Ode aan de plataan

De plataan is een boom die mij direct aan Frankrijk doet denken. Natuurlijk komt hij met name in de laatste decenia ook voor in Nederland, maar dat staat in geen verhouding met de platanen van Frankrijk.Eigenlijk heb ik de plataan ook pas ontdekt de eerste keer dat we naar Corsica zijn geweest. Daar viel de plataan mij pas echt op als die grote dikke boom met de gebladerde bast die langs die dromerige wegen langs de kust van Cap Corse stonden te baden in het zonlicht.

De plataan hoort  bij Frankrijk, net zoals de wilg in het natte Holland en de eik in (oost) Nederland. Maar de Plataan biedt zoveel meer dan die bomen die het Nederlandse landschap sieren. Na ruim drie weken door het Franse land te hebben gereisd,  wordt het tijd voor een ode aan de plataan.De plataan is ongekend functioneel, zeker in een gebied zoals Frankrijk. Allereerst is de plataan een boom die  heel veel schaduw kan creëren. Dat is in de zuidelijke landen zeker geen luxe, maar pure noodzaak. Het dichte bladerdak zorgt ervoor dat de zon nauwelijks kans heeft om de grond te bereiken.

Geen wonder dat op de Franse pleintjes en in parken de plataan een veel voorkomend exemplaar is. Naast de schaduw is de Plataan vooral ook in esthetisch opzicht een aanwinst voor de pleinen en parken. Het fraaie bladerdak, de sierlijke groei, met  een stevige romp en de dito takken die tot een enorme hoogte reiken. Die enorme hoogte geeft tegelijk ook ruimte op het plein. Verder is de stam van de boom natuurlijk een echte eye catcher. De lichte vlekken die ontstaan doordat de dunne bast op een grillige wijze loslaat van de stam, zorgen voor een kleurrijke patroon.De plataan biedt, naast schaduw en esthetiek, nog meer zoals luwte. Langs de wegen staan aan weerzijden op gepaste afstand van elkaar rijen platanen die de soms zeer krachtige mistral breken, waardoor de eenzame fietser (hoe sterk is die in Frankrijk?)  in staat is het volgende dorp te bereiken. Uiteraard biedt de plataan ook luwte aan de automobilist, maar dat is van minder belang. De dichte rij platanen zo dicht tegen de weg zorgen ervoor dat je je beperkt in je snelheid, op dat soort wegen is de ruimte beperkt en uitwijken naar de zijkant van de weg is door de bomen ook beperkt. Als je zou moeten kiezen dan zijn de platanen een slechte optie. De boompjes die in Nederland langs de weg staan zouden wellicht nog wel een optie zijn, maar hier in Frankrijk dus echt niet. Je kan stellen dat de plataan naast alle al genoemde voordelen ook nog een veiligheidsfunctie heeft.Die platanen zijn bovendien ijzersterk en bereiken een hoge leeftijd, dat maakt dat  ook vanuit economisch perspectief de plataan een geweldige boom is. Niet na 10 of 20 jaar de bomen omhakken dus vanwege het risico dat ze bij de eerste beste code oranje mogelijk zouden kunnen omwaaien, zoals bij veel Nederlandse gemeenten het beleid is. Verder heb ik me door een oude Fransman laten wijsmaken dat de Franse wijn beter smaakt onder een plataan. De smaak van de wijn komt beter tot zijn recht in de nabijheid van een plataan. Dat laatste feit heb ik  deze reis wel uitgeprobeerd, maar ik kan nog geen bewijs leveren.  Wel kan ik zeggen dat de liefde voor de plataan is toegenomen nu ik ze in ook nog in hun fraaie herfsttooi heb kunnen zien.


Avignon

Gisteren eindigde ik met de eerste regel van het liedje “sur le pont d’Agvignon”. Ik verheugde me om naar Avignon te kunnen gaan. Ik denk dat Avignon, na Parijs, de eerste plaatsnaam van Frankrijk is geweest die ik kende en die dankzij dat liedje me ook altijd is bijgebleven. De reden is als ik het goed heb dat er in mijn prille jeugdjaren een hoorspel was op de radio waarvan het verhaal zich in Avignon afspeelde en waarbij het liedje als intro werd gebruikt Sur le pont d’Avignon – Kinderliedjes van vroeger – YouTube.

De fantastische routeplanner van Garmin bracht ons keurig naar de startplek van de wandelroute en een beetje tot onze eigen verbazing was daar ook nog eens een geschikte parkeerplaats voor de camper. Bij het begin van de wandling nog geen enkel beeld van de befaamde Pont d’Gard kunnen opvangen. De wandeling liep wel langs een aantal restanten van het kanaal waar de Pont onderdeel van is geweest. De route werd wat uitdagender en voerde langs een steile rotswand, onder protest van Gerda, maar leverde direct ook een prachtig vergezicht op dat beroemde aquaduct. Daarna leidde de route ons naar bijna alle kanten van de Pont, iedere keer een nieuwe gezichtshoek. Op deze manier raakte we ook verzeild in de grote bezoekerstroom, als we het goed begrepen hebben wordt bij de toegang vanaf de parkkeerplaats €7.50 toegang gevraagd. De gedownloade wandelroute kostte €3,99, dus een stukje omlopen leverde naast een mooie wandeltocht ook nog eens €11,00 winst op. Die Fransen maken toch maar een mooie winst op de bouwwerken van hun voormalige kolonialisten.

Na de wandeling restte nog maar 33 gemakkelijke kilometers over de Route National naar Avignon dat werkelijk lag te schitteren in de late middagzon. Dominant aanwezig in het beeld van Avignon het paleis van de Paus dat ten dele in de steigers staat. Verder is de hele oude stad nog omgeven door een brede stadsmuur met slechts een aantal poorten waardoor je de binnenstad kunt bereiken. De ligging aan de Rhone maakt het beeld op een prachtige wijze compleet.


Nimes

Van Arles naar Nimes is maar een wippie, daarom ervoor gekozen om via een omweg door de Camargue  van Arles naar Nimes te rijden. Daarbij hadden we gedacht om in dat gebied ook nog een wandeling te maken, maar er kwam niets van terecht. Waarschijnlijk was onze omweg onvoldoende “om”. We hadden dieper de Camargue in moeten duiken en wellicht ook de kleine weggetjes moeten gaan avonturen. Nou ja, je kan niet alles krijgen wat je graag zou willen. De roze gekleurde moerassen met de flamingo’s zijn er een volgend keer als we in de buurt zijn ook nog wel.
Nimes is een echte stad hoor, heeft een rijke uitstraling.  Natuurlijk door de rijke historie die op verschillende wijze bijdraagt aan die rijkdom. De stad is al sinds de jaartelling van grote betekenis geweest. De Romeinen vonden het een belangrijke schakel in de connectie tussen Alpen en Pyreneeën. Er zijn veel mooie gebouwen bewaard gebleven uit die tijd.

Zo is het Maison Carree, een nagebouwde versie van de Apollo tempel in Athene, een van de best bewaarde van dit type. Het Carree maakte deel uit van het Forum, hét centrale plein annex gebouw van een vesting. Dat geldt ook voor de Arena die uiteraard na restauratie nog nagenoeg in tact is. Wordt, net als die van Arles, nog gebruikt wordt, o.a. voor stierengevechten. Nimes is overigens de enige plaats in Frankrijk waar dat nog is toegestaan. Verder heeft Nimes een schitterend park dat tegen de heuvel is gelegen en waar bovenop de heuvel de Tour Magne staat die ook uit de Romeinse tijd dateert. In dit park, de Jardins de la Fontaine, zijn ook nog resten van de tempel van Diana. Het park is van meer recente datum, ergens 17e/18e eeuw.

Ook hier in Nimes hebben de Romeinen dus flink huisgehouden. Als je je zo gaat verdiepen in die historie kom je tot de constatering dat de kolonialisatie van alle eeuwen is. Ik vraag me af wanneer de Italianen nou eindelijk een keer sorry gaan zeggen en openlijk voor de rest van Europa hun excuses gaan aanbieden. Dan kunnen daarna ook de Grieken en de Fransen en de Russen dat ook gaan doen. Dat is wel zo netjes na al die excuses die al zijn gemaakt door de meer recente kolonialisten. Overigens twijfel ik of de Duitsers dat al hebben gedaan, maar ik dacht van wel.

Zo’n historie levert veel belangstelling van toeristen op, dat brengt rijkdom en daarnaast is de stad van het begin af belangrijk geweest en gebleven waardoor tal van publieke en private organisaties zich gevestigd hebben in Nimes. Ook dat brengt geld in het laatje en de het gemeentebestuur heeft dat weer geïnvesteerd in de infrastructuur, Goede wegen, mooie boulevards, goede verkeerstromen, mooie pleinen en ook een goede vermenging van oude en nieuwe architectuur. Complimenten dus bij deze aan de stadsbouwmeester.  Maar door die aanpak en bouwlust is het pittoreske (zoals Sandra het noemde in een reactie op FB) zoals dat in Aix en Provence aanwezig was, verdwenen. Nimes is een stad met allure en het was prettig om daar een dag te vertoeven. Morgen naar “sur le pont d’Avignon”

Arles

Arles heeft, naast het feit dat het bij velen bekend is vanwege ons aller Vincent van Gogh, heel veel historie . De Romeinen hebben hier een flinke locatie gevestigd met alles erop en eraan. Theater, Arena, Thermen , Forum  en ga maar door. Veel restanten zijn in redelijke staat achtergebleven en dus het bekijken waard. Daarom is Arles een bestemming geworden, weliswaar voor een nacht. Na aankomst op een op het eerste oog aardige camping met een uiterst vriendelijke gastvrouw die verbaast opkeek toen we zeiden dat we slechts voor één nacht kwamen. Arles heeft zoveel moois, dat kan je nooit in een dag bekijken volgens haar. Nou, dat zullen we nog weleens zien! Vol energie en verwachting sprongen we op de fiets en reden we naar het centrum. Fietsen geparkeerd bij Tourist Information en op naar al dat moois. De gok was juist, want de straat die we gekozen hadden leidde direct naar Hotel de Ville. Met op het plein ervoor een Obelisk of was het nou een menhir. Of gooi ik nu zaken door elkaar. Enfin kijk zelf maar en oordeel.

Onder dat plein bevonden zich -nog in redelijke goede staat- de resten van wat eens het forum is geweest. Ik moet zeggen dat het me wel een bijzonder gevoel gaf toen ik daar liep, de gedachte dat hier zo’n 2000 jaar geleden in een totaal andere wereld de mensen  hier hun “ding deden”. Nu is 2000 jaar niet zo  heel lang geleden als je net met je hoofd in het boek zit van Yuval Noah Harari: Sapiens. Daar heb ik net de cognitieve revolutie achter de rug en zit nu midden in de agrarische revolutie, zo’n 10.000 jaar vóór de Romeinse tijd. Maar toch, het gaf me wel een bijzonder gevoel.

Dat gevoel kwam nog sterker terug  in het theater en later in de Arena. Indrukwekkende bouwconstructies met name in de Arena. Minpuntje is wel dat de Arlésiens zowel de Arena als het theater nog gebruiken bij bijzondere optredens/voorstellingen en wedstrijden/shows. Het gevolg is dat de stukken die de tijdgeest niet hebben overleefd vervangen zijn met houten banken in een soort van steigerconstructie. Dat beeld doet heel afbreuk aan de uitstraling, echt een misplaatste aanpak. Nee de arena van Verona wint hier op alle fronten.  Op eenzelfde wijze was dat het geval bij de thermen, stukken gerestaureerd maar op een te moderne wijze die de authenticiteit afbreuk doet. Eigenlijk geldt hetzelfde voor de straten en steegjes in Arles. Geen oude klinkertjes, grindkeien of marmeren plavuizen zoals in Verona, maar asfalt. Asfalt hoe haal je het in je hoofd, maar ja het zijn Fransen he! Het spreekwoord met de Franse slag is hier duidelijk van toepassing geweest. En natuurlijk zijn we naar het café van Vincent van Gogh geweest. Het staat ook nadrukkelijk op de tourist citymap vermeld. Het cafeetje stond er erg verlaten, lees gesloten bij.  Ik denk dat het in 1888 toch betere tijden doormaakte met al die schilders op bezoek. Arles ademt toch nog steeds wel kunst, moet ik zeggen. Er liepen nog al wat kunstenaars rond, voornamelijk jonge mensen. Met name bij de kunstacademie dat, als contrast met de oude stad, en hypermodern stukje architectuur is geworden. Wat het mooiste is de Romeinse oudheid of het bouwwerk ruim 2000 jaar jonger? Oordeel zelf zou ik zeggen. Op naar de volgende stad die ooit een oude Romeinse vesting was.


Aix en Provence

Om de een of andere reden was ik in de veronderstelling dat Aix een druk industriestadje was. Wanneer dat beeld is ontstaan weet ik niet. Wellicht vanuit de Tour de France, of vanwege wijze lessen uit mij jeugd, ik weet het echt niet. Jaren geleden zijn we op de fiets in en boog om Aix heengefietst. Dat was de fameuze Costerroute die eindigt in Le Lavandou. Misschien is toen het beeld ontstaan? Nou vandaag moet ik dus schuld bekennen.

Aix en Provence is dus een heel mooi typisch Frans stadje, mooi onaangetast stadscentrum met veel historische gebouwen, gezellige pleintjes, met leuke terrassen, smalle steegjes en natuurlijk een kathedraal, meerdere zelfs. Enkele hoogtepunten; Cours Mirabeau, Hotel de Ville en Cathedrale Saint Saveur. Heel veel historie en nog in redelijk goede staat. Daarnaast maakte de stad een rustige relaxte indruk, niet teveel verkeer en ook geen publiek met “stadse fratsen”. Belangrijkste kenmerk in Frankrijk is dat er overal platanen staan. Meters hoge, grote, indrukwekkende platanen en allemaal op leeftijd.

Kom daar maar eens om in Nederland, of nog slechter het Westland. Zodra een boom in het Westland enig status en statuur heeft bereikt, moet hij tegen de vlakte. Vanwege een of ander diertje dat wat overlast geeft, of vanwege het risico dat de boom mogelijk bij een storm schade aan zou kunnen richten. Belachelijk beleid in het Westland. Geen goed woord voor over, integendeel.! Wat maken ze er een potje van. Het sportpark de Hoge Bomen in Naaldwijk hebben ze dit voorjaar ook even om zeep geholpen. Geen hoge boom meer te bekennen. Alles tegen de vlakte, ben benieuwd wanneer er en ook wat er voor terugkomt. Ik denk dat de kans groter is dat eerder een nieuwe naam voor het sportpark is bedacht, dan dat er bomen staan dir recht doen aan de naam van het sportpark. Grr.

Terwijl bomen toch van grote waarde zijn hun bijdrage leveren aan de CO2 reductie, luwte en schaduw geven op de dagen wanneer dat nodig is, maar vooral sfeer geven aan de stad. Overigens niet alleen aan de stad, ook als je door het Franse land campert en je mijdt de autoroute of route national, dan kom je vanzelf op die mooie weggetjes met aan beide zijden van die statige platanen. Dan pas weet je dat je in Frankrijk bent. Nu in oktober geven ze een bijzondere dimensie vanwege de geelbruine kleur die duidelijk maakt dat de zomer nu toch wel echt vooorbij is.

Overigens hebben we daar de laatste dagen weinig over te klagen. Veel dagen met zon, de afgelopen week ook aan strak blauwe hemel en dat is toch een bonus die we even meepakken. De temperatuur is heel aangenaam zo’n 20-23 graden en weinig wind.

Morgen in Arles krijgen een dagje Mistral, de straffe noordenwind die door het Rhone dal giert. We gaan zien of of we die kunnen trotseren.


Einde seizoen

Bij het zoeken naar een geschikte verblijfplaats maken we gebruik van de Apps van Campercontact en van ACSI. Beiden geven prima informatie over alle denkbare campings en hierbij zijn ook reviews van bezoekers aan toegevoegd zodat je niet voor al te nare verassingen komt te staan. Campercontact geeft ook de camperplaatsen weer, extra opties dus. Deze app geeft ook aan of de camping (nog) geopend is. Want als je om deze tijd van het jaar op vakantie gaat loop je de kans dat campings inmiddels ook op vakantie zijn gegaan. Er zijn er nogal wat die in eind september het sluiten. Andere houden eind oktober aan en er zijn er die daar tussen een moment kiezen. De camping Les Mures in Port Grimaud heeft besloten om op zondag 10-10 aan het einde van de dag de poort te sluiten. Het gevolg was dat zaterdag gedurende de dag steeds meer open plekken zichtbaar werden. Zondagmorgen bij het opstaan was het al behoorlijk leeg en zou hadden we ineens een dure plek met vrij uitzicht op zee gekregen.

Vrij uitzicht!

Ik moet zeggen dat dit beeld tezamen met de veel uitzwaaiende mensen wel een vreemd gevoel opriep. Hoewel wij nog maar op de helft zijn van onze vakantie ontstaat een licht melancholische gevoel. Het gevoel dat het allemaal voorbij is, dat er een eind gekomen is aan dat mooie leven. Dat melancholische gevoel vermengde zich met het geruststellende gevoel dat wij nog gewoon een tijdje door kunnen gaan. Niks stressen op de autoroute om in een of twee dagen 1200 km af te raffelen. Nee daar gaan we dus gewoon, via allerelei omwegen, nog 2 lange weken over doen. Een heerlijk gelukzalig melancholische gevoel dat het einde nog niet is aangebroken. De koers is uiteraard wel veranderd, die slingert de komende dagen rond de Rhone delta. Vandaag eerst naar Aix en Provence 😉


St. Tropez

We zijn inmiddels een stukje opgeschoven naar het oosten, verder naar het zuiden kon immers niet meer. Nou ja misschien bij Le Levandou of Hyeres, maar die plaatsen zijn we gewoon voorbij gereden. De rit van vandaag eindigde bij Port Grimaud. Ik wilde weleens weten waar mijn grote broer al die jaren vertoefd heeft in de maand september. Bij aanmelding op de camping vroeg de dame achter de balie, toen ze in het informatiesysteem tuurde, of we al eerder geweest waren. Ik vertelde dat dit mijn grote boer is geweest en dat we op zijn aanraden gekomen waren. Een vette glimlach met de opmerking “très bien” was haar reactie. Een paar dagen even kijken hoe het leven er in dit mondaine gebied aan toe gaat. St. Tropez en St. Maxime liggen aan beide uitersten van de enorme baai en Port Grimaud daar precies tussenin.

Nou dan maar eens op de fiets naar St Tropez. Zaterdagochtend en het was razenddruk op de weg. Naar mate we dichter bij St Tropez kwamen reden de auto’s langzamer of stonden helemaal stil. Ik denk dat we die ochtend het record Porsches inhalen op de fiets hebben verbeterd. Ik vroeg me af of dit het normale patroon op zaterdag was voor St Tropez. Van de tien auto’s in de file waren er schat ik zo’n 2 tot 3 een Porsche. Hoort zeker bij dat mondaine karakter was mijn naïeve gedachte, maar aangekomen in het overvolle mondaine oord werd snel duidelijk waarom er zoveel Porsches een bezoek aan het stadje brachten. De Franse Porsche club had deze dag een meeting gepland in St Tropez. Waar anders bij dit merk, lijkt me helemaal logisch! Snel mijn buurman via WA ook nog maar even uitgenodigd. We komen eraan! was het antwoord van Linda 😉

Als je op de camping in Port Grimaud kijkt dan zie je bijna alleen maar campers, we vielen dus in dat opzicht in geheel niet op. Hoewel, het meerendeel van de aanwezige campers was nog erg nieuw en/of groter. Daarmee kwam het vertrouwde calimero campinggevoel van vroeger weer terug toen we met een piepklein tentje en op de fiets de Franse campings bezochten.

Op de camping zagen we dus zeg maar de welgestelde mensen, onderweg naar St. Tropez passeerden we rijke mensen in hun Porsches, maar in St. Tropez zagen we de puisant rijke mensen die lagen te pronken met hun speeltjes. Jachten van een paar miljoen en meer. Gelukkig lagen er ook nog wat boten die horen in zo’n alleraardigste stadje, want dat is het zeker. Voor het beeld van het stadje en de haven een goede keuze om de gekleurde vissersbootjes een prominente plaats toe te bedelen.

Verder heel, heel veel mensen op overvolle terrassen met heel veel kouwe drukte. Nou ja wij hebben na een wandelingetje door het stadje in de haven ons belegde stokbroodje op een bolder of zoiets weggewerkt.


Cote d’Azur

Cote d’Azur associeer je toch met felle zon, azuurblauwe zee, grillige rotskust en zandstrandjes in een fraaie ronde baai met veel schaars geklede mensen. Bijna alles was aanwezig vandaag, het laatste ontbrak. In deze tijd van het jaar is het niet meer zo druk dus het waren er maar weinig die op het strand te vinden waren. Er gaat tenslotte niets boven een bijna verlaten strand.

De afgelopen weken heb ik het voortdurend over koers: ZUID gehad. Nou dat hebben we vandaag nog even gedaan. We hebben een fietstochtje gemaakt naar het meest zuidelijke puntje van onze reis door Frankrijk. Gelukkig deze keer een fietspad en/of een redelijke rustige weg om te fietsen. Geen nare ervaringen zoals gisteren. Toen we niet meer zuidelijker konden op de fiets zijn we, na een koffie op terras, met de benenwagen verder gegaan. We kwamen op een klein eilandje, Ile Du Gaou, dat via een dam en bruggetjes alleen toegankelijk was voor wandelaars. Een piepklein eilandje dat je in een kwartier kan ronden, maar als je mooie plekjes tegenkomt en ook je verse broodjes voor de lunch bij je hebt die je wilt nuttigen én ook nog van de uitzichten wilt genieten, dan ben je zomaar een paar uur zoet. Leuk uitje, hieronder een korte impressie.

Daarna zijn we over dezelfde route teruggefietst en onderweg toch nog maar even een duik genomen in de Middelandse zee. Heel mooi helder water en een heerlijke watertemperatuur van zo’n 20 graden. Wat kan een mens zich nog meer wensen. Zomervakantiegevoel medio oktober een heerlijke nieuwe ervaring.


Thuisfront

Via deze blog blijf je aardig in contact met het thuisfront. Daarom in deze post even aandacht voor het thuisfront. Er zijn familieleden die ik er van verdenk dat ze ’s avonds aan de laptop of telefoon gekluisterd zitten om direct te reageren als ik weer een blog post gepost hebt. Ik moet zeggen dat het wel heel stimulerend werkt. Dus houden zo, dan blijf ik posten. Verder hebben we hulptroepen in de vorm een BL5 WA-groep die ons huis een klein beetje in de gaten houdt. Als je voor vier weken van huis gaat, wil je bij terugkeer alles wel weer een beetje ordelijk aantreffen. De BL5-leden houden de zaak onder controle, met betaling in natura via het fruit dat voor het grijpen hangt.

Daarnaast was ik met broer Bram intensief in de slag. De reden ligt in de camper waarmee we rondreizen. Die camper gaat ook met winterreces en wil er dan graag warmpjes bij staan in een stalling. In eerste instantie hadden we bij de aankoop bedongen dat ik voor de komende winter ook de stallingsplek kon overnemen tot aan het voorjaar. Toen het stallingsbedrijf ons plan doorzag en er zelf een extra slaatje uit wilde slaan, ketste dat plan dus af. Op zoek naar een andere oplossing. Broer Bram heeft een grote schuur en daar staan al wat vakantievoertuigen van familieleden gestald. Alleen de resterende ruimte is ontoereikend om ook onze camper een plaats te bieden. Daarom op onze verjaardagen de suggestie aan Bram gedaan om zijn vouwcaravan weg te doen en in plaats daarvan onze camper te gebruiken voor zijn vakanties. Dat alles in ruil voor een plaats in de stalling. Hij ging er over nadenken! Toen ik hem daar onlangs voorzichtig naar vroeg zei hij dat hij al aan het meten geweest was en dat het wel zou gaan passen als hij inderdaad zijn vouwcaravan de deur uit zou doen.

Het was vervolgens mijn taak om via Marktplaats een koper te vinden. Na enig overleg over prijs en opmaak advertentie was de advertentie snel geplaatst. De eerste week bleef het oorverdovende stil, maar ineens kwam er volop interesse. Onder andere een Duitse dame die zeer geinteresseerd was en snel wilde komen kijken, maar op de valreep afhaakte omdat er geen vaste vloerbedekking in lag. De volgende kandidaat die kwam kijken meldde ook een dag voor het bezoek dat hij de keuze op een ander had laten vallen. Maar er waren steeds weer nieuwe kandidaten en voor vandaag weer een afspraak geregeld met een kijker. Ik was vanmiddag erg benieuwd hoe dat was afgelopen. Hier de conversatie met Bram.

Kortom er is ruimte vrijgekomen dus kan bij onze terugkeer de camper er warm en droog bijstaan deze winter. Niet zo heel lang hoor, want voor het vroege voorjaar hebben we al wel weer een plannetje gemaakt. Deze winter weer verder met mijn studie Spaans!


Toulon

Steden bezoeken is iets wat we graag doen. Mede door de stedentrips die we/ik jaarlijks met de ISM-studenten maakte(n), ben ik het struinen door een stad meer en meer gaan waarderen. Gewoon jezelf lekker onderdompelen in hetgeen de stad te bieden heeft. Natuurlijk moet er wel enige garantie zijn dat er wat te zien valt. Maar met een bezoek aan de Wikipediapagina van een stad heb je snel een beeld en dus ook voldoende garanties dat er wat te zien valt. Vandaag een bezoek aan Toulon gebracht, ligt om zo’n 13 fietskilometers van onze plek. Het avontuur zit niet alleen in Toulon, maar nog meer om daar te geraken.

De Fransen maken er zo af en toe echt een potje van! Dat geldt voor zowel voor sommige weggebruikers als voor de verkeerscirculatiedeskundigen, zeg maar de HenkvanZeijlen van deze wereld. Mensen die ervoor zorgen dat in de stad de verkeerstromen op een veilige manier kunnen worden afgehandeld. Nou, ik weet zeker dat Toulon Henk niet als adviseur heeft ingehuurd. Het oorspronkelijk principe is kennelijk om het fietsverkeer via groene fietsstroken op een fraaie en veilige wijze door de stad te leiden. Dat principe is in de uitvoering een beetje verloren gegaan. Ik vermoed dat er verschillende ideeen over de uitvoering aanwezig moeten zijn geweest. Tjongejonge wat hebben ze er een puinhoop van gemaakt. Het mosgroene fietspad eindigt plots bijvoorbeeld bij de rotonde en gaat over in een trottoir of verdwijnt helemaal in het niets. Hoe je dit als fietser verder oplost is blijkbaar niet belangrijk. Het gekke is dat je dan vervolgens aan de overkant van de weg weer iets groens waarneemt, maar hoe je daar dan komt is een grote en soms levensgevaarlijke uitdaging. Wellicht een weeffout in het project, misverstandje, kan gebeuren, toch? Het heeft veel weg van falend projectmanagement. Zoiets dus..

Het gevolg van dergelijke weeffoutjes is dat je dus ineens weer op de rijweg belandt en dat is niet alleen voor de fietser, maar ook voor veel automobilisten een verrassing. Een fietser die op de rotonde rijdt dient in Frankrijk voorrang af te dwingen bijvoorbeeld via opvallend en zichtbaar gedrag. Veel wegruimte benutten wil daarbij nogal eens helpen, boos kijken lukt soms ook, maar het kan soms ook zomaar niet lukken en dan helpt alleen stuurmanskunst of het bedienen van je remmen.

Uiteindelijk zijn we toch heelhuids in Toulon gearriveerd. De moeite waard zoals zal blijken in deze paragraaf. Toulon is echt een middellandse-zee-havenstad en dat zie je volgens Gerda niet alleen aan de haven, maar ook aan de straten en de structuur van de stad. Het komt niet uit op het grote centrale plein (Place Grande, Plaza Mayor) maar bij de haven. Alles ademt zee, zout, visserij en scheepdok. De eerste associatie die ik kreeg toen ik door de smalle straten liep was; Barcelona. Let wel alleen de kleine straten, niet op de pleinen met de grote gebouwen. Barcelona heeft veel meer grandeur, Toulon doet een goedbedoelde poging iets van die grandeur uit te stralen, maar ook hier lijkt stadsarchitect met hetzelfde dilemma te worstelen als de verkeerswegenarchitect. Zeg maar “niet helemaal gelukt”! Fraaie historische gebouwen met mooie gietijzeren balkonhekken, maar helaas hebben ze er een jaren-60-flatgebouw naast gezet. Doodzonde! Bij de haven een leuke boulevard met gezellige terrassen die eindigt bij een imposant gebouw met daarom een heel hoog hek “Defence d’Entrerer”, Militair terrein. Toulon is het Den Helder van Frankrijk. Defensie rekent een flink deel van de stad tot zijn bezit. Veel kazernes die veel weg hebben van gevangenissen. In de haven troffen ook de voor ons zou vertrouwde Corsica Ferries aan. Varen dus ook vanuit Toulon. Overigens kom je hier op de markten en in de winkel redelijk veel Corsica tegen. Produit de Corse; wijn, kaas olie etc.

Wel veel rijke historie en ook veel ambities om een mondaine stad uit te stralen, maar dat is nog niet op alle fronten gelukt. Wel een geslaagde dag met een heerlijke late Franse lunch (=witte wijn) op het terras in de zon aan de haven. Wat kan je als pensionado nog meer wensen?