Althans ik weet het niet meer exact, maar volgens mij was het de zomer van 1976 dat we met het volleybalteam naar Noorwegen zijn geweest en daar op verschillende plaatsen meerdere volleybalwedstrijden hebben gespeeld. We zijn toen na een wedstrijd in Gjovik naar Kinsarvik gereden. Je steekt dan de Hardangervidda over. Een kale hoogvlakte op 1000-1200m hoogte.
Vandaag reed ik ongeveer diezelfde route in omgekeerde richting. Van 50 jaar geleden weet ik dat het een lange smalle afdeling was, waar je elkaar nauwelijks kon passeren, nu reed ik het eerste stuk naar de watervallen bijna helemaal via tunnels omhoog. Geen rechte tunnels, maar tunnels die in een cirkel lopen. Die Noren maken er echt een kunstwerk van. En dan kom je ineens bij de grote waterval, Vøringsfossen. Een indrukwekkende waterval, van 182m hoogte stort het water zich naar beneden.

Destijds was het een enorme hoeveelheid water dat er naar beneden kwam, nu was de hoogste waterval eigenlijk maar een zielig straaltje. Het zijn twee watervallen die in hetzelfde ravijn naar beneden storten. De andere was wat je van een waterval mag verwachten.

Destijds kon je, met gevaar voor eigen leven, naar boven klauteren. Vandaag de dag is dat, met het oog op de toeristenstroom helemaal voorzien van trappen en uitkijkpunten.

De reden dat er, naar verhouding, zo weinig water naar beneden komt is tweeledig. 1) er is betrekkelijk weinig sneeuw gevallen deze winter en 2) het is nog lang koud geweest dit voorjaar, waardoor de sneeuw nog weinig gesmolten is.
Daarna omhoog met de camper naar grote hoogte, de Hardangervidda op. Op naar de sneeuw en kou. Weinig zon vandaag en er staat een koude straffe wind. Arctische omstandigheden, geen mooie foto’s helaas.

Het hoogste punt gemeten was 1240m en en de temperatuur 1 graad, maar met de wind voelde het als -4. Dan krijg je ook zo’n uitstraling. 🙄

Onderweg ook veel stuifsneeuw, waardoor de weg weer bedekt was met sneeuw. Ik kwam ook een sneeuwschuiver tegen die de zaak probeerde schoon te houden. Een tweetal motorrijders deden het terecht heel voorzichtig. Ik was nu wel heel blij met mijn nieuwe all weather banden onder de camper.
Het is een hoogvlakte dus je blijft wel zo’n 30 km op hoogte rijden. Daarna via slingerende wegen naar Geilo, een onvervalste wintersport plaats met veel hotels en een aantal skihellingen.
Vervolgens verder naar beneden richting Gol, dat was oorspronkelijk mijn bestemming voor vandaag. De camping sprak me echter niet zo aan, dus dan maar verder. In Gol wat boodschappen gedaan en een nieuwe camping gevonden, in Tubbehagen. Dat gaat ineens weer flink omhoog en ik beland op 860m hoogte weer in de sneeuw en kale bomen. De dame op de camping ontvangt me in het Nederlands, ik ben (nog) de enige gast en ze heeft de mooiste plek nog vacant. Als ik de camper er parkeer ontstaat een deja vu. Niet van 50 jaar geleden, maar recenter. Hebben we hier in 2019, op exact dezelfde plek, niet ook gestaan met de camper van Anne & Koos? Ik zal de fotoboeken van Gerda er thuis eens op naslaan. Bijzonder!


Het uitzicht is magnifiek, maar ik blijf toch maar binnen bij de kachel. Het is nogal fris.

























































