheid, “berouw komt na de zonde”. Het zal zijn beloop krijgen en het is niet aan mij om ze nu al van een zonde te betichten.

De camperplaats die ik voor Vilnius had geselecteerd was een in en intrieste parkeerplaats buiten de stad. Op zoek dus naar een betere plek. Iets op loopafstand van de binnenstad. Dat klonk veel beter, maar toen we in de buurt van de eindbestemming kwamen sloeg de twijfel toe. Via een gravelpad, een opgebroken weg, langs bouwputten en even later over een hypermoderne straat weer terug naar een groot oud herenhuis, maar tot onze verbazing bleek daar dus ook een camping te zijn. Bingo! Gelukkig kregen we het laatste plekje toegewezen en al was het wel een beetje scheef. Naar bed gaan in de camper had nu wat weg van een helling beklimmen voor het slapengaan. Maar we stonden op loopafstand van de oude stad en de spiksplinternieuwe winkels en restaurants waren nog geen 100m van ons vandaan. Heel bijzonder.

Vilnius is de hoofdstad van Litouwen, maar de oude stadskern heeft geen kenmerken van een wereldstad. Het lijkt veel meer op een provinciestadje, heel gezellig met wat oude gebouwen, veel kerken, een heuse universiteit in het centrum van de stad. Zeg maar een soort Leiden. Wat wij beiden erg opvallend vonden was het grote aantal jonge mensen met kleine kinderen. Bijna allemaal begin twintigers die met een baby in de weer zijn. Of hoogzwanger of bruidspaar zijn. Ongekend wat we op een dag aan bruidsparen hebben gezien. Bij de een tweetal kerken was het zelfs file trouwen. Het ene trouwtje klaar, dan kan de volgende beginnen. Wel mooi om te zien al die gasten zo gefocused en trots op hun bruidspaar en de bruid en bruidegom heel onwennig met de situatie. Al die belangstelling en die vreemde kleren aan je lijf.

Vilnius heeft vele kerken en als je met Gerda op reis bent schuilt daar wel een gevaar. Niet vanwege haar religieuze behoeften, maar wel de cultuurhistorische! Maximaal vijf hadden we afgesproken. Het zijn er uiteindelijk vier geworden. In een geheel andere stijl dan wat we in Spanje tegenkwamen. In de kerk in rococo stijl was het een komen en gaan met de bruidsparen. Als je er een onvergetelijk dag van wilt maken dan past zo’n kerk daar prima in. Hieronder een kleine impressie.

Vilnius toch wel een beetje in mijn hart gesloten als een leuke stad met veel potentie, en dat laatste kan in meerdere opzichten worden uitgelegd! Als toetje heeft Vilnius ook nog een bijzonder fraai kasteel zo’n 20 km buiten de start gelegen. Helaas hadden we het bezoek wat minder goed gepland. Het was op een zondag en opnieuw liep de temperatuur op naar 30 graden. Het gevolg hiervan laat zich raden. Een grote toeristenstroom dat een wandeltempo aanhield waarmee je helemaal stuk gaat. Het kasteel lag er heel fraai bij, dat is zeker waar, maar de restauratie was destijds door de communisten zou voortvarend aangepakt dat de sjeu van een oud kasteel verloren is gegaan. Jammer, meer kan je er niet over zeggen.

We trekken weer verder en gaan richting Letland. De laatste camperplaats bevindt zich vlakbij een bijzondere locatie. Eigenlijk een bedevaartplaats midden in het open land. Op een spontane wijze is er een Heuvel der kruizen onstaan. Een van de pausen heeft eind vorig eeuw ook met een bezoek vereerd. Het is heel imponerend om te zien. Inwoners uit Litouwen zijn hier als eerbetoon, herinnering, herdenking of om welke andere reden dan ook op een heuveltje in het landschap kruizen gaan plaatsen. Dit is een enorme en indrukwekkende verzameling geworden. Als je er tussendoor loopt zie je dat het een internationale en ook militaire herdenkingsplaats is geworden. Kruizen met vermelding van regimenten militairen die bij een gevecht of vliegongeval zijn omgekomen. Ook veel kruizen met een herdenking aan de inval in Oekraïne. De inval in Oekraïne is hier in Litouwen overigens ook in het dagelijkse leven heel goed zichtbaar gemaakt. Heel begrijpelijk gezien de ligging en de historie met Rusland. Deze heuvel staat ook symbool voor een afwijzing van oorlog en geweld en een protest richting Rusland. Hier een impressie.

Een heel bijzondere plek dat je aan het denken zet en ook wel het besef dat er heel veel verdriet is in deze wereld en dat wij “spekkopers” zijn. Wel een bijzonder en ook droevig afscheid van Litouwen. Op naar Letland, niet geheel onbekend voor ons.


Polen:

De Oder-Neisse grens kende ik nog vanuit de geschiedenislessen van vroeger. Een grens waarover destijds aan het einde van de 2e wereldoorlog in Potsdam flink is onderhandeld. Maar tot mijn verbazing waren we al lang en breed de grens gepasseerd voordat we over de brug over de Oder reden. Hebben de Polen er later een stukje bijgepakt en zijn ze nog verder naar het westen opgeschoven of ontbreekt er iets aan mijn kennis van de geschiedenis. Hier openbaart zich het feit dat ik altijd veel meer belangstelling had voor aardrijkskunde dan voor gescheidenis. We doorkruisen Szczecin (Stettin) om de camping te bereiken, dat gaat heel voortvarend en halverwege de middag melden wij ons aan. De dame achter de balie spreekt ons direct toe in vloeiend Engels en dat bevalt ons uitstekend na onze Duitse avonturen. Ook de camping aan de zeearm Dabie ziet er gezellig, maar wel wat rommelig (Pools) uit.

Omdat we nog een halve middag voor de boeg hebben besluiten we om Szczecin te gaan bekijken. we pakken de fiets en na en ritje van 8 km belanden we via een grote flyover middenin in een enorme mensenmenigte. In iets dat lijkt op een Sail manifestatie, maar ook wat weg heeft van de Gentse feesten. We zien ons genoodzaakt met de fiets aan de hand lopend onze weg te vervolgen. Ook dat bevalt ons wel, al wilden we ons niet echt gaan onderdompelen in al dat feestgedruis. We wilden alleen de stad maar even bekijken.

We worstelen ons door de menigte naar het oude centrum, maar dat ligt een beetje overhoop door reconstrcties en verbouwingen. Uiteindelijk zoeken we de rust op een lekker terras. De eerst piwo smaakt goed, Gerda houdt het bij koffie.

Leba is de volgende bestemming in Polen. De reden van ons bezoek aldaar is het nationaal park direct gelegen aan de Oostzeekust. De route er naar toe brengt de nodige problemen. De routeplanner is te goed bijgewerkt. De snelweg in aanleg is in werkelijkheid nog niet klaar, terwijl de Garmin er helemaal vanuit gaat dat over die weg gereden kan worden. Het gevolg is dat we op wegen komen die erbarmelijk slecht zijn en vreselijk smal. Soms worden we over een zandpad gestuurd. Dat wordt wat al te gek! Proberen te negeren levert ook niet het gewenste effect en de Garmin melden dat de weg niet bestaat levert ook geen gewenst resultaat. We gaan maar weer ouderwets op de borden rijden om te voorkomen dat straks al het servies aan diggelen is.

Er zijn niet zoveel snelwegen in Polen, slechts tussen de grote steden als Warschau en Gdanks e.a zijn er vierbaans wegen. Er worden op het moment de nodige snelwegen aangelegd en waarschijnlijk betalen we als Europeanen daar volop aan mee. Over een paar jaar wordt het dus heel gemakkelijk om Rusland te bereiken, maar misschien is dat tegen die tijd helemaal niet wenselijk en/of nodig, of is Polen onderdeel geworden van Putin country (sick).

De doorgaande wegen zijn redelijk goed berijdbaar, maar de dorpen/stadjes zorgen vaak voor het nodige oponthoud. De D-wegen (gele wegen op de kaart) zijn echt van slechte kwaliteit, een waar lappendeken van stukken asfalt en dan nog met flinke kuilen. Je hobbelt alle kanten op en geen stukje inhoud van de camper blijft op zijn plaats.

Leba blijkt het Zandvoort van Polen te zijn. Heel veel zomerhuisjes en dus dito toeristen. De straten puilen uit van de souvenierstalletjes en terrassen. Dat was nou niet de reden van ons bezoek, integendeel. Het nationaal park blijkt daarbij ook niet heel toegankelijk te zijn. Er is zo ongeveer maar één weg die leidt naar een duingebied met “wandelende duinen”. Het lijkt ons leuk om daar in alle rust naar toe te fietsen, maar we worden echter aan alle kanten voorbijgreden door busjes en treintjes met toeristen. Allemaal op weg naar de wandelende duinen. Het was een zware klim door het fijne mulle zand naar de top en we waren ook daar niet de enige, maar konden wel even genieten van het bijzondere landschap.

Leba dus maar weer snel verlaten op naar de volgende toeristische attractie; Gdansk. Zo’n 2 uur rijden volgens de campingbaas in Leba, maar het werd bijna het dubbele aantal. We hadden het plan om de middag in de binnenstad door te brengen, dat lijkt wat krap te worden. Uiteindelijk valt het mee en is het vanuit de camping een klein half uurtje fietsen. Gewoon de tramrails volgen en dan kom je aan bij de straat der straten.

Gdansk is eveneens een toeristische trekpleister en dat is ook geheel terecht. In de vorige eeuw, toen het nog Danzig heette, Duits gebied was. Na de 1e WO was het bij de verdeling van Polen in het verdrag van Versailles aan het eind van de eerste wereldoorlog een twistpunt. Duits of Pools., uiteindeljk werd het geen van beiden, maar een vrije stad. In 1939 werd het weer door de Duitsers ingelijfd na hevige gevechten. De stad is tijdens de 2e wereldoorlog vervolgens ook bijna plat gebormbardeerd.

Het herstel is voortvarend opgepakt, want de stijl van de huizen is gebleven, 4 verdiepingen hoog, fraaie gevels, hetzij in oude authentieke stijl of heel modern vormgegeven, Heel passend gedaan. Deed me een beetje denken aan de wederopbouw die ook in Ieper (Belgie) heeft plaatsgevonden nadat het in de 1e WO met de grond was gelijk gemaakt.

Na het bezoek aan Gdansk vervolgen we onze weg richting Baltische staten. Op naar Litouwen met nog een tussenstop in de buurt van Elk. Het gevecht met de routeplanner beslissen we dit keer duidelijk in ons voordeel. Zo af en toe mogen we een stukje van de nieuwe snelweg uittesten, het gevolg is heel veel ruimte. Uiteindelijk komen we halverwege de middag aan op een boerencamping en worden allervriendelijkst ontvangen door de boerin. Een schitterende plek en tijd om even rust te nemen. De temperatuur is weer opgelopen naar 30 graden nadat we vanmorgen met wat regenbuien waren vertrokken. Te warm om nog veel te gaan ondernemen. Het blijft zomer ook diep in Polen en het moet ook nog een beetje vakantie blijven, dus genieten we van de rust aldaar.


Deutschland: nicht nur einfach

De Duitse autobahn is niet het meest spannende om over te bloggen dus slaan we dat over. De camperplaats bij Lauenberg aan een jachthaven van de Elbe ziet er wel aardig uit en dus besluiten we dat het wel mooi is voor vandaag en parkeren we de camper op de strook dicht tegen de jachthaven. De faciliteiten op de CP vallen uiteindelijk wat tegen en ik moet moeite doen om mijn positieve denkweise vast te houden. Vanuit hier kunnen we een mooie fietstocht stroomafwaarts langs de Elbe maken en terug dus ook weer stroomopwaarts. In de avond zorgt een flinke bui voor afkoeling, hopelijk niet alleen bij ons, maar vooral ook in al die uitgedroogde plekken in Nederland. De volgende morgen schijnt er gelukkig weer een waterig zonnetje. Echter bij het vertrek van onze fietstocht slaat het helemaal dicht. Al het water dat gisterenavond gevallen is, lijkt als waterdamp terug te keren en we zitten in een vette grijze mist die heel lastig oplost. We zetten door en genieten van de mooie stukjes die ons ten deel vallen en van de tasse kaffee mit tarte unterwegs.

De faciliteiten op de camperplaats stellen behoorlijk teleur, het is er allemaal wel, maar het ontbeert de Deutsche qualität, helaas. Als vervolgens de CP-beheerder mij komt vertellen dat ik niet goed tussen de lijntjes heb geparkeerd besluiten we dat het wel genoeg is en trekken we door naar het voormalige Oost-Duitsland. Rostock wordt onze nieuwe bestemming met een tussenstop in Wismar.

Het landschap langs de autobahn richting Rostock doet niet veel onder aan wat we al eerder gezien hebben. Het blijft gewoonweg saai! Het lijkt wel of er geen dorpen zijn in Noord Duitsland, alleen een paar grote steden. Of zijn die Duitsers zo slim dat ze de autobahn zo neergelegd hebben dat dorpen er geen hinder van ondervinden? Hoef je ook geen geluidschermen of -wallen aan te leggen. Toch eens navragen. Wismar is een oude Hanzestad en het heeft alle charme van een Hanzestad. Mooie oude huizen met dito geveltjes en straten die bestaan uit kinderkopjes, maar dan wel met een platte schedel. Klinkt een beetje raar, maar wandelt uitstekend. De markt biedt een mooi raadhuis en nog meer oude gevels, veel in dieprood baksteen, wat ook zo kenmerkend is voor Hamburg. Na een lekkere lunch bij die zwei Schwestern vervolgen we onze reis richting Rostock.

De melding besetzt op de slagboom maakt ons duidelijk dat wij, net zoals vele anderen, deze camping hadden uitverkoren. Een paar kilometer verder uit de stad is ook een zeer goed aangeschreven camperplaats. Bij aankomst constateren we een hoge automatiseringsgraad. Voor15 euro kunnen we ticket uit de automaat halen die overigens niet aan teruggave doet, ergo een nacht kost ons dus €20. Nou ja. Later blijkt dat er ook een muntautomaat staat bij de stroomvoorziening en ook die is nogal rigide. Werkt alleen met 50 eurocent munten. In deze tijd van contactloos betalen heb ik geen idee meer hoe die eruit zien. De plaatselijk kruidenier biedt oplossing al moet ik daarvoor wel iets kopen anders gaat haar geldla niet open (hoe bedoel je rigide automatisering). Later op de avond komt de kampbeheerder nog even langs om ons te informeren over hoe alles werkt op zijn camperplaats. De toon is aanvankelijk nogal directief, maar gaande het gesprek (jawel in het Duits) werd hij wat vriendelijker (zie je nou wel, gewoon aardige mensen, wellicht een beetje strikt.

De volgende morgen is de man niet zo aardig meer als hij constateert dat Gerda haar sandalen mee de doucheruimte in heeft genomen. Vloekend kwam hij de douchruimte in om haar en ook de andere gebruiker van de andere douche te wijzen op deze zeer ernstige overtreding. Grundlichtkeit OK, maar dit lijkt ons wel ein bisschen verrückt.

Rostock heeft net zoals Wismar een mooie binnenstad die bestaat eigenlijk uit een lange straat met veel mooie gevels die tevens dienst doet als winkelboulevard. Daarnaast ook tal van kerken en ook deze keer konden we het niet laten er een te bezoeken. Wederom met heel veel mooie ornamenten aan koor en preekstoel, maar het mooiste was toch wel hetgeen achter het altaar was verscholen. Een astronomische klok , dateert al uit 1472, werkt feilloos, al is af en toe handmatig ingrijpen wel vereist. Bijvoorbeeld op 29 februari in een schrikkeljaar en ook in december 2017, toen was die noodzakelijke ingreep bijna wereldnieuws.

De fietstocht later in de middag verliep niet helemaal volgens plan. We wilden de zeearm waaraan Rostock ligt omfietsen, maar daar waar wij een brug verwachtten lag een toltunnel die alleen door snelverkeer mocht worden bereden. Rechtsomkeert dan maar met een koffiepauze in Rostock. Hadden we vooraf toch even moeten checken. Prompt komt de gedachte op dat er straks geen Ferry meer vaart tussen Estland en Zweden, moeten we ineens toch door Putin Country. Toch nog maar even checken vanavond voordat we doorrijden richting Baltic.

De volgende morgen zitten we heerlijk in het zonnetje te ontbijten. We zijn tijdens de koffie, die volgt op ons ontbijt, op het grasveldje achter de camper gaan zitten omdat de ontbijtplek inmiddels in de schaduw ligt. De kampbeheerder komt langs en sommeert ons op de straat te gaan zitten. Warum? Nou gewoon omdat andere mensen ook niet op het gras zitten! Nur dafür. De kambeheerder lijkt wat doorgeslagen in zijn perfectionisme en/of heeft nog geen afscheid kunnen nemen van een voorgaand tijdperk. Duitsland waarderen is nicht nur einfach. Op naar Polen.

Nederland; slow start

De start van deze trip was letterlijk een figuurlijk een slow start. Op vrijdag wilde ik de camper bij Bram uit de stalling halen zodat we hem in het weekend in alle rust konden inruimen, maar toen ik de sleutel omdraaide gebeurde er helemaal niets. De startaccu had het begeven, teveel ontladen gedurende de zomerslaap, althans dat was de eerste veronderstelling. Dus de camper aangesloten op de netspanning en in de verwachting dat ruim een dag laden van de accu deze wel weer in de gewenste volle toestand zou brengen bleek zondagochtend een mooie illusie. De buurman adviseerde vrijdag al om er direct een nieuwe accu in te zetten en hij bleek gelijk te krijgen. Zondagochtend was er geen enkele verbetering te constateren, dus was het na 12 jaar dienst helaas helemaal over. Toen op maandagochtend om half negen de winkel open ging lag ik voor de deur voor een nieuwe accu en deze aansluitend direct ingebouwd. Inpakken, vullen en rijklaar maken van de camper ging razendsnel en rond het middaguur reden we richting Twente voor een gezellig maar ook bijzonder bezoek aan vrienden in Geesteren. Harry is een paardenmenner en hij nodigde ons uit voor de Tubbergse-men-en-ruiter-driedaagse. Gezien onze ambitie van de vele camperkilometers was het geen verkeerd plan om heel rustig te beginnen, dus achterin in het rijtuig en maar kijken naar…..

de mooie natuur van het Tubbergse land 😉

Leuk zo’n dagje achterin, maar om dat nu drie dagen te gaan doen, dat was toch wel iets teveel gevraagd en tenslotte hebben we ook andere ambities in deze reis. Harry had voor de volgende dagen ook al andere(n) (ballast) ingeboekt, dus vertrokken we woensdagmorgen na de koffie. We vervolgden onze reis richting Duitsland. Het doel was ergens halverwege Duitsland in het Natuurpark langs de Elbe een paar dagen te gaan staan. Hierbij had ik me voorgenomen om mijn aversie tegen Duitsland te overwinnen en Duitsland wel leuk te (gaan) vinden en ook mijn Duitse talenkennis nu een echt in de praktijk te brengen en bij elke Duitse confrontatie niet direct te vluchten in het Engels. Goed voornemens en een positieve denkweise, daarmee wordt het vast veel aangenamer om in Duitsland te verblijven. Wir werden es erleben!


Experiencias españolas

Misschien toch nog wel waardevol om in deze allerlaatste blogpost onze ervaringen in Spanje samen te vatten, onbelangrijke, opvallende en onopvallende zaken hier te melden. Kentallen en eigenaardigheden rijp en groen door elkaar.

Spanje is een fantastisch land om te bereizen met een camper, de wegen zijn over het algemeen redelijk goed maar nogal wisselvallig, soms heeft het wegdek wat achterstallig onderhoud en is het een kunst om de slechte stukken te vermijden. Nabij de grote steden kunnen de wegen wat vol zijn, maar we hebben nauwelijks in een file gestaan. In totaal hebben we zo’n 5500km erop zitten, dat is Spanje incl. de reis er naartoe. In Frankrijk hebben we zowel heen als terug voor een deel autoroute en voor een deel Route National gereden. Op de heenreis waren we ruim €100 aan tolgeld kwijt, dat verwacht ik ook voor de terugreis, maar dat bedrag is nog niet afgerekend. Het gebruik van de tolbadge (telepeage) is prima bevallen. Voor zo’n €20 haal je bij de ANWB zo’n badge en die plak je tegen de voorruit en daarmee kan je bij de tolpoortjes zowel in Spanje als Frankrijk gewoon doorrijden zonder contanten of creditcards. Er zijn bij sommige tolstations speciale doorgangen waar je dan met je badge met een vaartje van 30km kunt doorrijden. Heel handig. De AP7 waarop je binnenkomt in Spanje aan de oostzijde is voor een groot stuk nu tolvrij geworden. De eerste tolpoort die wij tegenkwamen was ergens in de buurt van Gibraltar.

Als reisgids hadden we een reisgids van Dominicus, bevat veel informatie over de grote steden en hij besteed eigenlijk alleen maar aandacht aan historie van de steden en plaatsen. Over de bijzonderheden in de natuur wordt veel te weinig gemeld. Wellicht kwamen wij daardoor iedere keer in een kathedraal uit ;-). Ook hadden we de digitale versie van de Lonely Planet tot onze beschikking, daar hebben we een aantal routes uitgehaald die we gevolgd hebben. De LP geeft meer, maar nog wel summiere informatie over de steden en de streken. Daarbij ook redelijk veel routeinformatie, maar met een goede navigatie aan boord heb je daar niet zo veel behoefte aan. Voor de camperplaatsen en campings gebruikten we veelvuldig de app van CamperContact. Ideaal! geeft snel de informatie die nodig is om je keuze te kunnen bepalen. De reviews die daarbij vermeld staan geven een mooie aanvulling. Daarbij kon ik eenvoudig het adres van de camperplaats vanuit de telefoon kopiëren naar de app van de navigatie die hieruit vervolgens de route voor ons bepaalde en die ik dan eventueel nog kon aanpassen als ik een bepaalde plaats wilde invoegen. Het kostte enige tijd om alle mogelijkheden van de navigatie te onderkennen, maar na een paar leermomenten hebben we die nu wel onder de knie gekregen. Zo kwamen we een keer op een camperplaats terecht terwijl we in tweede instantie een camping hadden geselecteerd, maar in de communicatie tussen telefoon en navigatie was toen iets fout gegaan, waardoor we toch tot onze grote verbazing op de eerst gekozen locatie uitkwamen.

Als we meerdere nachten op dezelfde plek bleven kozen we vaak voor een camping. Want met name de elektrische aansluiting is wel gewenst. Koffie en shakes maken is dan een stuk makkelijker en ook moesten we de telefoons vaak weer opladen.

Campings zijn in Spanje echter redelijk dun gezaaid in vergelijking met Nederland en Frankrijk. Spanjaarden staan graag op camperplaatsen, wellicht vanwege de kosten van de campings, ik weet het niet. Maar het viel wel op dat campings met name bevolkt werden door de Nederlanders. Naar mate de stad meer faam heeft verworven was het gezelschap op de camping ook meer internationaal, maar Nederlanders kom je altijd tegen, al ben je in Timboektoe. Waar ik ook was tijdens een vakantiereis altijd waren er landgenoten. Overigens zijn er wel wat opvallende zaken te melden van wat er op de camping zoal gebeurt. Als je in de maanden april/mei op een camping bent dan is de gemiddelde leeftijd op zijn minst 75 jaar. Wij voelden ons jonkies onder de campingbevolking. Ook viel op dat de gemiddelde campingman de verantwoording draagt voor de af- en aanvoer. Je ziet ze veelvuldig, gemiddeld ook enigszins krom lopend met de plee (in rolkoffer uitvoering) en gieter in de weer.

Ook het buitenkoken is gemiddeld genomen een mannenbaan, al was het daar nog niet altijd het juiste weer voor. Verder is het heel stil, althans na negen uur, want iedereen zit dan binnen te kaarten, te dobbelen of TV te kijken. Het is dan camping oneigenlijk stil, terwijl de camping toch helemaal vol stond. In de ochtend tijdens koffietijd of late middag gedurende het borreluurtje gebeurt er het meest irritante wat er op een camping kan gebeuren, dan wordt er contact gelegd met het thuisfront en ik hoef en wil al die familiedrama’s en problemen niet horen die via telefoon of facetime worden uitgewisseld. Het ergste is als de buren ook al de kleinkinderen op facetime te spreken krijgen. Op de een of andere manier valt alle gene weg en lijken de kleinkinderen naast gedragsproblemen ook gehoorproblemen te hebben. Op volle geluidsterkte worden de laatste schoolresultaten en uitslagen van D’tjes uitgewisseld. Tja, ik kan me er niets bij voorstellen, heb er geen ervaring mee zal ik maar eerlijk bekennen. Wellicht is het daarom zo irritant.

Ter voorbereiding van deze reis heb ik mezelf wat Spaans geleerd met behulp van de app van Duolingo. Elke dag wat woordjes oefenen dat levert echt wel wat op. Ik betrapte me erop dat ik zonder het echt te beseffen aankondigingen in het Spaans kon lezen en begrijpen zonder te realiseren dat het Spaans was dat ik las. Spreken is nog wel lastig, nov lastiger wordt het als ze een antwoord geven in het Spaans, want dat gaat meestal zo snel dat ik moet afhaken. Overigens kan je in de grote steden en de meeste campings gewoon met Engels terecht. De begroeting ging dan meestal in het Spaans om vervolgens de vraag te stellen of men Engels sprak. Bij een ontkenning begon dan voor mij de uitdaging, maar meestal volgde dan “yes, off course” of “un poquito”.

Zoals genoemd staan de Spaanse camperaars zelf graag op de gratis camperplaatsen en ze kruipen het liefst zo dicht als mogelijk tegen je aan. In Cordoba was er gigantisch grote parkeerplaats met een zee van ruimte. Wij hadden onze camper op zo’n 2 campers-brede afstand geplaatst van onze Franse buren, maar toen we de volgende morgen wakker werden had een Spanjaard kans gezien in het donker zijn camper er tussen te wringen 🙁 waarom in godsnaam, er was werkelijk een zee aan ruimte elders.

In een van de blogposts meldde ik al dat wij vaak buiten de drukte van een stadscamperplaats een plek zochten. Soms met als gevolg dat we wel een stukje moesten fietsen voor een bezoek aan de stad, maar op die manier zie en ervaar je wat meer van het Spaanse leven. Zoals bijvoorbeeld de kwaliteit en diversiteit van en op de Spaanse fietspaden. Meestal groen gekleurd, het begin en eind is nogal abrupt, of spontaan 😉 en in alle gevallen heel smal en komt zowel voor aan linker- of rechterzijde of in de middenberm. Fietsen is Spanje is op z’n minst avontuurlijk.

Wat zijn de aanraders, de must see’s. Daar zijn er veel van in Spanje, en voor elk wat wils. Heel veel stranden, heel veel zee, dat is bekend maar dat was niet waar wij voor kwamen. Heel veel historie, oude architectuur en kunst daar kwamen we wel voor en ook voor de natuur en het landschap en daar hebben we volop van genoten. Voeg daarbij het lekkere eten voor een eerlijke prijs en de overheerlijke Spaanse wijnen en het ideale vakantieplaatje is compleet. Wat zijn dan de uitschieters geweest op deze reis?

Valencia heeft mijn hart gestolen vanwege de groene ader en de overalaanwezige geur van de bloesem van citrusbomen. Granada is fantastisch mooi met het Alhambra, maar vooral ook de ligging met de Sierra Nevada op de achtergrond. Cordoba mag je niet overslaan want het Mezquito is bizar en mooi tegelijkertijd. Ook de woon- en werkplek van Salavadore Dali was inspirerend. Maar kleine onverwachte zaken zijn ook heel leuk zoals de camperplaats bij een wijnboer in de buurt van Lleida of de lunch met oud student Guido en zijn vriendin Roberta en de kleine Arthur in Badalona.

En tenslotte het weer. We hadden verwacht dat de zuidkust van Spanje in april wel wat meer warmte zou bieden, maar het was nogal wisselend, dat is ook Spanje in het voorjaar. De ene dag is dik 20 graden, vervolgens krijg je een buitje of steekt de wind op en is het de volgende dag dik 10 graden kouder. Toch hebben we het niet als een probleem ervaren, je past je plannen aan want als pensionado heb je alle tijd. Spanje is wat ons betreft nog niet klaar, want het noorden biedt nog veel schoonheid die we nog bewaard hebben voor een volgende reis, dan wel in de nazomer als het land geel in plaats van groen kleurt.

España es fantástica, me encanta.